‘Libische opstandelingen plannen aanvallen op olieterminals’

De Libische opstandelingen smeden plannen om de olieterminals in de oostelijke steden Brega en Ras Lanuf in te nemen.

Dat meldt een regeringsfunctionaris van het regime van de Libische leider Moammar Gaddafi aan persbureau Reuters. Volgens hem beschikt de regering over informatie die dat bevestigt en moeten internationale olie- en verzekeringsmaatschappijen druk uitoefenen op de NAVO om de opstandelingen daarvan te weerhouden. De olieproductie in Libië is sterk afgenomen door de politieke crisis in het land.

Op 23 juni maakte het Internationaal Energie Agentschap (IEA) bekend dat het de komende weken zestig miljoen vaten olie extra op de markt brengt om het wegvallen van de oplieproductie in onrustige landen als Libië te compenseren.

In maart werd er hevig gevochten om de controle in Ras Lanuf en was de oliestad wisselend in handen van de opstandelingen en regeringstroepen. Begin vorige maand werden de Libische rebellen uit Brega verdreven.

Van opstandelingen hoeft Gaddafi Libië niet te verlaten

In een interview liet de leider van de Libische opstandelingen, Mustafa Abdel Jalil, vandaag weten dat als Gaddafi aftreedt, hij niet uit Libië hoeft te vertrekken. Volgens Jalil is daarvoor een maand geleden een voorstel toe gedaan via de Verenigde Naties, maar is daar geen reactie vanuit Tripoli op geweest. Het voorstel, de grootste concessie van de opstandelingen tot nu toe, voorziet erin dat als Gaddafi zijn troepen terugtrekt en zijn ambt neerlegt, hij onder internationaal toezicht geplaatst kan worden in Libië.

Later op de dag nuanceerde woordvoerder Abdel-Hafiz Ghoga van de Libische opstandelingenraad de uitspraken van Jalil en zei dat “Gaddafi bij zijn aftreden op een plek in Libië mag wonen waar niet gemarteld is of gemoord. Die plek is er niet.” Volgens Ghoga zou Jalil een mening hebben geuit, die niet gedeeld wordt binnen de rebellenraad.

Volgens Nieuwsuurverslaggever Jan Eikelboom, zou er mogelijk een opstand in Tripoli gepland worden

Turken geen opstandelingen 200 miljoen euro

De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu bezocht vandaag het opstandelingenbolwerk Benghazi in het oosten van Libië. Daar beloofde hij de opstandelingen tweehonderd miljoen euro voor het herstellen van de infrastructuur. Turkije had al eerder honderd miljoen euro aan steun gegeven. Turkije erkent de Libische rebellenraad.

De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu (L) praat met vice-voorzitter Ali al-Issawi van de Libische Nationale Raad in Benghazi . Foto AP / Sergey PonomarevDe Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu (L) praat met vice-voorzitter Ali al-Issawi van de Libische Nationale Raad in Benghazi . Foto AP / Sergey Ponomarev

Het bezoek van Davutoglu is de grootste steunbetuiging van Turkije tot nu toe aan de Libische opstandelingen. Eerder was het land terughoudend bij het geven van steun aan de NAVO-missie in Libië omdat veel Turkse bedrijven betrokken waren bij bouwprojecten in het land voor de opstand in februari. Nu de strijd in Libië meer en meer op een patstelling begint te lijken, steunt Turkije als NAVO-lid de missie.