China heft rode liederen aan op weg naar het kapitalisme

Voor de een is het gezelligheid of nostalgie, voor de ander een terugkeer naar de ideologische bron. Maar de viering van de negentigste verjaardag van de communistische partij in China, gisteren, gaat in heel het land gepaard met een ‘rode renaissance’.

Kaarsrecht, breedgeschouderd, het glanzende ravenzwarte haar strak achterover gekamd schrijdt Mao Zedong het podium op van het Olympisch Stadion van Chongqing. Verbaasde gilletjes en geschokte aaaa’s en ooo’s klinken op in de reusachtige arena, waar alle 80.000 stoelen zijn bezet.

Acteur Zhao Chen zet, in een gesteven, blauw werkpak, op overtuigende wijze een Voorzitter Mao neer. Zelfs de baritonstem en het vette Hunanaccent lijken net echt, wordt in het publiek gefluisterd. Veel tekst heeft de herrezen Grote Roerganger niet nodig om langdurig, staand applaus te oogsten: „De glorie van de 90-jarige Communistische Partij van China licht iedere dag mijn hart op.”

Voordat de Mao-acteur op het toneel verschijnt, is het publiek getrakteerd op een sentimentele reis langs „glorieuze hoogtepunten en talrijke successen”. Aan de hand van fragmenten uit beroemde films en optredens van inmiddels bejaarde zangsterren uit de jaren 50, 60 en 70 van de vorige eeuw keerden de ouderen in de zaal terug naar hun jeugd.

Op deze broeierige woensdagavond in zuidwestelijk Chongqing, met 32 miljoen inwoners en 14 procent groei per jaar een motor van de voortdenderende economie, is zichtbaar sprake van een rode renaissance die verder reikt dan de viering van de negentigste jaardag van de Communistische Partij van China (CPC).

Als de Mao Zedong-look-alike in de coulissen is verdwenen, zet het koor van studentes aan de Logistieke Ingenieurs Universiteit van het Volksbevrijdingsleger Bloemen in Mei in. Dat is het moment dat de dozen met papieren zakdoeken opengeritst moeten worden. Tijdens Rode Sterren leiden mij in de oorlog wordt druk gefotografeerd met nieuwe iPhones en semiprofessionele camera’s. De liederen zijn odes aan soldaten die sneuvelden tijdens de oorlogen met Japan, Zuid-Korea en de VS en andere martelaren in de strijd tegen imperialisten, fascisten en andere rechtse elementen.

Sun Liu Qing (23), student aan de sportacademie, volgt achter in de zaal met verwondering de emotionele reacties. „Ik ben pas lid geworden van de partij en ben een groot bewonderaar van Mao. Dat een acteur en oude liederen zoveel emoties kunnen oproepen, had ik nooit verwacht. Ik heb net mijn moeder wat foto’s en geluidsfragmenten opgestuurd en zij zit nu thuis te huilen. Zij is geen partijlid, maar ze houdt heel erg van rode liederen”, vertelt hij.

De jonge communist is beslist niet de enige die verrast is. Een golf aan rode nostalgie rolt door het land. Drie jaar geleden lanceerde de hoogste partijfunctionaris van Chongqing, Bo Xilai, een rodecultuurcampagne omdat hij had ontdekt dat schoolkinderen het lied ‘Ode aan het Moederland’ niet konden meezingen.

Op bevel van Bo moeten ambtenaren ten minste drie rode liederen uit hun hoofd kennen en werd een van de lokale tv-zenders volledig gewijd aan rode films, documentaires en musicals. Bo moedigt iedereen aan ook de rode toeristische trekpleisters, zoals de geboorteplaats van Mao in Shaoshan en Yanan, het CPC-hoofdkwartier tijdens de burgeroorlog, te bezoeken. Zelf bracht Bo, die als zoon van een oude revolutionair ‘een rode prins’ wordt genoemd, de geest van Mao weer tot leven door met vrienden en partijgenoten in sms’jes, tweets en e-mails oude revolutionaire slagzinnen te gebruiken.

Weliswaar is Chongqing de grootste stad van China en een steeds belangrijker economisch centrum, toch werd de campagne van de ambitieuze Bo Xilai aanvankelijk niet al te serieus genomen. Daar kwam verandering in toen een paar maanden geleden de toekomstige leider van de CPC en kandidaat-president van China, Xi Jinping, en andere leden van het politbureau de rodecultuurcampagne omarmden en de ontwikkeling van Chongqing toejuichten als een voorbeeld voor het hele land.

Sindsdien wordt er in China gedebatteerd over de inhoud en betekenis van het ‘Chongqing-model’ en is in de aanloop naar de 90ste verjaardag van de CPC, gisteren, de stad uitgeroepen tot rodecultuurhoofdstad van China. Als lemmingen volgden collega-partijsecretarissen het voorbeeld van Bo Xilai en regisseerden rode campagnes.

