Formules voor het paradijs op aarde

Auteur: Peter van der WelTitel: Economie voor Wereldverbeteraars – Hoe we allemaal rijk en gelukkig kunnen wordenUitgever: Het Tweede GezichtISBN 978 94 6141 001 6, 207 blz. € 14,95

Ambitie of argeloosheid? Een combinatie van beide denk je bij een ondertitel als Hoe we allemaal rijk en gelukkig kunnen worden, een dapper boekje van organisatieadviseur Peter van der Wel. Het land zucht onder bezuinigingen, de dreiging van een financiële apocalyps is bepaald niet afgewend. Om dan eens te filosoferen over een totaal andere economie – het lijkt op zijn zachtst gezegd vergezocht.

Toch is er behoefte aan en rechtvaardiging voor dit soort boeken. Behoefte: dit boekje verscheen eerst online op de manuscriptensite schrijversmarkt.nl. Van der Wel kreeg snel voldoende ‘supporters’ bij elkaar die ieder vijf euro betaalden om het op papier te laten uitgeven. Rechtvaardiging: de ondertitel mag dan aan een sprookje doen denken, onze economie laat zich allengs slechter verenigen met de draagkracht van de aarde. De vraag of het beter kan, is dus alleszins gerechtvaardigd.

Van der Wels boekje leest als een powerpointpresentatie. In korte hoofdstukjes behandelt hij de nadelen van onze consumptie-economie en geeft uiteindelijk – met behulp van uitleg en formules – een voorzet voor een duurzaam economisch model. Aardig is zijn brede blik: niet alleen Adam Smith, Jeremy Bentham en John Maynard Keynes passeren de revue, maar ook de klassieke filosoof Epicurus, die behoeftebevrediging afzette tegen de voordelen van onthechting.

Van der Wel begint bij de klassieker van de gelukseconomie. Ongelukken in de ochtendspits zijn goed voor de economie maar slecht voor het menselijk welbevinden. Welzijn, sociale rechtvaardigheid, sociale samenhang duurzaamheid en milieubehoud vallen nu buiten de nauwe mal van het economische denken. Van der Wel pleit er in navolging van andere tegendraadse economen, zoals de Brit Tim Jackson (Prosperity without Growth) en de Amerikaanse Juliet Schor (Plenitude) voor de zogeheten ‘externalities’ op te nemen in economische modellen. Sterker, om welvaartsgroei in derde wereldlanden toe te laten en een wereldbevolking van 9 miljard te accomoderen zonder dat we onze ecosystemen en daarmee onszelf vernietigen, zullen we vervuiling en uitstoot met maar liefst 95 procent moeten terugbrengen.

„In theorie is dat eenvoudig, we moeten het alleen maar willen”, schrijft Van der Wel. Hij zet in op consumptievermindering, Cradle-to-Cradle technologieën en productievermindering. Maar Tim Jackson toont aan dat efficiëntere technologie doorgaans leidt tot meer gebruik. De ‘technofix’ is een mooie droom, maar wel een droom.

Wetgeving dan? Een van de eenvoudige manieren om een omslag te bereiken, lijkt een hervorming van het belastingstelsel, zoals bijvoorbeeld ook voormalig staatssecretaris van economische zaken Willem Vermeend bepleitte in De Wij-economie. Vermindering van de belasting op arbeid en verhoging van die op kapitaal en goederen zou arbeid goedkoper maken. Het zou ook schelen als het gaat om verspilling: reparaties worden goedkoper, spullen duurder. „De enigen die daarvan nadeel ondervinden, zijn de kapitaalbezitters”, schrijft Van der Wel. En vervolgt: „Bezitten die zoveel macht dat ze dit tegen kunnen houden?” Het antwoord hierop is natuurlijk: ja.

Zo is het met veel in Economie voor wereldverbeteraars. Van der Wels eenvoud en helderheid ontaarden menigmaal in simplisme. Maar zijn verdienste is dat hij zich tenminste systematisch verdiept in de fundamentele problemen van ons economische stelsel en kijkt hoe je nu moeilijk meetbaar geachte zaken als welbevinden, verspilling en vervuiling wél zou kunnen verdisconteren. Dit zijn vraagstukken waarvan je zou verwachten dat politici en economen zich er voortdurend toe verhouden. Zolang ze dat niet doen, is dit een waardevol boekje.

Maartje Somers