Halbe Zijlstra kan wél luisteren

De voorzitter van de Raad voor Cultuur maakte gisteren haar vertrek bekend. Staatssecretaris Zijlstra had haar belangrijkste adviezen genegeerd. Naar wie luistert hij dan wel?

Elke aantredende bewindspersoon voor Cultuur krijgt een uitnodiging van Evert van Straaten. Zo ook Halbe Zijlstra. Na enige aarzeling reisde de staatssecretaris begin dit jaar naar Otterlo, waar Van Straaten al twintig jaar directeur is van het Kröller-Müller Museum. „Ik heb hem overgehaald door te zeggen dat ik wilde bedanken voor de bijdrage aan The Paintings (with us in the nature) van Gilbert & George”, zegt Van Straaten. „Ik wilde laten zien dat een museum meer is dan een schilderij ophangen en kaartjes verkopen. Wij hebben al stevig bezuinigd en ik heb verteld wat dat heeft betekend. Zijlstra bleef meer dan drie uur, stelde de goede vragen en luisterde. Ik heb hem er helaas niet van kunnen overtuigen minder te bezuinigen.”

Deze week schreef Van Straaten een column waarin hij zich keerde tegen de bezuinigingen. „Het gaat me om het beleid”, zegt hij. „Op de persoon is niets aan te merken.”

Van Straaten beschrijft Halbe Zijlstra zoals velen in de kunstwereld die hem leerden kennen. Als een man die luistert, scherpe vragen stelt en inmiddels zeer goed op de hoogte is. „Zijlstra heeft zich heel snel ingewerkt door handig gebruik te maken van zijn ambtenaren en van het veld”, zegt Toine Berbers, directeur van de Vereniging van Rijksmusea. Ook Hans Onno Van den Berg, directeur van de Vereniging van Schouwburgen en Concertgebouwdirecties, viel het op hoe snel de staatssecretaris zich inwerkte. „Hij heeft veel rondgereisd en zich breed geïnformeerd. Het tweede gesprek waar ik bij was vroeg hij nauwelijks iets aan zijn ambtenaren, hij deed het vrijwel uit zijn hoofd.” Directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum ontmoette Zijlstra ook al vrij snel: „Hij kwam in zijn eerste maand om de verbouwing te bekijken. Hij zei niet veel, hij luisterde vooral. Ik kreeg de indruk dat hij open stond voor wat we zeiden.”

Zijlstra? Luisteren? Hij luisterde niet naar kunstenaars die hem bij demonstraties tegen bezuinigingen uitmaakten voor Halbe de Sloper, Halbe Gare, Halbekrats of Halve Zool. Hij luisterde niet naar de Raad voor Cultuur die eind april adviseerde de bezuinigingen van 200 miljoen in fasen door te voeren en deze over alle sectoren te verdelen. Zijlstra had gevraagd om scherpe keuzes en schoof dit advies terzijde. Naar wie luistert de staatssecretaris dan wel?

Jan Riezenkamp, directeur-generaal OCW van 1982 tot 2003 noemt de manier waarop Zijlstra omging met het advies van de Raad voor Cultuur ongekend. „Die 200 miljoen was een geloofsartikel, er was geen enkele ruimte. Dat heb ik niet eerder meegemaakt. De tijd van het poldermodel is voorbij in de cultuur.” Deze week werden Zijlstra’s voorstellen vrijwel ongewijzigd door de Tweede Kamer aangenomen. Gisteren maakte de voorzitter van de Raad voor Cultuur, Els Swaab, bekend dat ze opstapt, net als de veertien man van de commissie podiumkunsten.

Zijlstra heeft na zijn aantreden in oktober vorig jaar aanvankelijk afstand bewaard tot de kunstenaars en hun instellingen. Hij heeft gewacht met uitgebreid bezoek aan musea, orkesten, ballet- en theatergezelschap tot hij een overzicht had, zegt Monique Vogelzang, directeur Kunsten bij het ministerie. Juist omdat hij harde keuzes moet maken en niet van voorkeuren beschuldigd wilde worden. Hij wilde niet worden als zijn voorganger Plasterk, voor wie Zijlstra zelf de bijnaam ‘minister van feesten en partijen’ verzon.

