'In elke dikkerd zit een slank persoon'

Bij een broodje zalm en een glaasje water vertelt Weight Watchers-directeur Jeanine Lemmens over afvallen in groepsverband. ‘Wat eet ik en waarom?’

ijna iedereen kent het wel. Toch? Weight Watchers. Afvallen in groepsverband. Elke week wegen, punten tellen. Maar weet iemand nog dat een glas bier of fris vier punten is, en melk maar drie? Onze moeders misschien. Zo vanaf de jaren zeventig was het afvalprogramma dat uit Amerika overkwam behoorlijk bekend in Nederland. Het was een van de eerste en weinige diëten in de tijd dat vrouwen (en mannen) nog iets te dik waren, en niet veel te te dik, zoals nu.

Per week zijn er 50.000 Weight Watchers-bijeenkomsten, waar bijna anderhalf miljoen afvallers naar toe komen. Dat zijn de cijfers wereldwijd, in Nederland zijn er 300 wekelijkse bijeenkomsten, met elk 25 deelnemers. Maar toch, zegt directeur Jeanine Lemmens: „Als een fotocursus zoveel deelnemers had, was die zéér succesvol.” Zij is sinds 2006 directeur Benelux en ik lunch met haar bij de Harbour Club in Den Haag. En, om alle grappen vast voor te zijn: we hebben niet zoveel gegeten, maar dat kwam omdat we al om elf uur hadden afgesproken en we allebei nog geen honger hadden.

Weight Watchers doet wat oubollig aan. Een beetje zoals die sessies van de Anonieme Alcoholisten in Amerikaanse films. „Ik ben ..., en ik eet te veel.” Weet je wat de man van Jeanine Lemmens zei toen ze gevraagd werd directeur te worden? „Ik dacht dat jij een carrière had.” Ze was toen 36 (nu 41), afgestudeerd aan de Hogere Hotelschool, doctorandus in de bedrijfskunde en afgestudeerd registeraccountant, had een topbaan bij Ernst & Young en zat daarna in het management van Center Parcs Europe.

Weight Watchers had een suf imago, dat vond ze zelf ook. „Het bedrijf had een generatie misgelopen, die van mij namelijk.” Sonja Bakker met haar dieetmethode voor de gewone man gaf de doodklap. Wie zou er nog gaan weightwatchen nu sonjabakkeren bestond? Inderdaad, niemand. Jeanine Lemmens zegt het zo: „Weight Watchers had niet alleen een imagoprobleem, maar ook een relevantieprobleem.”

Jeanine Lemmens werd gevraagd de scherven te ruimen. Dat wou ze wel. Weight Watchers is een Amerikaans, beursgenoteerd bedrijf met een wereldwijde omzet van 1,54 miljard dollar, de omzet in Europa ligt rond de 237 miljoen. Het was dus wel degelijk een goede carrièremove. De andere reden was dat eten haar mateloos interesseert. Ze ging ervoor naar de hotelschool, ze leerde het klaarmaken en ze eet het iets te graag op. „Ik ben twee keer in korte tijd twintig kilo aangekomen.” Dat gebeurde telkens als ze stage liep voor de hotelschool, in Zwitserland en in Duitsland. „Nee, ik was niet eenzaam of ongelukkig. Maar wel 18 en voor het eerst ver van huis. Alle remmen los.” ’s Avonds nog even de koelkast induiken om te kijken of er nog wat eetbaars was. De verleidingen van de keuken, met chef-koks die alleen kookten met lekker veel boter en volle room. Die haar weleens zouden leren hoe je echt lekkere mayonaise maakt. „Zo werd er in die tijd gekookt. Verrukkelijk en verschrikkelijk tegelijk.”

