Demystificatie van Mladic begint nu

Al het leed van de Bosnische genocide is gemakshalve in Mladic’ schoenen geschoven, maar voor werkelijke gerechtigheid moet heel Servië verantwoordelijkheid erkennen, stelt Ana Uzelac.

Ik kan begrijpen waarom Ratko Mladic zich ongemakkelijk voelt bij dit alles. Het vertragen van de tijd, gevangen als het ware door de donkerblauwe gordijnen van de rechtszaal. De mannen en vrouwen in toga’s van zwart polyester, die rituelen verrichten en de regels voorlezen voor rechtspleging en bewijsvoering. Het schemerige kunstlicht, dat weerspiegelt in de waterkannen.

Ik kan de woede-uitbarstingen en de theatraliteit begrijpen, gericht tegen de geamuseerde verslaggevers op de publieke tribune, die koortsachtig alles noteren.

Als Ratko Mladic uit de rechtszaal wordt weggevoerd, en de rechters zijn verklaring van onschuld registreren, kan ik voelen wat hij zeker ook voelt: het voorteken van vergetelheid. Een vleugje routine in de lucht. Zelfs een eerste zweem van komende verveling.

Ik kan de angst van de generaal begrijpen voor de gerechtelijke alledaagsheid: het procedurele geruzie, de weerlegging van verklaringen, juridische geheimtaal, logge stapels bewijsmateriaal, vieze filterkoffie en kapotte projectoren.

Ik kan begrijpen waarom de voormalig heerser over leven en dood een advocaat en een leesbril nodig heeft.

Ik kan ook de voldoening voelen die hij zou kunnen voelen om te geloven dat het recht, ook al is het slechts een moment, over hem gaat.

Maar het gaat niet over hem. En dit is waarom.

Ik hoop dat de geoliede gerechtelijke machine langzaam zal slagen in het demystificeren van Mladic – document voor document, getuige voor getuige – zoals ze heeft gedaan met zo velen voor hem.

Ik maak me zorgen over de reflex om het kwaad te personifiëren, het gemak waarmee bijna alle betrokkenen – van slachtoffers tot de autoriteiten in Servië en bij de Europese Unie – zich hebben gehaast om de verantwoordelijkheid voor een van de akeligste hoofdstukken uit de moderne Europese geschiedenis te leggen bij deze ene oudere man.

Generaal Mladic was niet de enige of zelfs maar de belangrijkste speler in een bloedig politiek spektakel dat werd gefinancierd, geregisseerd en geproduceerd door een veel groter gezelschap. De aanklacht tegen hem omvat een aantal macabere hoogtepunten uit dit politieke theater – het driejarige beleg van Sarajevo, met zijn bewuste en langdurige aanvallen op burgers, een etnische-zuiveringscampagne in Oost- en Noordwest-Bosnië en de eerste genocide op Europese bodem sinds de holocaust.

De tragedie in Bosnië was geen soloproject van Mladic. Het werd gesteund door academici en demagogen in het naburige Servië, door verheven politieke, economische en militaire instellingen aldaar en – dit is nog het treurigst – door een volk dat aarzelde tussen volmondige bijval en blinde onverschilligheid voor het project en het leed dat dit teweegbracht.

In eerdere processen is al gebleken hoeveel politieke en financiële steun Mladic en zijn leger kregen van Servië. Het Bosnisch-Servische leger werd bekostigd – en zijn officieren werden benoemd en bevorderd – met behulp van een clandestiene afdeling van het leger van de Joegoslavische rompstaat.

Nadat Mladic door het Haagse tribunaal was aangeklaagd, kon hij ontkomen. Honderden, misschien wel duizenden mensen bij de overheid van het nieuwe, democratische Servië beschermden hem actief. Ze verstrekten hem valse identiteiten. Ze boden hem onderdak in legerkazernes. Ze betaalden hem tot 2003 een pensioen.

Wellicht was niet iedereen in Servië op de hoogte van de omvang van de verwoesting in Bosnië, het leed dat andere etnische groepen was aangedaan of de systematische wijze waarop dit uit hun naam gebeurde. De strijd had zich daarentegen niet kunnen voltrekken zonder brede consensus onder de Serviërs, in Bosnië én Servië, dat het fundamenteel aanvaardbaar was om anderen kwaad te doen ter wille van etnische zuiverheid en territoriale gelijkschakeling.

Met Mladic in Den Haag is Servië verlost van de formele last van zijn verleden. Het is op weg naar het EU-lidmaatschap – economisch opgebloeid en in snelle ontwikkeling. Toch heeft dit nieuwe Servië nog altijd de plicht om de gevolgen van de daden waarvan Mladic wordt beschuldigd te helpen verzachten.

Daartoe zou het niet alleen publiekelijk afstand moeten nemen van de mens Mladic, maar ook van de ideologie die zijn daden voedde. Het zou in de plaats van het nationalistische erfgoed een reeks waarden en regionaal beleid moeten ontwikkelen. Belgrado moet alle koloniale aspiraties inzake Bosnië laten varen en helpen zich te ontwikkelen tot een goed functionerend tehuis voor de Serviërs die daar wonen – een tehuis waar ze niet alleen rechten, maar ook plichten zouden hebben.

Na jarenlange sabotage van Bosnië als staat heeft de toekomstige EU-kandidaat Servië de plicht om Bosnië te helpen om stevig genoeg te worden om ook toe te treden tot de Europese club.

Wat er ook gebeurt in de schemerige gangen van het Haagse tribunaal, het helpen terugwinnen van de toekomst die zo veel Bosniërs hebben verloren, is de enige weg naar werkelijke menselijke gerechtigheid.

Ana Uzelac is oud-redacteur van de tribunal update van het Institute for War and Peace Reporting. Ze berichtte in de jaren negentig voor een aantal internationale media over de Balkan. Ze woont en werkt als politiek analist in Den Haag, gespecialiseerd in staatsvorming, wederopbouw en overgangsrechtspleging.