Om zijn onbuigzame houding inzake de bezuinigingen is Zijlstra wel aangezien voor een zetbaas van de PVV, die uit rancune tegen ‘de linkse elite’ de kunstsector om zeep zou willen helpen. In het verkiezingsprogramma van de PVV wordt voorgesteld álle subsidies aan de kunst af te schaffen en alleen musea te sparen. Maar iedereen die het verkiezingsprogramma van Zijlstra’s eigen VVD heeft gelezen, had voorbereid kunnen zijn op deze storm. De partij schreef dat „een terugtredende, krachtige en kleine overheid in de visie van de VVD weer orde op zaken kan stellen en de directe relatie kan herstellen tussen de mensen die cultuur maken en zij die ervan genieten.” In het programma wordt een grotere rol voor private financiers bepleit en gesteld dat culturele instellingen een groter deel van hun inkomen zelf moeten verwerven. Dat is de agenda die Zijlstra uitvoert, zegt Bart de Liefde, Kamerlid en woordvoerder cultuur namens de VVD. „Hij doet wat in het regeerakkoord staat en dat staat weer grotendeels in het VVD-verkiezingsprogramma. Daarin zijn we consistent sinds 2008.”

Maar Zijlstra is meer dan een uitvoerder, hij gelooft in minder overheidsbemoeienis, zegt Jan Driessen die in 2006 lid was van het VVD-campagneteam. „Halbe Zijlstra viel toen al positief op door zijn drive voor het liberale gedachtegoed: niet te veel regels en afhankelijkheid van de overheid.’’ Dat Zijlstra deze bezuinigingen nu doorvoert, verbaast Driessen niet. „Het besef dat het beter wordt in de kunstwereld als instellingen zich op eigen kracht ontwikkelen, zit bij hem diep geworteld.”

Belangrijk bedenker van het huidige VVD-kunstbeleid is Han ten Broeke. Dit Kamerlid kreeg begin 2008 het woordvoerderschap cultuur in de VVD-fractie en spendeerde de zomer dat jaar met zijn medewerkers aan een studie naar de cultuuruitgaven. Ten Broeke had net als andere fractieleden de harde opdracht van partijleider Mark Rutte gekregen in een tegenbegroting aan te geven hoe de overheid fundamenteel met 10 tot 15 procent teruggebracht kon worden.

Ze keken hoe de cultuuruitgaven zich historisch hebben ontwikkeld en vergeleken ze met Duitsland, Frankrijk en België, waar culturele instellingen veel minder subsidie-afhankelijk zijn. De eigen inkomsten van Nederlandse kunstinstellingen konden omhoog, vond Ten Broeke. Hij vroeg zich af of Nederland werkelijk meer symfonie-orkesten dan andere landen moet hebben, maakte voorstellen om het geven aan culturele instellingen te stimuleren en was voorstander van het terugbrengen van het aantal subsidiefondsen.

Zijlstra’s ambtenaren hebben zich zo aan de missie van Rutte gewijd. „Wij hebben de plannen uitgewerkt”, beaamt directeur Kunsten Vogelzang. Afgelopen maandag zat zij bij het Algemeen Overleg met de Tweede Kamer naast de minister met haar adjunct Henri van Faassen en directeur Cultureel Erfgoed Sander Bersée. Zij zijn typische carrière-ambtenaren. Vogelzang werkte na haar studie Kunst- en Cultuurwetenschappen eerst bij de gemeente Rotterdam en bekleedde daarna verschillende functies op het ministerie van OCW. In 2009 werd ze directeur Kunsten. Jurist Van Faassen bekleedde vooral financiële functies binnen dat ministerie, voor hij vorig jaar adjunct-directeur werd. Als belangrijkste hobby geeft hij in zijn LinkedIn-profiel op ‘snowboarden, snowboarden en nog eens snowboarden’, en theater- en kroegbezoek. Socioloog Bersée werkte op diverse ministeries totdat hij in 2004 directeur Cultureel Erfgoed werd. Hun baas Judith van Kranendonk, directeur-generaal Cultuur en Media, werkte hiervoor bij het busbedrijf van het Gemeentelijk Vervoerbedrijf in Amsterdam.

