Dit is geen gewone politieke tijd, dit is de tijd van de ééntweetjes

De gedoogde coalitie is minder wankel dan verwacht. De op het oog broze constructie leidde dit eerste jaar tot een nieuwe vorm van machtspolitiek bedrijven: verbondjes sluiten.

Jarenlang klonk op het Binnenhof de klacht dat het parlement er niet meer aan te pas kwam als de kabinetsformatie eenmaal achter de rug was. In een gedetailleerd regeerakkoord was bijna alles dichtgetimmerd. En wat niet vast lag, werd weg gemasseerd in het Torentje van de premier en de andere achterkamers van de coalitie. Maar dat was in gewone tijden. Dit is geen gewone politieke tijd. Dit is de tijd van de ééntweetjes.

Dat gaat bijvoorbeeld zo: Jeroen Dijsselbloem van de PvdA maakte de afgelopen weken geregeld een wandelingetje naar de kamer van Elbert Dijkgraaf, de tweede man van de SGP. Ze kunnen het goed vinden en over veel details van het onderwijsbeleid zijn ze het eens. Dijsselbloem wil twee scholen voor zwaar epileptische leerlingen vrijwaren van bezuinigingen. Als hij een SGP’er achter zich krijgt, heeft hij meer kans op succes. Een minister neemt het dan net iets serieuzer, zeker als het een kwestie is die voor de SGP van groot belang is.

Van dag tot dag, per afzonderlijk onderwerp, zagen we in het eerste seizoen van het kabinet-Rutte dit soort allianties en verbondjes in de Tweede Kamer. Veel afspraken liggen vast in het regeer- en vooral in het gedoogakkoord, maar lang niet alles. Nog een voorbeeld: Alexander Pechtold (D66) en Frans Timmermans (PvdA) wisten het kabinet aan te sporen in te spelen op de Arabische opstand. Met een motie kregen ze 7 miljoen euro los „ter ondersteuning van democratische krachten”.

Het eerste parlementaire jaar met een minderheidskabinet is deze week afgesloten. In voorgaande kabinetsperiodes wilde in zo’n week de spanning in Den Haag nog wel eens fors oplopen. Eind juni 2006 viel het kabinet-Balkenende II zelfs over het paspoort van Ayaan Hirsi Ali. Zomer 2007 kwam een meningsverschil tussen CDA en PvdA over het ontslagrecht aan de oppervlakte.

Zo niet in 2011. Het kabinet kwam deze week zelfs nog met een verrassing: een lagere overdrachtsbelasting. Het minderheidskabinet met de omstreden gedoogsteun toonde zich de eerste negen maanden stabieler dan menigeen had gedacht. Met de immer opgewekte Mark Rutte voorop maakt het kabinet een stevig begin met de miljardenbezuinigingen en lachte hij alle uithalen van gedoger Geert Wilders weg. Ach, we kennen Wilders toch? Demonstraties – een paar keer liep het Malieveld halfvol – brachten de coalitie niet van de wijs. Het Sociaal- en Cultureel Planbureau kwam deze week met een fijne boodschap: het vertrouwen in het kabinet groeide in een jaar tijd van 46 naar 56 procent.

Bij de coalitiepartijen heerst tevredenheid, al zegt een enkele christendemocraat: „Het gaat goed met het kabinet maar slecht met het CDA.” VVD’ers zijn stuk voor stuk positief gestemd. Wel ergeren ze zich soms mateloos aan Wilders. Maar met PVV’ers valt in de dagelijkse praktijk goed zaken te doen. „Het Deense model werkt ook in Nederland”, zegt een Kamerlid. Analoog aan het minderheidskabinet dat al jaren in Denemarken functioneert, hebben Rutte en zijn bewindsploeg volgens deze VVD’er bewezen dat er meer mogelijkheden zijn dan een meerderheidskabinet met een van A tot Z vastgelegd regeerakkoord.

En de oppositie? Krijgt ze dankzij het Deense model meer voor elkaar? Door de bijzondere verhoudingen had in ieder geval Marianne Thieme een goede week. Iedereen is het er over eens dat zij haar mars tegen het ritueel slachten nooit succesvol had kunnen afronden in de vorige kabinetsperiode. Ongetwijfeld hadden CDA, PvdA en ChristenUnie dan afgesproken het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren af te zwakken of niet te steunen. Nu zit het CDA in zo’n zwakke positie dat ze hierover geen deal met VVD en PVV kon sluiten.

