Hbo-opleidingen waren succesvol, tot het hbo moest worden verbeterd

Opeens deden we alles helemaal verkeerd

Marcel Wintels komt terug op het competentiegericht leren, blijkt uit NRC Handelsblad van 22 juni. Wintels, nu bestuursvoorzitter van de Fontys Hogeschool, was eind jaren 90, begin deze eeuw voorzitter van het College van Bestuur van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Hij voerde rond 2002/2003 het competentiegericht onderwijs in.

Wij hadden toentertijd een ijzersterke opleiding maatschappelijk werk & dienstverlening. Deze behoorde tot de topvijf in Nederland. Ze was theoretisch goed onderbouwd. We hadden een prima koppeling met de beroepspraktijk. We gaven veel contacturen, om beroepsvaardigheden aan te leren. Lees het visitatierapport maar na.

„We gaan het allemaal anders doen”, hoorden we toen na de zomervakantie van een figuur die wij niet kenden. Ingehuurd door Wintels peperde hij ons in dat we het tot dan toe allemaal verkeerd hadden gedaan. Onze studenten waren consumenten geworden. We hadden hun niet geleerd om zelf na te denken. We hadden hen bedolven met theoretisch noties. Daar zit de beroepspraktijk niet op te wachten. We hadden hun geen samenwerkingsvaardigheden aangeleerd – et cetera. Onze gewaardeerde opleiding werd volledig afgebrand. Helemaal opnieuw beginnen, was het devies van die ingehuurde figuur. Het competentiegericht onderwijs was de enige juiste oplossing.

Wat deden wij, als uitvoerende docenten? We zijn na wat gemor als makke schapen meegegaan met deze heilloze ontwikkeling. In onderwijsland hebben bestuurders en managers al decennia de macht.

Wintels zelf heb ik in dat jaar nooit gezien en in de jaren daarna trouwens ook nauwelijks. Formeel was hij de hoofdverantwoordelijke voor de ‘vernieuwing’. Het zou hem sieren als hij zijn eigen rol in deze miskleun eens onder de loep zou nemen in plaats van met ideeën te komen hoe het allemaal – weer – anders moet.

Paul Wouters

Oud-docent Hogeschool van Arnhem & Nijmegen

Perverse prikkels

In het artikel ‘Hoe het hbo de vakdocent verjoeg’ (NRC Handelsblad, 22 juni) worden enkele factoren genoemd die hieraan hebben bijgedragen. Het ging evenwel al eerder mis in het hbo – bij het opheffen van de vakgroepen en het instellen van onderwijsteams. Het opheffen van de vakgroepen heeft geleid tot het verschralen van de kennis van vakdocenten, al zal niemand dit willen toegeven. Het instellen van teams leidde tot perverse prikkels. Teams worden afgerekend op de verblijfsduur van studenten en slagingspercentages. Als hogeschooldocent ben ik diverse malen onder druk gezet om studenten toch te laten slagen, ondanks evident onvoldoende kwaliteit van het werk.

Een zeer belangrijk nadeel van competentiegericht onderwijs is onbenoemd gebleven – het meeliftgedrag van studenten. Een zeer groot deel van het onderwijs bestaat uit het maken van opdrachten in groepen van studenten. Voor docenten zijn grote groepen gemakkelijk. Het is minder werk. Voor studenten idem – elke groep bevat immers wel een goede student, die het werk doet.

Het kan dus voorkomen dat een student in zijn hele studieloopbaan nog nooit iets zelfstandigs heeft gedaan. Als deze student voor het eerst iets alleen moet doen, bijvoorbeeld de eindscriptie, valt hij na vier à vijf jaar pas door de mand. Dan zie je weer de drive van de opleiding om de student toch te laten slagen.

Louis Ekstein

Rijswijk