De twee gezichten van Rutte-I

Op de bezuinigingen na heeft het kabinet-Rutte nog niet echt een eigen gezicht.

Dat is te wijten aan een paradoxale generatiestrijd.

Welke issues associeert u eigenlijk met het huidige kabinet? Vooral ‘bezuinigen’ waarschijnlijk.

Het kabinet-Rutte heeft in woorden en daden een Januskop. De gedoogcoalitie van VVD, CDA en PVV is zelfs de meest paradoxale regering sinds de Tweede Wereldoorlog.

De gezichtbepalende politici komen namelijk uit de eerste generaties ná de naoorlogse geboortegolven (1945-1962). Voor de meesten van hen was de triomf van het neoliberalisme in de jaren 90 geen bijzondere breuk, maar een vanzelfsprekendheid.

Het programma dat de bewindslieden op de ‘spending departments’ uitvoeren, staat daarentegen in belangrijke mate ten dienste van het belangenbehoud van de geboortegolf ervoor – de generatie die in de jaren 70 en 80 bij een baas ging werken en goedkoop een huis kocht.

Tot 2010 werd Nederland steeds bestuurd door een premier die de bezetting bewust had meegemaakt of van ouders en op school had meegekregen. Vijfenzestig jaar lang werd Nederland geleid door een minister-president voor wie de deling van Europa een elementair referentiekader was. Ook de jongste, Jan Peter Balkenende (1956), was gevormd door de Koude Oorlog die in 1989/1991 werd afgesloten.

Met Mark Rutte (1967) heeft Nederland voor het eerst een premier die zijn maatschappelijke carrière is begonnen rond de val van de Berlijnse Muur. Hij straalt dat uit met zijn losse toon en met zijn vermogen om ideologische kwesties uit de weg te gaan of te bagatelliseren.

Hij is niet de enige. Bewindslieden als Edith Schippers (1964), Melanie Schultz van Haegen (1970) en Halbe Zijlstra (1969) hebben een vergelijkbare kijk op de maatschappij: de staat is er voor de fysieke veiligheid en niet voor de ontplooiing van burgers.

Het gedoogakkoord dat zij uitvoeren is daarentegen ambivalent. Van een lagere staatsschuld profiteren komende generaties uiteraard. Maar onder druk van Geert Wilders (1963), die zich ontpopt als tolk van die kiezers die de afgelopen decennia niet wilden of konden aanhaken bij de liberale hoofdstroom, wordt een belangrijk deel van de hervormingsagenda van de jongeren nadrukkelijk niet uitgevoerd.

De AOW wordt amper verhoogd. De hypotheekrenteaftrek wordt niet aangepakt. De flexibilisering van de arbeidsmarkt wordt niet ter hand genomen. Een lumineus idee over de toekomst van het openbaar vervoer is er niet. Duurzaamheid en natuurbeheer zijn geen prioriteit. De 18 miljard euro aan bezuinigingen zijn voor het leeuwendeel klassieke saneringen om de welvaartsstaat te trimmen tot een niveau van voor de jaren 70.

Denk niet alleen aan het anti-immigratiebeleid, dat bij uitstek is bedoeld om de verzorgingsstaat voor de insiders te kunnen behouden. Denk ook aan het afschaffen van het Persoonsgebonden Budget: ongeacht de fraudegevoeligheid toch een liberaal kroonjuweel. Of aan decentralisering die het gevolg is van kaasschaafoperaties en eigen bijdragen in de (geestelijke) gezondheidszorg.

Van een aantal andere kortingsmaatregelen hebben uitgerekend 50-plussers minder of geen last. De meesten hebben immers geen kinderen die straks aan competitieve en duurdere universiteit gaan studeren.

Het zijn deze twee gezichten die verklaren waarom het kabinet-Rutte wel veel aan het woord is in het debat, maar nog geen eigen stem heeft gevonden.

Hubert Smeets is politiek commentator van nrc.next en NRC Handelsblad.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In de graphics bij het coververhaal (pagina 4 en 5, 4 juli) wordt het kabinet Balkende III afgezet tegen het kabinet Rutte I. Dit moet echter het kabinet Balkenende IV zijn.