De SGP floreert in deze situatie. Sinds ze in de Eerste Kamer nodig is voor een meerderheid, zit de partij goed. Fractieleider Kees van der Staaij komt in debatten vaak als laatste aan het woord. Tot voor kort was dat het moment waarop journalisten en politici en masse de zaal verlieten om wat te gaan drinken. Maar nu wordt aandachtig naar Van der Staaij en zijn collega Dijkgraaf geluisterd. De partij wist meteen meer te bereiken, uitstel van de langstudeerdersboete en van de bezuinigingen op het passend onderwijs.

Voor coalitie én oppositie zijn de strenggereformeerden ineens een interessante bondgenoot. Jeroen Dijsselbloem zocht niet voor niets de samenwerking: „Het is uiteindelijk gewoon machtspolitiek”, zegt hij. Niet dat het grote publiek het ziet, maar hij heeft wel iets bereikt. De epilepsiescholen blijven van de ergste bezuinigingen gevrijwaard.

D66-leider Alexander Pechtold ziet ook dat er een nieuwe politieke tijd is aangebroken. Hij pleegt dit minderheidskabinet wel ‘het uitvoeringsorgaan’ van het parlement te noemen. Pechtold kon inzake de politiemissie naar Kunduz, samen met Jolande Sap (GroenLinks), en de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-bombardementen van Libië, samen met Frans Timmermans, een belangrijke rol opeisen.

Toch heerst niet bij de hele oppositie een positieve stemming. De ruimte zit alleen bij de onderwerpen die niet in het gedoogakkoord staan, en bij onderwerpen die geen onderdeel zijn van de 18 miljard aan bezuinigingen: samen meer dan 80 procent van de plannen. „Op dat gebied gaan onze alternatieven ongelezen in de prullemand”, zegt SP-leider Emile Roemer. Rutte is een aardige man, zegt Roemer, maar hij hanteert de stelregel „Don't call us, we call you.”

Alleen als de PVV afhaakt mogen wij bijspringen, zeggen oppositieleden. En dat gebeurt zelden. Sterker, de PVV bepaalt, als ware zij een volwaardige coalitiepartner, veel details van het beleid. Dat minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) het persoonsgebonden budget grotendeels afschaft, terwijl VVD en CDA dat helemaal niet in hun verkiezingsprogramma hadden staan, is op het conto van PVV’er Fleur Agema te schrijven. Zij en andere PVV’ers hebben vaak overleg met ambtenaren op Schippers’ ministerie. Dat geldt ook voor dat andere spending department, Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Al wat riekt naar aanpassing van WW of het ontslagrecht houdt de PVV achter de schermen tegen, tot ergernis van VVD-minister Henk Kamp.

Omdat het kabinet het toch soms buiten de PVV moet zoeken, hebben oppositieleden wel degelijk wapens in handen. Misschien wel betere wapens dan ze zelf beseffen. De PvdA kon het kabinet internationaal in een lastig parket brengen door zich tegen de steunoperatie aan Griekenland uit te spreken. De financiële man van de PvdA, Ronald Plasterk, dreigde één keer van de eurocrisis ‘politiek’ te maken: Plasterk suggereerde in december dat hij wat terug wilde voor zijn steun. Andere oppositiepartijen beschuldigden hem toen van „politieke spelletjes” terwijl de positie van de euro op het spel stond. Plasterk bond in. Sindsdien staat hij in nauw contact met minister De Jager (Financiën, CDA).

De PvdA had ook kunnen dwarsliggen door het pensioenakkoord af te wijzen. Dat zou een fikse tegenslag geweest zijn voor het kabinet. De partij deed het niet. Maar de ergernis bij de sociaal-democraten over het uitblijven van de uitgestoken hand van Rutte neemt snel toe. Er komt zeker nog een moment waarop de PvdA met een ‘politiek spel’ het kabinet in zijn hemd kan zetten. Dat moment, voorspellen PvdA’ers hoopvol, kon wel eens snel na de zomer komen.