Ik eis eerherstel voor Hans Janmaat

Geert Wilders claimt na zijn vrijspraak voorvechter van het vrije woord te zijn. Janmaat is gestorven als een veroordeelde racist. Dat is niet eerlijk, stelt Frénk van der Linden.

Er was eens een man (1) met verwerpelijke opinies. Hij zei: „Zodra wij de mogelijkheid en de macht hebben, schaffen wij de multiculturele samenleving af”. Vanwege die uitlating werd hij veroordeeld tot twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. „Discriminatie van in Nederland aanwezige etnische minderheden”, meende het gerechtshof van Arnhem in de jaren negentig. De Hoge Raad wees in 2003 herziening van het vonnis af, net als het Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.

Er was eens een man (2) met nog veel verwerpelijkere opinies. Hij zei: „De grenzen dicht”, „Geen islamieten meer Nederland in” en „Veel moslims Nederland uit”, want „Nederland is voller dan vol”. Hij zei: „Ik wil moskeeën afbreken”. Hij pleitte voor een ‘kopvoddentaks’. Hij dreigde: „Wie zich niet aanpast, wordt het land uitgezet”. Hij oordeelde dat de Koran „een fascistisch boek” is, vergelijkbaar met Mein Kampf, en dat de islam moet worden beschouwd als „een gewelddadige religie [...], het zit in die gemeenschap zelf”. Hij beweerde bovendien dat Nederland een strijd voert tegen de islam „Wij ons moeten ons verdedigen”. Twee weken geleden werd hij vrijgesproken door de Amsterdamse rechtbank.

Man 1 is Hans Janmaat, verguisd voorman van de Centrumdemocraten, overleden in 2002. Man 2 is Geert Wilders, triomferend leider van de Partij voor de Vrijheid, alive and kicking in 2011.

Wie begin jaren tachtig met notitieblok of cassetterecorder voor een interview op bezoek ging bij Hans Janmaat, parlementariër in wording, kon het beste een wasknijper op zijn neus zetten. ’s Lands dwarsdenker zweette ongenadig en verspreidde onwelriekende opinies. De présence van Janmaat (pukkels, hakkelende spreektrant, kromme rug) werkte ook niet in zijn voordeel. Op de televisie vulde hij zijn ‘Zendtijd voor politieke partijen’ met Fawlty Towers-achtig gestuntel. Tot overmaat van ramp omringde Janmaat zich met schimmige ondernemers en bewonderaars die geen geheim maakten van hun neonazistische sympathieën.

Tijdens het proces tegen Wilders is meermaals geschreven over ‘visionaire geesten als Frits Bolkestein en Pim Fortuyn’ de eerste Nederlandse politici waren die de moed hadden de problemen rond immigratie en integratie aan de orde te stellen. Quod non. Een decennium vóór Bolkestein en vijftien jaar vóór Fortuyn deed Janmaat dat.

Het doorbreken van een maatschappelijk taboe kwam hem duur te staan. Janmaat werd alom uitgemaakt voor dwaallicht. Toen hij en zijn partijgenoten in 1986 een partijbijeenkomst hielden in een hotel in Kedichem, werd dat in brand gestoken door mensen die zich ironisch genoeg ‘anti-fascisten’ noemden. Het zou Wil Schuurman, Janmaats secretaresse en latere echtgenote, een been kosten.

Journalisten die nu met Tweede Kamerleden over de omgang met Geert Wilders spreken, krijgen te horen dat hij weliswaar stuitende opinies verkondigt, maar dat een biertje met hem na een debat ‘o zo gezellig kan zijn’. Premier Rutte heeft diverse keren onder de aandacht gebracht dat zijn gesprekken met Wilders buitengewoon plezierig verlopen. Hans Janmaat daarentegen, kon niet op zulke waarderende woorden rekenen. In de Tweede Kamer behandeld als een melaatse. Als hij het woord voerde, liep de zaal vaak leeg. Zelfs in de wandelgangen kreeg hij geen woord.

Anders dan in het geval van Wilders, stelden Nederlandse rechters zich straf op tegenover Janmaat. In de jaren negentig werd hij meermaals veroordeeld wegens discriminatie van buitenlanders. Hij was volgens hen niet alleen strafbaar op het moment dat hij verklaarde de multiculturele samenleving te willen afschaffen, hij ging in hun ogen óók te ver toen hij zei: ‘Vol is vol.’

Net zomin als Wilders overschreed Janmaat indertijd de cruciale grens: aanzetten tot geweld. Toch werd hij door het Arnhemse hof veroordeeld tot twee maanden voorwaardelijk. Hij zou hebben aangezet tot haat jegens etnische minderheden.

Hans Janmaat geldt tot op de dag van vandaag als racist. Geert Wilders kan daarentegen claimen een voorvechter van het vrije woord te zijn: de Amsterdamse rechtbank omschrijft sommige van zijn uitlatingen als discriminatoir, maar acht die onder meer geoorloofd omdat het maatschappelijk debat al jaren hevig is. Daarom zou grote speelruimte gerechtvaardigd zijn.

Lag het allemaal fundamenteel anders toen Janmaat schuimbekkend door het land trok? Nee natuurlijk. Justitie blijkt modegevoelig. In het verleden heeft het Openbaar Ministerie mensen die stevige kritiek hadden op migranten gecriminaliseerd, en rechters gingen te makkelijk mee in die trend. Wie de moed had zich daar openlijk tegen uit te spreken (hoogleraar staatsrecht Erik Jurgens en politicoloog Meindert Fennema voorop), werd gehoond. Collaborateurs.

„Janmaat had gewoon het politieke tij tegen”, zijn veroordeling is „een schandvlek op de Nederlandse democratie”. Dat zei voormalig PvdA-minister Bram Peper jaren geleden al in Nieuwe Revu. Paul Scheffer, auteur van het roemruchte NRC-essay over ‘Het multiculturele drama’ sprak in hetzelfde blad over „een politiek gekleurde veroordeling”. Hij voegde daaraan toe: „Het vonnis van de rechter lijkt mij niet verdedigbaar. Ja, eigenlijk zou het terug moeten worden gedraaid.”

Nu Geert Wilders is vrijgesproken, verdient Hans Janmaat postuum eerherstel. Je hoeft het niet met hem eens te zijn om dat vast te stellen. Of willen we een land waarin rechtsongelijkheid heerst? Hier lijkt een mooie taak weggelegd voor de leider van de Partij voor de Vrijheid, die elke gelegenheid aangrijpt om te hameren op het geschonden vertrouwen in de rechtsstaat.

Frénk van der Linden is schrijver en journalist.