Overal worden zangwedstrijden georganiseerd, waaraan soms meer dan 100.000 koren deelnemen. Liedteksten- en scenarioschrijvers, film- en theatermakers hebben 36 nieuwe rode liederen, 25 musicals en opera’s en 28 lange speelfilms gemaakt. Noem een ‘glorieuze’ gebeurtenis en er is een lied, boek, film of musical over.

De oprichting van de partij in Shanghai in juli 1921, de Lange Mars naar Yanan, de oorlogen tegen de Japanners en de nationalisten, de stichting van de Volksrepubliek China in ’49 domineren in het overweldigende aanbod aan cultuur.

Pijnlijke en dramatische periodes, waarin als gevolg van politieke experimenten, politieke campagnes en interne machtsconflicten tientallen miljoenen Chinezen stierven van de honger, crepeerden in gevangenissen of werden opgeknoopt, lijken te zijn vergeten. Alsof er sprake is van collectief geheugenverlies.

Mao, de rode keizer, speelt in al die gedramatiseerde versies een sleutelrol. Zijn opvolgers worden niet vergeten, zoals blijkt uit ‘Het Lied over Deng Xiaoping’. Deng hervormde China na de dood van Mao van een gesloten, naar binnen gekeerde economie naar een open markteconomie en wordt beschouwd als de architect van het moderne China, dat volgens de Wereldbank tussen 2016 en 2020 de VS als grootste economie ter wereld zal passeren.

Niet alleen Deng wordt geëerd. In de nieuwste liederen en films worden ook de werkers in de hightech industrie en de ruimtevaartprogramma’s opgevoerd als helden, voorbeelden van doorzettingsvermogen en werkkracht.

Als in het stadion van Chongqing Maovertolker Zhao het toneel heeft verlaten, begint de prijsuitreiking van de nationale competitie, waaraan honderdduizenden zangers en dansers hebben deelgenomen. Er zijn wel tien verschillende categorieën, zodat vele koren en kleinere zanggroepen in de prijzen vallen. Het koor van toekomstige vrouwelijke legeringenieurs scoort hoog met de revolutionaire klassiekers ‘Zonder de Communistische Partij zou er geen Nieuw China zijn’ en het internationaal bekende ‘Het Oosten is Rood’.

Mevrouw Zhou Wenting (72) heeft rode ogen en wangen van ontroering. „Het is zo heerlijk om al die liederen die wij vroeger zongen weer te horen”, zegt zij. Haar zoon werkt bij computerfabrikant HP, die net in Chongqing nieuwe fabrieken heeft geopend, en vervult daar ook de functie van partijsecretaris. „Het gaat om het versterken van de eenheid, om mensen bij elkaar te brengen in een markteconomie, waarin iedereen alleen maar voor zichzelf bezig is en niet taalt naar de anderen”, legt hij uit. „Het gaat om het bevorderen van samenhorigheid, opofferingsgezindheid en – ik zeg het er steeds bij – de gezelligheid in de partij.” Zijn tekst lijkt op een fragment uit de speeches van de baas van Chongqing, Bo Xilai, die veel weg heeft van een nationalistisch populist.

Een dansschool uit Shanghai wint in de categorie ballet de eerste prijs met de vertolking van een veldslag tegen de Japanners. De choreografie van de lange Shanghaise jongens en meisjes in nauwsluitende uniformen van zijde die elegant over de bühne snelden, wordt breeduit geprezen door een Idols-achtige jury van bekende Chinese artiesten. Er wordt veel gejuicht, gegeten en gedronken. Het is erg gezellig. Ook een klas met peuters die een scene uit een film over slavernij in een alcoholfabriek en een mijn hebben uitgebeeld valt in de prijzen.

Interessant zijn de reacties die de rodecultuurcampagnes hebben losgemaakt. „Er is sprake van een rode renaissance en dat werd tijd ook, want China is aan het afglijden naar westerse en universele waarden, we dreigen een kapitalistisch land te worden. We keren terug naar onze wortels”, commentarieerde maoïstische website Utopia juichend.

Linkse, maoïstische intellectuelen hopen dat de rodecultuurcampagne de opmaat vormt naar een fundamentele koerswijziging. Utopia en andere linkse websites pleiten er zelfs voor de rodecultuurcampagne om te zetten in een nieuwe Culturele Revolutie en alle „kapitalisten als honden” te verjagen.

Of dat wensdenken van het conservatieve, linkse kamp in de CPC en de hardlinkse denkers in de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen werkelijk zal worden is de vraag.

„Ik denk zeker niet dat we afstevenen op een nieuwe Culturele Revolutie”, analyseert professor Xiao Gongqin, docent geschiedenis en politieke wetenschappen aan de Normaal Universiteiten van Chongqing en Shanghai. „Dat kan helemaal niet meer in deze geglobaliseerde wereld. Maar het is wel duidelijk dat China zich na dertig jaar van ongekende economische groei op een heel belangrijk kruispunt bevindt. