Sociaal-democratisch worstelen

Het kabinet is rechtser dan ooit en bezuinigt miljarden op zorg, sociale zekerheid en kunsten. Toch laat de PvdA in de Tweede Kamer amper tegengeluid horen. Hoe kan dat? Wat doet de fractie ertegen? En wat is de rol van fractieleider Cohen?

De zomer komt eraan, maar op de fractieburelen van de PvdA is van vakantiegevoel geen sprake. De aanwezigen in de Regentenkamer denken al aan september. Een cruciale maand in een voor de partij en partijleider Job Cohen cruciaal jaar. Het kabinet-Rutte zal voor de eerste keer een begroting presenteren, met miljardenbezuinigingen. De Kamer mag reageren in een debat dat live via de tv te volgen is. Wordt dat het moment van de wederopstanding van Cohen?

De aanwezigen in de Regentenkamer hopen van wel. Fractiegenoten zagen bij Cohen het heilige vuur door het pantser van gelijkmoedige matigheid heen breken in zijn laatste grote debat. Onderwerp: bezuinigingen ten koste van kwetsbare groepen met een persoonsgebonden budget, bijstandsgerechtigden en jonggehandicapten. De fractieleider zette zijn gêne voor grote gebaren opzij en liet strijd en gevoelens zien.

De doorgaans onvermoeibaar vrolijke premier Mark Rutte leek zelfs van zijn stuk gebracht. Rutte over de PvdA-leider, tot de Kamervoorzitter: „Ik heb hem nog nooit zo veel woorden tijdens een interruptie horen uitspreken.” Cohen: „Ik heb ook zelden zoveel flauwekul gehoord.”

Kijk, dachten PvdA’ers. Dat is de Cohen die we nodig hebben.

Herbronnen en al dat gedoe

Het hele fractiebestuur zit woensdagmiddag 15 juni aan tafel voor de brainstormsessie. Zoals altijd zit Job Cohen aan de lange kant die op de gang uitkijkt. Tegenover hem zit Jeroen Dijsselbloem, integratiehardliner en vicevoorzitter. De rest heeft geen vaste plaatsen. Ontslagrechtbeschermer Mariëtte Hamer is erbij, fractiesecretaris. Hans Spekman, man van de straat, verantwoordelijk voor strategie en campagne. Bijna alle bewindslieden uit het vorige kabinet zijn aangeschoven: de zwierige Ronald Plasterk, veteraan Sharon Dijksma en de onverstoorbaar optimistische Jetta Klijnsma. Niet aanwezig zijn buitenlandspecialist Frans Timmermans en de zwangere Nebahat Albayrak. Er zijn ook twee ‘gewone’ Kamerleden. Beleidsencyclopedie Diederik Samsom en oud-campagneleider Jacques Monasch. De laatste is nieuw. Hij leidde de weinig succesvolle verkiezingscampagne in 2002 en schreef daar een boek over dat hem niet populair maakte in de partij. Maar inmiddels zien zijn partijgenoten hem als een rijzende ster. Hij is een PvdA’er die met zijn plannen De Telegraaf weet te halen, zonder dat de redactie daar badinerende adjectieven aan toevoegt.

Cohen heeft zelf een idee. Hij wil tijdens de beschouwingen een verhaal houden over beschaving. Hoe wordt die aangetast door bezuinigingen op sociale zekerheid, zorg en cultuur? Wat betekent dat voor Nederland? Er volgt een discussie over het doel van het debat. Het verhaal moet Kamer en journaille verrassen. Tegelijk moet de fractieleider scoren, aanvallen. En premier Rutte moet aan het eind van de dag platliggen. „Dat betekent dat je niet de breedte in moet gaan”, zegt een aanwezige. Hij spreekt daarmee de oorspronkelijke opzet van de fractieleider tegen. „We weten waar onze kiezers zitten, we weten wat ze willen, laat zo concreet mogelijk zien dat wij dat kunnen leveren. Anders dan dit kabinet.”

De discussie schetst de worsteling van de huidige PvdA-fractie. De sociaal-democraten moeten kiezen: of op zoek naar één enkel verhaal zoals het eigen wetenschappelijke bureau en commentatoren en columnisten voortdurend benadrukken. Dat betekent: kiezen uit alle verschillende meningen die de partij heeft. Of de sociaal-democraten kiezen ervoor zich te concentreren op een meer activistisch antigeluid. Dus niet over jezelf praten, maar helder en hard protesteren tegen de maatregelen van het huidige kabinet.