Haar twee zussen zijn nooit echt dun geweest, zij wel. „Ik ben lang, deed vroeger aan volleybal en hoor slank te zijn.” Ze viel af door alle boeken over voeding en dieet te lezen die ze kon vinden. „Magisch vond ik dat.” En door de Weight Watchers-puntenlijstjes van haar moeder in te vullen. Op basis van het aantal calorieën kregen etenswaren een aantal punten. Een vrouw van 1,72 meter mag bijvoorbeeld 29 punten per dag ‘eten’. Sinds een jaar baseert Weight Watchers de punten niet meer op calorieën – „Want de ene calorie is de andere niet” – maar op de hoeveelheid vezels, eiwitten en koolhydraten in eten. Fruit en groente (vezels en vitamine) leveren wel calorieën, maar zijn zo gezond en voedzaam dat ze nul punten krijgen. Die mag je onbeperkt eten. De nieuwe punten heten nu ProPoints, maar je moet ze nog steeds tellen.

Voor de tien kilo die ze overhield na de bevalling van haar tweede dochter, nu 2,5 jaar geleden, ging Jeanine Lemmens voor het eerst zelf naar Weight Watchers. „Al onze 120 coaches die bijeenkomsten leiden en deelnemers begeleiden zijn zelf ervaringsdeskundigen. Ik kwam van buitenaf, de meesten dachten dat ik daarom niet kon weten hoe het is om dik te zijn en hoe moeilijk het is af te vallen.” Dus ging ze, terwijl ze dacht alles over eten en diëten te weten, op woensdagochtend naar een groepje in Den Haag, waar ze woont. „Natuurlijk zag ik ertegen op. Ik wist dat er alleen vrouwen zouden komen, want 90 procent van onze leden is vrouw. Wie kunnen er op woensdagochtend? Huisvrouwen. Wat ging ik daar doen? Kletsen? Pfff, dat doe ik wel met mijn vriendinnen.” Ze trof er werkende moeders, met wie ze inderdaad bevriend raakte. En net als elke andere Weight Watcher stond ze, voor de bijeenkomst begon, eerst op de weegschaal. Dat gebeurt niet en plein public, maar heel discreet met alleen de coach als getuige. „En net als iedereen was ik doodzenuwachtig voor dat weegmoment.” En ook zij sloeg de bijeenkomst vlak na Pasen liever over, omdat ze meer tijd nodig had om op gewicht te komen. Leerde ze smoesjes herkennen – ‘Ik ben zoveel aangekomen door het sporten. Spieren zijn zwaar’. „Ik heb een sensor ontwikkeld voor de vrolijke dikzak, die uitstraalt dat dik zijn juist heel gezéllig is. Gelooft die het zelf? In elke dikkerd zit een slank persoon die naar buiten wil. Mensen zetten hun leven stop: ‘Ik ga een partner zoeken als ik dun ben.’ ‘Als ik weer in een bikini pas, ga ik met vakantie.’

Zelf is ze nu op gewicht. Na de zwangerschap had ze een BMI van 24. Met de body mass index kan worden berekend of iemand een gezond gewicht heeft. Een vrouw van 1,72 meter mag tussen de 59 en 72 kilo wegen, dat komt overeen met een BMI tussen de 18 en 25. „Maar geloof me, met een BMI van 25 ben je misschien wel gezond, maar niet gelukkig. Je hebt ook nog zoiets als een esthetische norm.” Nu is haar BMI „21 zoveel”. En, zegt ze, er is niets dat ze niet eet. „Ik ben wel altijd in mijn achterhoofd aan het rekenen. Als ik nu uitgebreid lunch, dan compenseer ik dat meteen vanavond bij het eten.” Dat zal niet hoeven. Na twee glaasjes Spa, kiest ze een broodje met zalm van de kaart.

Weight Watchers, zegt ze, is het meest bekende dieet ter wereld, ook al is het geen dieet. „Alleen al zeggen dat je opdieet gaat, impliceert dat je er ook weer af kan.” Diëten, zegt ze, leidt onherroepelijk tot jojoën, tot frustraties en als je het maar lang genoeg doet tot tekorten. „Weightwatchen is een manier van leven. Om af te vallen, moet je je hele levenstijl omgooien. Altijd. Als je thuis bent, op je werk, op een feestje of met vakantie, waar sommige mensen rustig negen kilo aankomen. Je moet altijd een keuze maken. Wat eet ik en waarom doe ik het?” Vandaar dat Weight Watchers die groepssessies zo belangrijk vindt. „Daar vind je steun. Ook als je allang dun bent, kun je er nog heen om kennis op te doen of om te praten over hoe moeilijk je het soms vindt. Die groepsaanpak helpt. Mijn moeder heeft een heupoperatie gehad. De revalidatie ging in groepsverband. Hup, allemaal die trap op. Niemand wil achterblijven.”

