'Hoge ambities maar middelen ontbreken'

Het hoger onderwijs moet strenger selecteren en goede opleidingen mogen meer collegegeld vragen. Staatssecretaris Zijlstra presenteerde zijn agenda.

Den Haag. Studentenbond LSVb windt er geen doekjes om: zij zijn zeer teleurgesteld over de strategische agenda voor het hoger onderwijs die staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs, VVD) gisteren heeft gepresenteerd. De bond heeft vooral bezwaar tegen het feit dat hogescholen en universiteiten voor hun beste opleidingen een hoger collegegeld mogen gaan vragen. Daarmee belemmert Zijlstra de toegankelijkheid van het hoger onderwijs, zegt voorzitter Pascal ten Have. „Studenten moeten altijd een goede opleiding kunnen volgen, ook als zij niet zo veel geld hebben.”

Zijlstra reageert verbaasd op deze kritiek van de LSVb. Want, zegt hij, studenten vragen toch al jaren om beter onderwijs? „Nu gaat dat er komen, en dan is het weer niet goed. Als je tot een excellente opleiding wordt toegelaten – want alleen die mogen meer collegegeld vragen – dan is het toch niet meer dan redelijk dat je daarvoor betaalt? Al die extra onderwijsinspanningen kosten natuurlijk wel geld. En vergeet niet: je carrièreperspectief gaat er enorm op vooruit als je zo’n studie hebt gedaan.”

Het kabinet verwacht dat ongeveer 10 procent van de opleidingen uiteindelijk een traject voor excellente studenten zal krijgen, benadrukt Zijlstra. „Dat betekent dat 90 procent van de studies gewoon voor iedereen toegankelijk is, tegen het reguliere collegegeld. En ook bij die opleidingen zorgen we ervoor dat het niveau omhoog gaat.”

Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) heeft ook kritiek op bepaalde aspecten van Zijlstra’s plannen, maar is tevreden dat het kabinet universiteiten en hogescholen gedeeltelijk gaat bekostigen op basis van de kwaliteit van het geboden onderwijs.

Nu vindt de financiering nog plaats aan de hand van studentenaantallen en het aantal uitgereikte diploma’s. „Het ISO is blij met deze stap”, zegt voorzitter Sebastiaan Hameleers. „Het onderwijs komt door deze nieuwe manier van bekostiging meer centraal te staan en dat is een goede zaak.”

Van universiteiten en en hogescholen wordt verwacht dat ze straks meer lesuren gaan aanbieden en dat het niveau van het onderwijs omhoog gaat. Daarnaast moeten studenten beter worden begeleid, zodat studie-uitval wordt teruggedrongen. Hogescholen en universiteiten moeten zich ook gaan profileren ten opzichte van elkaar: iedereen moet alleen doen waarin hij het beste is.

De Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) reageert positief op de plannen van het kabinet. De universiteiten zijn bereid om afspraken te maken over hun prestaties in ruil voor verruiming van mogelijkheden voor selectie aan de poort en collegegelddifferentiatie, zegt VSNU-voorzitter Sijbolt Noorda. „Daarbij is wel realisme geboden, zolang middelen om de hoge ambities van dit kabinet te realiseren ontbreken.”

Want extra geld om het onderwijs te verbeteren, is er voorlopig niet. De 310 miljoen euro die het kabinet uittrekt voor instellingen die erin slagen zich te profileren en hun onderwijsniveau te verhogen, wordt onder meer gefinancierd door een korting van 190 miljoen euro op het budget van hogescholen en universiteiten.

De universiteiten voelen wel voor kleinschalige onderwijsvormen, waarbij een docent intensief lesgeeft aan een beperkt aantal studenten. Maar dit soort onderwijs is alleen mogelijk „als de financiële condities verbeteren”, zegt Noorda.

Zijlstra vindt dat de onderwijsinstellingen niet „uit een reflex” om meer geld moeten vragen. „We gaan het onderwijs anders inrichten, zodat er efficiënter wordt gestudeerd. Daardoor vallen er minder studenten uit. Omdat op deze manier schaarse middelen beter worden besteed, kan het niveau van het onderwijs omhoog zonder dat daar meteen meer geld voor nodig is.”

De sprong naar de mondiale top vijf van kenniseconomieën kan echter niet gemaakt worden zonder extra investeringen, concludeerde ook de commissie-Veerman die vorig jaar de toekomstbestendigheid van het Nederlands stelsel van hoger onderwijs onderzocht. Zijlstra is zich daarvan bewust, zegt hij.

„Dit kabinet heeft te maken met een bezuinigingsopdracht, dat is nu eenmaal zo. Maar ik geef in de strategische agenda duidelijk aan dat er in de toekomst geld bijmoet als we bepaalde doelen willen halen. We beginnen nu met de maatregelen die geen extra geld kosten, maar wel meteen vruchten afwerpen.”