De fractie neigt naar het tweede, ook voorzitter Cohen. Tenminste, dat zegt hij in interviews. Het is noodzakelijk, zegt hij, dat de partij van een volgzame bestuurderspartij verandert in een groep strijdlustige oppositiepolitici. Na de sessie erkennen Kamerleden dat die omslag al gemaakt had moeten zijn. „We staan al op een jaar achterstand.”

Maar strijdlustig oppositievoeren blijkt niet eenvoudig. Klijnsma, die in het vorige kabinet staatssecretaris was: „Ik moest ook wennen. Toen Marja van Bijsterveldt [Minister van Onderwijs van het CDA, red.] begon over de bezuinigingen op passend onderwijs, ging ik direct met haar meetobben. Ik dacht: wat vreselijk dat ze dat moet uitvoeren. Maar zo moet je niet denken in de oppositie. Dit zijn gewoon heel slechte plannen. Dan moet je geen compassie met de bestuurder tonen.”

Net zo min als de fractie te veel begrip moet opbrengen voor ideologische discussies, zegt een ander Kamerlid. Niet te veel navelstaren, maar gewoon doen, binnen en buiten de Kamer. Zij vat de onvrede „met herbronnen en al dat gedoe” samen met de woorden: „Ja, natuurlijk is het lastig dat de emancipatie van de arbeider voltooid is. Maar: het verhaal van eerlijk delen en kansen voor iedereen is nog altijd even actueel en verplichtend. Zo, in twee zinnen.”

De Kamerleden hebben haast. Hun kiezers zijn gefrustreerd. Het kabinet komt met de ene na de andere miljoenenbezuiniging en de PvdA kan het protest daartegen niet mobiliseren. Eenderde van de leden wil fractieleider Cohen zo snel mogelijk laten vervangen, blijkt uit een peiling van Maurice de Hond halverwege juni. Iets meer dan de helft denkt dat hij nog kan groeien in zijn rol als oppositieleider. En het allerbelangrijkste: slechts een verwaarloosbaar deel van de PvdA’ers is tevreden over hoe het nu gaat.

Anders dan de leden stellen de Kamerleden de positie van Cohen voorlopig niet ter discussie. Ze geven hem het krediet voor de dertig behaalde zetels bij de laatste Kamerverkiezingen, kort nadat de partij hem als messias op het schild had gehesen. Maar fractieleden vragen zich wel af: wie moeten wij zijn? Hoe behoren wij oppositie te voeren, los van de leider? Wie kan de zaak ten goede keren? Welke PvdA’ers kunnen het kabinet in problemen brengen?

Waarschijnlijk is dat niet de grote groep dossiertijgers in de fractie. Mensen als Eelke van der Veen, Attje Kuiken en Agnes Wolbert hebben geen moeite met het ambachtelijke aspecten van het Kamerwerk. Ze zijn loyaal en scheiden blijmoedig beleidsnotities af vol technische details, maar voor de media en het grote publiek zijn ze onzichtbaar. De ‘zichtbare’ ambachtelijken, onder wie Lea Bouwmeester, Angelien Eijsink en Roos Vermeij, werken zich wat vaker in de schijnwerpers. Dat levert invloed en gezag op binnen de fractie. Maar er is meer nodig. Zoals een lid uit de vorige fractie het verwoordt: „Met hen win je de oorlog niet.”

Machtshonger

Ook de groep nieuwkomers telt veel van deze types. Andere nieuwelingen missen gewoonweg „de machtshonger”, zoals voormalig Kamerlid Mei Li Vos over zichzelf schreef in een boekje over haar periode als PvdA-Kamerlid. Zoals voormalig rechter Jeroen Recourt en de econoom Ed Groot. Over de laatste zei meer dan één fractiegenoot: „Hij is misschien gewoon te aardig.” Politiek vereist strijd. Oppositievoeren helemaal.

Veel PvdA-Kamerleden zoeken de verklaring voor de onzichtbaarheid buiten de fractie. De verkiezingen zijn verloren, de anderen zijn aan de macht. Het is niet anders. Hans Spekman hoort dat PvdA’ers ontzettend ongeduldig zijn „door de verschrikkelijke dingen die gebeuren”. Bezuinigingen op de sociale werkvoorziening, op werknemers met een IQ tussen 70 en 85, op het basispakket; verlagingen van bijstand, zorg- en huurtoeslag. Het is onrealistisch te denken dat de PvdA daar direct iets aan kan doen, zegt Spekman. „Ik heb in mijn leven in veel coalities gezeten, en die kregen altijd scheurtjes door onderlinge problemen, bijna nooit door het werk van andere partijen.”

