Een 'ja' voor de grondwet is stem voor het paleis

Marokko stemde gisteren over de nieuwe grondwet: het antwoord van koning Mohammed VI op het straatprotest. Tegenstanders boycotten het referendum.

De koning maakte geen geheim van zijn voorkeur: Mohammed VI stemde gisteren in Rabat ‘ja’ in het referendum over de nieuwe grondwet. De grondwetsherziening is dan ook het antwoord van de monarchie op de aanhoudende protesten die Marokko sinds 20 februari dit jaar teisteren.

„Nog vóór de campagne goed en wel was begonnen, heeft de koning de mensen al opgeroepen om ja te stemmen. Daarmee heeft hij er een referendum voor of tegen de koning van gemaakt”, zegt Youssef Mezzi van de ‘Beweging van 20 februari’.

Mezzi zegt dat de grondwet die nu voorligt „niet is wat het Marokkaanse volk wil”. Maar zelfs de protestbeweging gaat ervan uit dat het ja-kamp zonder probleem gaat winnen. Daarom is onder de slogan Mamsawtinch! (Wij gaan niet stemmen!) opgeroepen tot een boycot. „Wij vragen de mensen om niet te gaan stemmen omdat deze grondwet aan geen enkele van onze eisen tegemoetkomt”, zegt Mezzi.

De voornaamste eis van de protestbeweging was dat Marokko een parlementaire monarchie zou worden. Marokko heeft wel een parlement en politieke partijen, maar iedereen weet dat het uiteindelijk toch de koning en zijn entourage zijn die de beslissingen nemen. Een andere eis was dat het maatschappelijke middenveld zou meewerken aan het herschrijven van de grondwet.

In plaats daarvan kwam de Makhzen, zoals de koning en zijn entourage hier worden genoemd, op 17 juni met een eigen grondwetsherziening, die in recordtempo aan de bevolking is voorgelegd. Een van de veranderingen is dat de koning niet langer zomaar iemand mag aanwijzen als eerste minister. Hassan II, de vader van de huidige koning, zei ooit dat hij desnoods zijn chauffeur zou benoemen. Dat kan niet meer: de premier moet nu uit de grootste politieke partij komen.

In de praktijk verandert dat weinig, schrijft Ahmed Benchemsi, ex-hoofdredacteur van het kritische tijdschrift TelQuel. „De premier is nog altijd met handen en voeten gebonden aan het paleis. Hij mag niet eens zijn eigen ploeg samenstellen; hij mag hooguit een namenlijst voorstellen aan de koning.”

De koning zelf mag naar believen de regering herschikken: hij moet daarover wel overleggen met de premier, maar niets verplicht hem om ook rekening te houden met diens mening. De koning blijft ook de baas over justitie, veiligheid en leger, en hij is nog altijd de opperste religieuze autoriteit.

Op sommige vlakken is er zelfs sprake van achteruitgang, zegt activiste Zineb El Rhazoui. „De koning is nu ook voorzitter van de Hoge Raad van de Ulema’s, het orgaan dat de fatwa’s uitspreekt. Er is dus minder dan ooit sprake van een scheiding tussen religie en staat.”

Volgens El Rhazoui en andere activisten heeft de Makhzen in de aanloop naar het referendum niet alleen een felle mediacampagne gevoerd voor het ja-kamp, maar ook het geweld aangewakkerd tegen de actievoerders. „Op de dag dat de koning het referendum aankondigde, is een actievoerder in Rabat bijna gelyncht door een meute die hem wilde verplichten trouw te zweren aan God, koning en grondwet. Zelf sta ik op een internet-lijst van een 40-tal zogenaamde vijanden van Marokko”, zegt El Rhazoui. Volgens hem krijgen baltagia’s (knokploegen) 50 tot 200 dirham (5 tot 20 euro) toegestopt van het regime om de actievoerders te lijf te gaan.

Maar veel Marokkanen hoeven helemaal geen geld te krijgen om enthousiast actie te voeren voor het ja-kamp. De beweging Maktich Bladi (‘Blijf van mijn land af’), die het licht zag na de terreuraanslagen in Casablanca in 2003, heeft zich voluit achter de ja-campagne geschaard. „De verandering waarover de Beweging van 20 februari het altijd heeft, daar zitten wij Marokkanen nu juist al middenin”, zegt Mouna Abdelmounem van Maktich Bladi. „Marokko is niet te vergelijken met Tunesië, Egypte of Libië”, zegt Abdelmounem. „Wij hebben hier geen revolutie nodig. Het is juist veel beter om de verandering beetje bij beetje door te voeren.”

Dat velen in het ja-kamp ironisch genoeg juist tegen het straatprotest waren waarop de nieuwe grondwet een antwoord wil zijn, is de jongeren niet ontgaan. Maar Abdelmounem ziet het anders. „Ik denk dat dit hoe dan ook zou zijn gebeurd, met of zonder de Beweging van 20 februari. Onze koning heeft naar zijn volk geluisterd, en wat vandaag aan de bevolking is voorgelegd is een grondwet voor en door de Marokkanen.”

Omdat het nee-kamp in Marokko eigenlijk niet meedoet, is vooral de opkomst doorslaggevend. In een land waar opiniepeilingen over de populariteit van de monarchie normaal verboden zijn, vervult het referendum precies die rol. In het verleden was de verkiezingsopkomst in Marokko altijd erg laag: bij de parlementsverkiezingen van 2007 kwam slechts 37 procent opdagen. Gisteravond lag die volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken op 70,7 procent.

Maar in Casablanca leek het er geenszins op dat de opkomst massaal was. De meeste stembureaus lagen er rustig bij. Er stonden wel lange rijen bij de wedkantoren voor voetbalwedstrijden en bij de consulaten van westerse landen. De definitieve uitslag wordt op zijn vroegst maandag verwacht, nadat ook de Marokkanen in het buitenland hun stem hebben uitgebracht.