De nieuwe glimlach

Hadden de mensen vroeger, een eeuw geleden bijvoorbeeld, een andere mimiek dan in deze tijd? Geen andere gezichten natuurlijk, dat kunnen we op de foto’s en schilderijen controleren; maar gebruikten ze hun gelaatsspieren op een andere manier? Als je naar DaVinci’s Mona Lisa kijkt, zou je dat niet zeggen. Haar lichte glimlach is mysterieus modern. En als je je de personages van Jan Steen in eigentijdse kleding voorstelt, zou je de indruk kunnen krijgen dat ze gewoon aan het loltrappen zijn. Maar dat bedoel ik niet. Met name de jongere tijdgenoot is eerder bereid tot schreeuwen, niet op de manier die Edvard Munch heeft vastgelegd, de kreet van wanhoop, maar een schreeuw van triomfreclame. Dat komt door de sport. Als je iets bijzonders op het veld of de baan hebt gedaan, wil je het publiek laten weten ‘wat er door je heen gaat’. Een paar jaar geleden ben ik begonnen een fotoverzameling van schreeuwen aan te leggen. De tennissers Rafael Nadal en Roger Federer en onze voetballer Klaas-Jan Huntelaar vind ik nog altijd de besten. Maar daar heb ik het al eens over gehad. Nu gaat het verder over de moderne glimlach.

Dit stukje schrijf ik in een badplaats. Daar worden sowieso veel foto’s gemaakt. Over de boulevard kwam een clubje lusteloze jongeren aangeslenterd. Waarschijnlijk de vorige avond doorgezakt. Ze straalden uit dat ze volstrekt nergens zin in hadden. Aan deze boulevard staat een pittoresk beeldje van een kleine jongen, een jaar of tien, die zijn rechterhand opsteekt. Misschien ter begroeting van de toeristen. In elk geval staat hij daar niet vergeefs. Wel duizendmaal per seizoen wordt hij gefotografeerd. Bij zijn aanblik leefden de lustelozen op. Eén pakte zijn camera, de anderen gingen om het beeldje heen staan en toen gebeurde het wonder. Alsof ze een commando hadden gekregen, trokken ze allemaal in een mechanische beweging hun mondhoeken op. Glimlachen! De fotograaf knipte en daarna gingen de mondhoeken weer naar beneden.

Als de moderne mens niet schreeuwt, tovert hij een glimlach. Kijk in een willekeurige krant. Foto’s van ministers, filmsterren, Bekende Nederlanders – die vooral – negen van de tien keer zijn ze aan het glimlachen. Waarom? Dat weten we niet. En dan de reclame op de televisie. Daar heeft het glimlachen pathologische vormen aangenomen. Probeer het eens op een willekeurige avond te turven. Shampoo, pizza’s, kiloknallers, auto’s, je kunt het zo gek niet bedenken of het wordt je met een glimlach aangesmeerd. Het is een eigentijdse epidemie, jaren geleden in Amerika begonnen. Voor er daar een foto van je wordt gemaakt, zegt de fotograaf: ‘Say cheese’. Dat doe je. Je mondhoeken gaan omhoog, je laat vriendelijk je tanden zien. Je bekijkt het resultaat, en of je er nu zin in had of niet, je hebt geglimlacht.

Tegen het einde van de vorige eeuw moest ik in New York mijn rijbewijs vernieuwen. Zo’n document heeft het formaat van een visitekaartje, met je geboortedatum, je adres en je foto erop. Ik had het hele administratieve gedoe afgewerkt, formulieren ingevuld en toen kwam de apotheose: het fotootje maken. Niets was aan het toeval overgelaten. Er was een stoeltje dat hoger en lager kon worden gesteld, een functionele achtergrond, belichting, enzovoort. Het geheel werd beheerd door een geweldig dikke vrouw van een jaar of veertig. Ik was onder de indruk. Het beslissend moment was aangebroken. Ze riep ‘SMILE!’ en drukte op het knopje. Met een verstard gezicht sta ik op dit rijbewijs.

Tenzij hij ruzie heeft, zich verongelijkt, miskend, achtergesteld, belaagd voelt (wat in deze tijd ook meer dan ooit voorkomt) moet de moderne mens laten zien dat hij zich opperbest voelt en geen vlieg kwaad wil doen. Misschien is het een mechanisme voor de preventieve verdediging. Je loopt in de vallende schemering door een eenzame straat. Daar komt een man je tegemoet. Wat doe je? Oogcontact vermijden, dat is het beste. Je hoort zoveel tegenwoordig. Maar ik heb gemerkt dat er nog een andere methode is: bij het passeren even je mondhoeken optrekken. Er is een grote kans dat de tegenligger hetzelfde doet. Vrede zij met u. Hadden de indianen ook niet zo’n soort gewoonte? Er staat me iets van bij uit de boeken van Karl May. Ugh! Howgh! Door twee seconden te glimlachen kun je nu laten merken dat je als het ware even de vredespijp opsteekt.

Tot slot van deze verhandeling nog even de glimlach in het openbaar vervoer. De tram van het type combino is vol. Dit model, terzijde gezegd, is een misbaksel. Trekt vaak veel te snel op en schudt in de bochten. Daar komt een oude dame binnen, ze draagt de glimlach van de bejaarden, voor alle zekerheid. Bij voorbaat ontwapenend. Daar zitten een paar jongemannen met een stuurs gezicht strak uit het raam te kijken. Op hun mededogen hoeft ze niet te rekenen. De deuren gaan dicht, de bestuurder zet meteen de vaart erin, ze wankelt. Een iets jongere dame staat op. De oude gaat zitten, in een vertrouwde verstandhouding glimlachen ze tegen elkaar. Bejaardenpoëzie.