Er zijn op het ministerie steeds meer ‘procesmanagers’ en „steeds minder mensen met inhoudelijke deskundigheid”, zegt oud-directeur-generaal Riezenkamp. „De laatste mensen met deskundigheid zijn zo ongeveer met pensioen.” Hun loyaliteit is vanzelfsprekend. „Zo hoort dat in een ambtelijke organisatie. Je werkt mee of je zoekt iets anders.”

Zo is er eigenlijk niet één invloedrijke adviseur aan te wijzen van Zijlstra. Hij shopt zijn ideeën bij elkaar. Eind januari sprak hij een uur met kunsteconoom Pim van Klink. Die had een maand eerder op uitnodiging tijdens de Partijraad van de VVD gepleit voor het Engelse stelsel dat een hoger publieksbereik haalt terwijl de overheid meer op afstand staat. Van Klink stelt dat ondernemerschap in de kunsten alleen bevorderd kan worden door het huidige systeem overboord te gooien. „Toen ik zei dat hij een andere weg moest inslaan om echt iets te veranderen, keek Zijlstra me verrast aan. Aan het eind van het gesprek zei hij dat er nog contact zou zijn, maar ik heb nooit meer iets gehoord.”

Ook volgens Van Klink, zelf ooit werkzaam op het ministerie, laat Zijlstra zich beïnvloeden door zijn ambtenaren, die binnen de kaders van het systeem, de huidige wet denken. Uiteindelijk brandde Van Klink Zijlstra’s nota in diverse artikelen af omdat de staatssecretaris de kunsten op nog veel grotere afstand van de overheid zou moeten zetten als hij ze echt ondernemend wil krijgen.

Met culturele lobby-organisaties heeft de staatssecretaris vanaf het begin contact gehouden. „Toen hij net was aangetreden zei hij nadrukkelijk dat hij zich breed wilde laten adviseren en niet alleen door de Raad van Cultuur”, zegt Hans Onno van den Berg, behalve VSCD-voorzitter ook voorzitter van de Federatie Cultuur waarin alle werkgeversverenigingen uit de cultuursector zich gebundeld hebben. De Federatie stuurde in april een brief met dertien aanbevelingen, waarvan acht „min of meer zijn gehonoreerd”. Van den Berg: „Wij hebben voorgesteld om, als het niet anders kon, te bezuinigen op ondersteunende instellingen als sectorinstituten. Ook hebben we gepleit voor vermindering van de versnippering door grotere instellingen de functie van talentontwikkeling over te laten nemen van productiehuizen.” In Zijlstra’s nota krijgt geen van de 21 productiehuizen nog structurele steun. Natuurlijk zijn die ideeën niet nieuw, zegt Van den Berg: „Als Federatie blazen we mee in een wind die al was opgestoken.”

Zijlstra haalt ook uit het buitenland ideeën, bijvoorbeeld voor meer ondernemerschap. Half mei organiseerde OCW daarover een symposium met Cultuur-Ondernemen, een organisatie die kunstenaars en culturele instellingen ondersteunt. Zijlstra was zeer betrokken bij de inhoud, zegt Marianne Berendse, directielid van Cultuur-Ondernemen. Hij droeg sprekers aan onder wie Lynn Stirrup, een consultant uit New York, gespecialiseerd in fondsenwerving, die sprak over de ‘culture of asking’ („je moet tegen je donateurs zeggen dankjewel, dankjewel en nog eens dankjewel”).

Zo filtert Zijlstra uit alle adviezen wat hij gebruiken kan. De rest legt hij naast zich neer. Hij houdt zich onverstoorbaar aan zijn agenda van 200 miljoen bezuinigingen. Maar de afstand tot de culturele sector is groot, misschien wel te groot geworden. Dat constateert ook partijgenoot Jan Driessen, tegenwoordig directeur communicatie bij Aegon. Driessen was dit voorjaar adviseur van de Raad voor Cultuur en hield daarom bewust afstand tot Zijlstra. Nu wil hij wel wat „goedbedoelde raad van een oudere communicatieman” geven: „Zijlstra had zijn heldere visie en zijn daadkracht met minder harde toon moeten presenteren. Daarmee heeft hij onnodig mensen van zich vervreemd, zoals de Raad voor Cultuur.”