Zelfbewuste koningin van de streekroman

Een bekende Nederlander wilde ze niet worden, daar was Henny Thijssing-Boer te nuchter voor. Het Boekenbal liet de koningin van de streekroman steevast aan zich voorbijgaan. Floris Jonkers van uitgeverij Kok moet er nog om lachen: „Al die poeha, zei ze. Laat mij gewoon lekker in Groningen schrijven.”

Die nuchterheid kreeg Thijssing-Boer van huis uit mee. Als dochter van een boerenknecht groeide ze op in het Groningse Warffum. Het leven was er hard. Zoon Theo herinnert zich verhalen dat opa voor een halve cent acht kilometer moest lopen. Toch heeft zijn moeder zich nooit arm gevoeld, weet hij. „Ze kwam niets te kort, maar er was ook niets.”

Henny was eenentwintig jaar en huishoudster bij een boerengezin toen ze beroepsmilitair Dolf ontmoette. Ze werden verliefd, trouwden en verhuisden voor zijn werk naar Den Bosch. Daar begon ze te schrijven over het Groningse boerenleven. Talloze schriftjes pende ze vol. „Niemand mocht de verhalen lezen”, zegt zoon Theo. „Ze dacht dat ze niet goed genoeg waren.”

Dankzij dochter Marga kwam het werk alsnog bij een uitgever terecht. De schriftjes werden vervangen door een oranje typemachine. Hij stond op een houten tafel in de woonkamer. „Als ze begon te tikken, dreunde het hele huis”, vertelt haar zoon. „Dan zaten mijn vader en ik tandenknarsend tv te kijken. Maar schrijven was haar leven.”

In 1973 verscheen haar eerste streekroman Als de tijd daar is. De plotselinge populariteit verraste haar. „Veel mensen herkenden zich in Henny’s verhalen”, zegt Marjan Boltjer, hoofdredacteur van de Vereniging Christelijke Lectuur. Het ging vaak over onmogelijke liefdes en mensen die op eigen kracht hun problemen overwonnen. Prachtig, vond lezeres Ineke Lunshof. Alle 98 boeken verzamelde ze. „Ze schrijft zo puur. Ik kan haar verhalen eeuwig blijven lezen.”

Thijssing-Boer was een levensgenieter. Heerlijk vond ze lekker eten en een sigaretje op zijn tijd. Jonkers: „Ze genoot van de vrijheid die ze had ten opzichte van de armoede waarin ze was opgegroeid. Ze was een vrouw op eigen kracht geworden, dat gaf haar voldoening.” Intussen mocht het schrijven niet ten koste gaan van haar gezin. Zoon Theo: „Ze schreef ’s avonds, pas toen wij uit huis waren, ging ze ’s middags schrijven.” Toen verdween ze elke dag, stipt om twaalf uur, in haar eigen wereld. Tot het avondeten kon je praten wat je wilde, ze hoorde je niet.

Waar zij over wilde schrijven en wat haar publiek en uitgevers wilden lezen, kwam niet altijd overeen. Als ze over een lesbisch stel wilde schrijven, dan deed ze dat. Jonkers: „Henny was een zelfbewuste schrijfster. Als je haar in een hoekje probeerde te drukken, drukte ze net zo hard terug.” Ze was zich nadrukkelijk bewust van haar marktwaarde. Met Kok en VCL kwam ze in conflict toen ze vond dat er te weinig werd herdrukt en gepromoot. Jonkers: „Ze was stellig en zei: als het niet op mijn manier gaat, dan ga ik.”

In 2008 schreef ze haar laatste boek, Het jongetje Duco. Door een longaandoening wilde haar lichaam niet meer. Op 24 mei is Henny Thijssing-Boer overleden.

Eva Oude Elferink