Ashton Brothers vallen in herhaling op Parade

De Parade; Moulin Rouge, Ashton Brothers en MTG Blont. Gezien 2 en 3/7. Inl.deparade.nl ***

De kunstbezuinigingen hebben een plek gekregen op de Parade. Niet alleen prijkt op de kaartjes de leus ‘Tegen de sloop van de kunst’, ook artiesten verwijzen ernaar, al dan niet expliciet. In Moulin Rouge van Annechien Koerselman, waarin spel wordt afgewisseld met klassieke zang, weemoedige muziek en tapdans, duiken venijnige zinnetjes op. „Kom Mimi”, zegt hoofdpersoon Amand, die zijn geliefde wil bevrijden van haar lot als courtisane, „we verlaten het zinkend schip dat theater heet.” En even later: „Mimi, zing! Het publiek heeft ervoor betaald – de tijd van je hand ophouden is voorbij.”

Moulin Rouge is het soort voorstelling dat het moeilijk kan hebben op de Parade: ernstig, en vol verwijzingen naar opera; eerder highbrow dan rosévariété. Om het publiek dan stil te krijgen, om concentratie en catharsis te creëren in zo’n circustent, zijn stevige middelen nodig. IJzersterk spel, urgente inhoud, een dwingende, meeslepende vorm. Dat is Koerselman niet gelukt. Het spel is zwak, zang en muziek zijn sterker, maar tezamen wil het maar geen geheel worden. Ook gek: een voorstelling die Moulin Rouge heet, en gesitueerd is in een broeierig nachtclubdecor, maar geen seks uitstraalt. En dat kan juist zo helpen, op de Parade.

Dat heeft MTG Blont beter begrepen. Zij noemden hun voorstelling Soft erotische voorstelling over zo’n beetje alles. Binnen vertelt een acteur dat ze hun show hebben ingericht volgens de schijf van vijf van toptheater: 35 procent humor, 20 procent seks, 10 procent destructie, 20 procent ontroering en 15 procent moraal, geheel naar de veronderstelde wensen van het publiek. Volgt een show die inderdaad vrij netjes de vakjes afwerkt – al is het kuikentje dat een rol speelt bij ‘destructie’ en bij ‘ontroering’ een geniale vondst. Net als de manier waarop acteur Tygo Gernandt wordt ingezet. Bij ‘moraal’ valt alles op z’n plek: hier wordt het publiek rechtstreeks aangesproken, en uitgenodigd zich in het kunstdebat meer te laten horen. Dat mag ook best door deze makers uit te jouwen, zo stellen ze zelf voor. Zo wordt de voorstelling een klein, slim spiegelpaleisje: een eigenlijk wat middelmatige Paradevoorstelling die een knieval doet voor het publiek, met aan het slot een ontroerende wending waaruit blijkt dat dat expres was, en waarom.

Het maakt MTG Blont vele malen interessanter dan de comeback van de Ashton Brothers. Die doen dunnetjes over waar ze goed in zijn: clowneske val- en vechtpartijtjes voorzien van een vet geluidseffect. Maar het is allemaal lolliger, vetter, en minder ingenieus dan voorheen. En vooral: al veel vaker gedaan. Alleen bij de sketch over de verveelde slagwerksectie van een groot orkest tonen de Ashton Brothers iets van hun oude virtuositeit en vernuft.