Wieg van democratie of chaotisch Balkanland

Een gekrenkt Griekenland moet zijn zelfbeeld aanpassen. Burgers zijn boos op de regering en op de EU. En doet rivaal Turkije het eigenlijk niet veel beter?

De ene hersenhelft van Nikoleta Kaneli (25) handhaaft het beeld van Griekenland waar de toeristen die ze rondleidt op af komen. Zoals zij, een vrolijke brunette in een rok en blouse van Athens City Tour, haar land zelf ook het liefst ziet:

Zonnig. Check, daar is deze week aan voldaan. Dertig graden nu.

Vol prachtige monumenten uit de Oudheid, waaronder de Acropolis. Check, de tempel is nog altijd te zien boven de daken van de binnenstad. Vandaag zelfs zonder spandoeken van de communistische partij.

Gastvrij. Nikoleta lacht even, werpt een blik op het vernielde postkantoor en het kapotte bushokje waar ze naast staat en inhaleert met een kuchje de zweem traangas die nog steeds in het centrum van Athene hangt. Geen commentaar.

Geboortegrond van de democratie. „Zo prijs ik ons nu maar even niet aan. De beelden van deze week, waarin ik de politie met stenen zag gooien naar demonstranten, laten zich daar maar moeilijk mee verenigen.”

Daar spreekt de andere hersenhelft, die van de Griekse die na werktijd gaat protesteren en schrok van wat ze deze week zag. „De politie krijgt opdracht tegen ons te vechten en het parlement doet precies wat de bevolking niet wil. Dat noem ik geen democratie.”

De politieke en financiële crisis dwingt Grieken hun zelfbeeld bij te stellen. Het was altijd gemakkelijk trots te zijn op het mooie land met zijn lange traditie, dat zo veel bezoekers trekt. En dat in vergelijking met de buurlanden Albanië, Bulgarije en Macedonië een succesverhaal is: sinds eind jaren zeventig een democratisch en kapitalistisch baken in een voormalig socialistische zee.

Maar de tijden waarin niet verder werd gekeken dan dat, zijn voorbij. Dag in dag uit ligt het land op de pijnbank. De gesprekken gaan niet over de schatten uit de Oudheid, de nationale keuken of de rijke muzikale traditie, maar over corruptie, cliëntelisme en gebrek aan economische ontwikkeling. Over het economische succes van buurland en concurrent Turkije, dat veel groter is en sneller groeit.

Griekenland staat weer op de kaart als een chaotisch Balkanland. Een leuke vakantiebestemming met een rijke erfenis, maar zonder succesvolle transitie naar een moderne Westerse democratie. De trots heeft een gevoelige knauw gekregen.

Panos Papanikolaou, neurochirurg in het ziekenhuis in Piraeus en vakbondsvertegenwoordiger, schaamt zich voor de staat, zegt hij. Woensdag staakte hij. Daardoor kon hij met eigen ogen buiten de operatiekamer zien hoeveel geweld de politie gebruikte om te voorkomen dat demonstranten erin zouden slagen het parlement te blokkeren.

„De politie viel aan zonder dat ze werd geprovoceerd”, zegt Papanikolaou. „Er zijn tonnen traangas ingezet, ook in het metrostation. Motoragenten sloegen mensen. De vrijwillige medische dienst moest gewonden per metro afvoeren, omdat de ambulances niet in het centrum konden komen. Er was overduidelijk een plan om het hele stadcentrum vrij te maken van demonstranten.” Methoden die niet thuishoren in een democratie, zegt hij, waar staken en je mening uiten grondrechten zijn.

Ook de druk op parlementariërs was extreem, zegt Panos Kouroumplis. Hij stemde als enig lid van regeringspartij Pasok tegen de bezuinigingsplannen en werd onmiddellijk uit de partij gezet. „Terreur.”

De woede van de blinde parlementariër – hij stapte in 1962 op een door Duitse bezetters achtergelaten granaat – richt zich op politieke leiders binnen de Europese Unie, niet op zijn partijgenoten in de Griekse regering. Griekenland wordt behandeld als een kolonie, zegt hij. Stem in of ga bankroet. „Dat is vernederend.”

„Als persoon die geloofde in de EU, voel ik me verraden”, zegt hij. „De crisis overstijgt de Griekse verantwoordelijkheid. Maar landen die zelf voor 1,5 procent rente kunnen lenen, geven dat aan ons door tegen 5 procent. Dat is crimineel.” De belangen van de financiële wereld worden volgens hem beter bediend dan die van de Europese burgers.

Hij vraagt om meer respect voor Griekenland. „Sinds 1825, toen we voor het eerst leenden, hebben we iedere cent terugbetaald. Kan Duitsland hetzelfde zeggen?” Duitsland heeft toegezegde herstelbetalingen aan Griekenland na de Tweede Wereldoorlog nooit voldaan. Iets wat Grieken, en zeker Kouroumplis, niet zijn vergeten.