Kamer zou zwaartekracht nog ontkennen

In mijn tijd als stafmedewerker bij de Tweede Kamer zijn de schellen meermaals van mijn klimaatonderzoeksogen gevallen. Als ‘executive secretary’ was ik verantwoordelijk voor het klimaattechnische deel van het rapport van de eerste klimaatcommissie en moest ik de commissieleden (laten) informeren over de wetenschap achter de klimaatproblematiek. Tijdens de vele vergaderingen maakte ik mee hoe Kamerleden het debat – en daarmee het rapport aan de Tweede Kamer – probeerden te beïnvloeden.

Waar ik wellicht het meest van geschrokken ben, is het gebrek aan gevoel voor de hardheid van fysica bij de betrokkenen. Grappend heb ik wel eens tegen voorzitter Van Middelkoop gezegd dat de Kamer zomaar zou kunnen stellen dat zwaartekracht meer een gevoel is dan iets wat gebaseerd is op fundamentele natuurkundige wetten. Of dat de Kamerleden vast dachten dat de uitkomst van een wetenschappelijk congres zou kunnen zijn dat de relativiteitstheorie één mening is uit vele concurrerende. Ook schrok ik van het gebrek aan erkenning van – in dit geval wetenschappelijke – autoriteit.

Ik moest hieraan terugdenken toen ik las dat VVD’er René Leegte impliciet stelde dat het gegeven dat de CO2- productie door de mens de opwarming van de aarde veroorzaakt meer een mening is. En dat het KNMI – een wetenschappelijk instituut– met deze mening de wetenschappelijke en politieke besluitvorming bedreigt (NRC Handelsblad, 28 juni). In de tijd dat ik nog onder de verantwoordelijkheid van een griffier, een Kamerlid, een minister of een SG werkte kon ik het niet zo zeggen. Nu als ondernemer gelukkig wel: wat een ongelooflijk domme uitspraak.

Wieger Fransen

Amsterdam, ex-stafmedewerker Tweede Kamer, ex-klimaatonderzoeker KNMI, ex-coördinator klimaatbeleid voormalig ministerie van Verkeer en Waterstaat