Saamhorigheid, traditie, chauvinisme én religie

De grootste processie van Nederland, de Heiligdomsvaart, trekt dit weekend en volgend weekend door Maastricht. De koopzondag moet ervoor wijken, André Rieu niet.

Netherlands, Maastricht, 29.06.2011 Pelgrimstocht met (o.a.) dragersgilde van Sint Pieter ter voorbereiding op de heiligdomsvaart. Pelgrimage with bearerguild of Sint Pieter. foto: Chris Keulen

De namen van Maastrichtse wijken getuigen van een katholiek verleden: Maria berg, Nazareth, Sint-Pieter. Door de laatste buurt trekt woensdagavond, op het feest van Petrus en Paulus, een pelgrimstocht. Een kleine dertig man aan geestelijken, zangers en dragers van heiligenbeelden. En ongeveer net zoveel belangstellenden. Tussen alle vijftigplussers vallen twee jonge leden van het dragersgilde van de Heilige Petrus op.

„Onze vaders deden dit al”, zegt Bas Hendrikx (20). „Ik ben gedoopt en heb mijn communie gedaan, maar in de kerk kom ik alleen met feest- en hoogtijdagen. Missen vind ik niet zo spectaculair. Dit wel.” Koen van der Nut (19) prijst de gezelligheid tijdens de vijf, zes processies per jaar. „En het geeft rust. Tijdens het lopen maak je je hoofd leeg.”

Het dragersgilde bestaat pas drie jaar. De pelgrimstocht is helemaal nieuw. Bedacht als bezinningsmoment voorafgaand aan de Heiligdomsvaart.

Alsof het Rijke Roomse Leven nog bestaat, paradeert de Katholieke Kerk de komende twee zondagen door Maastricht: wierook, gewaden, devotie, kerkschatten, vaandels, muziek. Tweeduizend deelnemers aan de ommegangen, naar verwachting honderdduizend mensen per keer langs de kant.

De traditie begon voor zover bekend in 1391. Eén keer in de zeven jaar trekt de processie door de stad en soms bij dreigende rampspoed: tijdens de Spaanse griep in 1918, tijdens de economische crisis in 1932, aan de vooravond van de eerste Golfoorlog in 1991.

„In essentie is het een feest waarop de trots op het gelovig zijn mag worden uitgedragen”, legt Mathieu Hanneman, deken van Maastricht, uit. De groep toegewijde gelovigen wordt steeds kleiner. „Voor veel andere deelnemers telt de traditie en het saamhorigheidsgevoel. Dat is ook prima. Het woord religie komt van het Latijnse werkwoord ‘religare’, dat verbinden betekent.” Nog een belangrijke beweegreden: het chauvinisme waar de inwoners van de Limburgse hoofdstad bekend om staan. Hanneman: „Het element van Veer zien Mestreech [‘Wij zijn Maastricht’, red.] speelt heel sterk.” Onderzoek naar de Heilig Bloedprocessie in Boxtel toonde aan dat het slechts 10 procent van de deelnemers om het geloof te doen was.

Ook het gedrag van het publiek is veranderd. Peter Nissen, hoogleraar cultuurgeschiedenis van de religiositeit: „Mensen zijn van deelnemer toeschouwer geworden. Vroeger keek je naar de stoet om je er vervolgens bij aan te sluiten. Dat gebeurt nauwelijks nog.”

Joop Meertens (89) liep al in de jaren dertig mee als padvinder in de Heiligdomsvaart. Later waren ook zijn vrouw en kinderen betrokken bij de processie. „Het is een wonder dat de processie nog zo leeft”, zegt hij. Niet alleen is het geloof afgebrokkeld, ook deelname aan verenigingen die een processie schragen is niet meer zo vanzelfsprekend.

Hart van de heiligdomsvaart is een schrijn uit de twaalfde eeuw van koper, kristallen en edelstenen. Het gebeente en kledingresten van de eerste Maastrichtse bisschop Sint Servaas zouden daarin zitten. ‘Zouden’, want twee jaar geleden verscheen een in opdracht van het bisdom Roermond geschreven geschiedenis van de Kerk in Limburg. Daarin staat dat Monulfus, eind zesde eeuw bisschop van Maastricht, de figuur Servatius creëerde rond een al bestaande legende.

Deken Hanneman formuleert het wat diplomatieker: „Fictie, devotie en historie lopen door elkaar heen. Of Servatius echt bestaan heeft, doet er niet zo toe. In zijn persoon vieren we de komst van het christendom naar deze streek. Al in de vijfde eeuw. De rest van Nederland volgde pas drie eeuwen later.” Kerkhistoricus Nissen: „Het is bekend dat een groot deel van de relieken vals is en dat beschrijvingen van heiligenlevens nogal eens bestaan uit elementen uit andere heiligenlevens en verhalen. Ontmythologisering raakt de religieuze praktijk nauwelijks.”

Echt is in elk geval de zogenoemde noodkist waarin de diverse relieken zitten. „De kist wordt beschouwd als een van de hoogtepunten van de Maaslandse kunst”, zegt deken Hanneman. „Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft liever niet dat we ermee de straat op gaan. Maar dat hoort bij de traditie.”

Achter de kist lopen de wereldlijke autoriteiten: vertegenwoordigers van het gemeentebestuur, van de rechtbank. Prominente politici zitten zelfs in de organisatie. De nieuwe Limburgse commissaris van de koningin Theo Bovens (CDA) is al jaren bestuurslid van het Graf van Sint Servaas. Van scheiding tussen Kerk en Staat wordt in Maastricht geen groot punt gemaakt.

Bovenop die sombere perspectieven komen de onthullingen over seksueel misbruik door geestelijken.

Stilletjes blijft deken Hanneman hopen op betere tijden. Conform het thema van de Heiligdomsvaart van dit jaar: „Het licht tegemoet.” De deken van Maastricht vindt het mooi dat de stad nog altijd zoveel respect opbrengt voor de Heiligdomsvaart: „De koopzondag is ervoor verzet.”

De organisatie van de Heiligdomsvaart dreigde wel in de knel te raken toen bleek dat André Rieu al voor de laatste ommegang begint met opbouwen van het podium voor zijn jaarlijkse openluchtconcerten op het Vrijthof. Even dreigde ruzie tussen twee Maastrichtse fenomenen. Het bestuur achter de processie schikte in. De stoet gebruikt het podium van de violist nu als een soort ereboog.

Het tekent de veranderde plek van de Heiligdomsvaart. Het is een evenement tussen alle andere evenementen geworden. „Dat de processie nog zoveel mensen trekt, heeft alles te maken met de festivalisering van de cultuur, met de beleveniseconomie”, denkt de kerkhistoricus Nissen. „Mensen willen wat meemaken. Met enige overdrijving zou je de Heiligdomsvaart en andere processies het bungeejumpen van de Katholieke Kerk kunnen noemen.”