Daar komt bij dat een oppositiepartij niet zomaar aandacht krijgt, zeggen de PvdA-fractieleden. Mark Rutte liep als partijleider in de oppositie tijdens Balkenende-IV tegen hetzelfde probleem op. Bovendien hebben PvdA’ers, zo vinden Kamerleden, de neiging door te slaan in hun kritiek. Op ledenavonden voelt Spekman zich regelmatig genoodzaakt aanwezigen op te roepen op te houden met alle zelfkastijding. „We zijn toch geen katholieken?” Frans Timmermans noemde zijn partijgenoten al eens „flagellanten”, getraind in ritueel sadomasochisme.

Eind aan hun leven

Jetta Klijnsma was fractiemedewerker in 1991 toen duizenden PvdA’ers hun lidmaatschap opzegden. Ze waren woedend over de inperking van de Arbeidsongeschiktheidswet. „Mensen belden en zeiden dat als de PvdA zo doorging, zij een eind aan hun leven zouden maken. Echt, dat heb ik meegemaakt. Nu krijg ik bezorgde vragen over het leiderschap van Job Cohen. Vergeleken met toen stelt dat natuurlijk niets voor.”

De kritiek lijkt van Klijnsma af te glijden. Ze vindt het zelf van groter belang dat de fractie antwoorden vindt op de positie waarin de gedoogconstructie van het kabinet-Rutte de PvdA brengt. De sociaal-democraten hebben door die constructie niet de mogelijkheid gewoon ‘tegen’ te zijn. Op sommige terreinen ontbeert het kabinet-Rutte de steun van gedoogpartner PVV. Dan is de PvdA cruciaal voor een Kamermeerderheid. Dat dwingt PvdA-Kamerleden het beleid van Rutte te verdedigen, zoals gebeurde bij de financiële steun voor Ierland, de interventie in Libië of het pensioenakkoord. PVV’er Tony van Dijck noemde Ronald Plasterk vorige week nog „een ezel”, wegens diens steun aan het kabinet voor de reddingsactie van de Grieken.

Het kan niet anders, reageert Kamerlid Samsom. „Het eenvoudigst zou zijn om met een gestrekt been in te gaan op dit kabinetsbeleid. . Ze willen zo graag polariseren dat ze zelfs steun bij de SGP zoeken in plaats van bij het politieke midden. Probleem is dat wij er juist van overtuigd zijn dat je belangen in evenwicht moet brengen, verschillen moet overbruggen. Het kabinet steekt de middelvinger op, wij de hand uit. Dat is niet eenvoudig. Maar ja, dat is wel de kracht van Cohen.” Een oude vriend van Cohen, emeritus hoogleraar rechtspsychologie Hans Crombag, herinnerde er onlangs aan dat de PvdA-leider de Haagse arena juist was ingegaan omdat hij het „tegengif” wilde vormen voor „de agressie, de oppervlakkigheid en de harde toon in de Nederlandse politiek”. Dat critici hun voorman nu vragen meer van zich af te bijten in die harde politieke cultuur, maakt het er niet eenvoudiger op.

Ook Cohens losse leiderschapsstijl ervaren niet alle fractieleden als gemakkelijk. Cohen verzamelt meningen en luistert graag. Dat geeft iedereen de mogelijkheid mee te praten. Sommigen, onder wie Jetta Klijnsma, leven daarvan op. Anderen hebben het daardoor juist moeilijker. Zoals ex-staatssecretaris Sharon Dijksma, inmiddels het langst zittende Tweede-Kamerlid. Ze was invloedrijk toen Ad Melkert fractievoorzitter was, een dwingeland die overal een mening over had. Dijksma anticipeerde daarop en hielp de discipline handhaven. Nu vraagt Cohen aan Kamerleden: „Hoe zou jij het doen?”