Even zou je vergeten dat Jeanine Lemmens ook gewoon een commerciële ondernemer is. Onder haar leiding is Weight Watchers Benelux weer opgebloeid, vooral in België is de methode populair. Daar zijn ruim 160 coaches en zeker 600 ‘meetings’ per week. „In sommige landen en culturen past ons merk beter. De groepsaanpak ligt de Belgen van nature beter.” In Nederland wordt er bovendien meer gevochten om de diëter. Daarom heeft Jeanine Lemmens ervoor gezorgd dat er net het boek In lijn met je leven van Weight Watchers is verschenen, het eerste in Europa. „Mensen die willen afvallen, gaan zich eerst oriënteren. Dat doen ze op internet, en in de boekwinkel. Je kunt trouwens ook online lid worden en zo een ‘puntenbudget’ voor de week ontvangen, recepten downloaden en contact onderhouden met een coach.” Hoeveel onlineleden er zijn, mag Jeanine Lemmens niet zeggen – dat komt door die beursnotering in Amerika. Maar het zijn er per jaar ongeveer 20.000 tot 30.000.

Zodra Jeanine Lemmens over Weight Watchers praat, begint ze steeds meer Engelse woorden te gebruiken. Komt vast door het Amerikaanse moederbedrijf en de internationale congressen die ze bezoekt. Ze zegt bijvoorbeeld dat de society onze grootse enemy is. Zij denkt dat onze omgeving met altijd overal eten obesitas stimuleert. Een van de onderwerpen van het jaarlijkse obesitascongres in Istanbul waar ze deze maand was: kan de mens eten weerstaan? Dit is wat uit recent Amerikaans onderzoek blijkt: „Bij de ingang van de bioscoop gaven wetenschappers mensen gratis popcorn. De popcorn was heimelijk geprepareerd waardoor die bijna-bedorven smaakte. Alles op natuurlijk.” Nog zoiets: „Ik ben de doelgroep voor eten on-the-go. Altijd onderweg, alles snel snel. Ik val in vakanties juist af, omdat ik dan eindelijk tijd heb om op te letten wat ik eet.”

Als je goed oplet, zegt ze, zijn er overal prikkels die je doen eten. „Op mijn bugaboo-kinderwagen zat een cupholder. Daar kan een flesje water in, maar ook een take-out cappuccino.” Of het mandje brood met boter of olie dat in restaurants ongevraagd wordt neegezet. „Argeloos eet je het op. Waarom? Je gaat toch niet naar een restaurant om brood te eten?” Weight Watchers geeft mensen de strategieën om te navigeren in de wereld van overvloed. „Vraag de ober het broodmandje mee te nemen als je van jezelf weet dat je het altijd leegeet.”

Als het aan Jeanine Lemmens ligt, verkoopt ze die tools om weerstand te bieden aan verleidingen aan nog veel meer mensen. Aan bedrijven. De NS en het ministerie van Justitie huurden al een coach van Weight Watchers in om tijdens de lunchpauze in de kantine te vertellen over de methode. „Zo leuk, collega’s die ineens allemaal de geest krijgen en gezonder gaan leven.” Nee, nee, schudt ze haar hoofd. „Juist niet het aanbod in de kantine aanpakken. Je verandert je eigen gedrag. De wereld om je heen verandert toch niet.”

Weight Watchers wil naar China, Oost-Europa, Zuid-Amerika, waar de dieetmarkt nog klein is en de mensen dik. Kinderen zijn ook een „huge doelgroep”, maar wel een lastige. „De wetenschap is er nog niet uit of het zinvol is om kinderen te laten afvallen.” Er bestaat wel een „family-approach”, waarbij ouders wordt uitgelegd dat ze zelf ook minder achter een beeldscherm moeten zitten, als ze dat van hun kind verlangen. „Niet zelf met chips en bier voor de tv en tegen je kind zeggen ‘neem jij maar een lekker appeltje’.”