1 minuut 30, dat rijd je er niet zomaar even af

De Rabobankploeg eindigde gisteren netjes als zevende in de ploegentijdrit van de Tour de France.

Maar belangrijker dan het resultaat: de sfeer is goed.

Lachend ramt Rabo-verzorger Ton van Engelen de beer Maarten Tjallingii op de schouders na een uitstekende ploegentijdrit. „Klasse, jongen.” Verderop is er een stevige handdruk van trainer Louis Delahaye voor kopman Robert Gesink. „Klasse”, klinkt het opnieuw. Debutant Bauke Mollema lacht opgelucht, uitblinker Lars Boom dolt en zelfs de aan zijn knie geblesseerde Laurens ten Dam kijkt opgeruimd. „Ouwe krijger”, complimenteert Van Engelen de in de eerste rit gevallen routinier.

Niet de eindklassering, zevende, was voor de Nederlandse ploeg gisteren het belangrijkst. Wat telde was de gunstige winst- en verliesrekening die Gesink na het eerste weekeinde kon maken ten opzichtige van zijn concurrenten voor het Tourklassement. Tegenover wat seconden verlies ten opzichte van Cadel Evans en de broers Schleck, stond winst op Jurgen Van den Broeck, Samuel Sanchez én Alberto Contador. Gesink heeft al 1.30 minuut voorsprong op de drievoudig Tourwinnaar, die net als Sanchez in de eerste rit slachtoffer was van een valpartij. „In het moderne wielrennen is anderhalve minuut heel veel tijd”, zegt ploegleider Adri van Houwelingen. „Dat rijd je er niet op één berg vanaf.”

Nog belangrijker dan het secondenspel van het openingsweekend lijkt dat de Rabo-ploeg meer dan in afgelopen edities van de Tour spelvreugde uitstraalt. „Ik merk het aan kleine dingen”, zegt Spanjaard Pedro Horrillo. De voormalige Rabo-renner moest begin vorig jaar stoppen als gevolg van een zware val in de Giro van 2009, en volgt zijn oude ploeggenoten in deze Tour als verslaggever voor de krant El Pais. „Ze stralen optimisme uit, zijn happy. Het is moeilijk uit te leggen waar je dat precies aan ziet. Het is meer een gevoel, de ongrijpbare krachten in de sport. Vaak ontstaat zoiets en zie je het als buitenstaander pas op het moment dat het in de ploeg al langer aan de gang is. Volgens mij is dat bij Rabo het geval.”

Zie hoe Boom grijnzend zijn vriendin laat schrikken als hij uit de ploegbus komt voor het tweede deel van zijn warming-up voor de ploegentijdrit. Manager Harold Knebel kletst in een hoekje ontspannen bij met collega Johan Bruyneel van het sterk rijdende RadioShack. „Achter het lint jullie”, grapt Gesink tegen journalisten. Ook het Spaanse deel van de ploeg – Carlos Barredo, Luis Leon Sanchez en Juan-Manuel Garate – stapt vrolijk van de fiets. En de meeste schouderkloppen zijn voor de Duitse routinier Grischa Niermann. „Prestaties zijn het belangrijkste bindmiddel om een team te maken”, stelt Van Houwelingen, als ploegleider al bij Rabo sinds de start in 1996.

„Het liep als een trein”, vatte Gesink de ploegentijdrit beeldend samen. Hoe anders dan in de Tour van twee jaar geleden rond Montpellier, toen kopman Denis Mensjov al vroeg viel en de ploeg op grote achterstand als elfde eindigde. Een dag later moest debutant Gesink naar huis met een gebroken pols. Rabo maakte toen, net als in 2008, een vreugdeloze indruk.

Vorig jaar begon het klimaat te veranderen. Niet voor niets wees Gesink nadrukkelijk op de sponsornaam op zijn shirt, toen hij de koninginnenrit won in de Ronde van Zwitserland. Ook de Tour – met de derde plaats voor Mensjov en de zesde voor Gesink – verliep positief. De sponsor verlengde het contract tot 2016, en na het vertrek van Mensjov lijkt de ploeg alleen maar hechter.

Rabo vloog in het voorseizoen, viel tegen in de klassiekers maar schitterde in Giro (Steven Kruijswijk, Pieter Weening), Dauphiné Libéré (Gesink) en Ronde van Zwitserland (Kruijswijk, Mollema en Ten Dam). „Van de Spaanse jongens heb ik begrepen dat er de laatste maand nauw is samengewerkt tijdens de hoogtestage in Zwitserland”, zegt Horrillo. „Er was al vroeg duidelijk wie deel zouden uitmaken van de Tourploeg, zodat iedereen zich optimaal kon voorbereiden. Andere jaren werd vaak gewacht tot de laatste week voor de start. Volgens Barredo en Sanchez was Gesink op de laatste trainingen heel goed en fit. Het werkt natuurlijk motiverend als de leider een echte leider blijkt.”

Van Houwelingen waarschuwt voor te veel optimisme. „Wat Contador tegenkomt in de eerste rit, kan de komende dagen ook anderen gebeuren. Aan de andere kant: ik weet nog dat Mensjov in 2008 bijna veertig seconden verloor in een waaier-rit in Bretagne. Dat lukt je niet zomaar om dat goed te maken. Je moet outstanding zijn om in de Tour tijd terug te winnen.” Om in de sfeer van de ploeg lachend te vervolgen: „Gesink nu al 1.30 vóór Contador? Dat had ik pas in Parijs verwacht.”