Nu de maatschappelijke weerstand tegen de bezuinigingen groeit wordt het vast makkelijker, verwachten Kamerleden. Het creëert draagvlak voor de PvdA en helpt de fractie de activistische rol te spelen waar ze naar op zoek is. Klijnsma: „In februari werd duidelijk dat het kabinet echt ging korten op de huurtoeslag, zorgtoeslag, sociale werkplaatsen, het persoonsgebonden budget, mensen met een beperking. Toen voelde ik in onze fractie oprechte verontwaardiging. Zoiets helpt enorm. Dan is politiek voeren niet abstract meer.”

Het is nu aan de fractie meer met die verontwaardiging doen, zegt communicatiegoeroe Monasch. „We zijn nog niet de geoliede machine die de fractie had kunnen zijn. Je kunt zeggen van hem wat je wilt, maar Tony Blair wist inhoud, campagne en organisatie op elkaar af te stemmen. Hij liet ze in elkaar opgaan, zoals dat hoort bij een politieke machine. Daar zijn wij nog lang niet.”

Oorlog winnen

De eerste tekenen van succes zijn er volgens fractieleden. Zo boekte de partij op 9 juni, precies een jaar na de Tweede Kamerverkiezingen, haar grootste overwinning als oppositiepartij. Een zege die weinigen aan de partij zullen toeschrijven, dat wel. Nederlandse gemeenten wezen het zogeheten ‘bestuursakkoord’ af dat het kabinet wilde sluiten. Dat akkoord moest een groot deel van de uitvoering van de sociale zekerheid afwentelen op gemeenten, met de bijbehorende bezuinigingen van 1,8 miljard. De afwijzing van het akkoord was een gevoelige nederlaag voor het kabinet. En een voorbeeld van geslaagde oppositie, zegt Spekman. „Mariëtte [Hamer, red.] en ik hebben het verzet onder PvdA-wethouders georganiseerd. Dat is 40 procent van alle wethouders in Nederland. We hebben laten zien dat we de kracht kunnen ontwikkelen om slechte plannen tegen te houden. Kijk, zo win je de oorlog.”

Een recenter voorbeeld is de poging het openbaar vervoer in de grote steden in handen van de overheid te houden. Daarvoor heeft de fractie afgelopen woensdag een initiatiefwet ingediend, samen met oppositiepartijen SP, GroenLinks en D66. Daarmee brengt de PvdA aartsvijand PVV in een lastige positie. De gedoogpartner, die zich altijd verzet heeft tegen openbare aanbesteding, moest zich vorig jaar in Den Haag val verdedigen tegen woedende tram- en buschauffeurs. Zij voelden zich „verraden”. Nu moet de PVV bedenken of ze dat nog eens wil meemaken of dat ze met de oppositie meestemmen.

Bij dit georganiseerd parlementair activisme is het wel van belang de PvdA „op de juiste velden” strijdt, aldus Monasch. Dus niet in een twist verzeild raken over ritueel slachten, zoals afgelopen weken. Monasch: „Laten we toch gewoon eens erkennen dat de postmoderne agenda voor ons slechts een schadepost is. Wij moeten het hebben van kwesties waarvan mensen direct zien dat het beter is ze collectief aan te pakken. Uit welbegrepen eigenbelang. Neem ouderenzorg, onderwijs, maar ook veiligheid. De PvdA kan mensen terugkrijgen met het persoonsgebonden budget in de zorg, niet met een verbod op ritueel slachten. Wil dit kabinet de huren laten stijgen omdat de waarde van huizen stijgt? Laat dan zien dat rijke huizenbezitters daardoor weer meer aftrek krijgen.”

Voormalige schuilkerk

Ondanks de huidige maatschappelijke tegenwind, gelooft Monasch erin. „Met een goede organisatie van deze fractie, kunnen we een geweldige oppositionele machine worden.”

En dat ene verhaal dan? Dat is vooral een obsessie van journalisten en andere publicisten, menen veel fractieleden. Op dezelfde dag dat de PvdA met de oppositie het initiatief voor het openbaar vervoer lanceerde, kwam het beschouwende deel van de partij bijeen in een voormalige schuilkerk in Amsterdam, om te praten over het begrip ‘bestaanszekerheid’, en de betekenis daarvan voor de huidige sociaal-democratie. Monasch: „Interessant, vast. Maar laten we eerlijk zijn: dit is een politiek volstrekt onbruikbaar begrip. Wie voelt zich nu bedreigd in zijn bestáánszekerheid? Ja, zekerheid is een cruciaal onderwerp voor ons, maar dat is iets anders. Wij hebben een ongelofelijk talent om over de dingen te praten die kiezers nu juist niet bezighouden.”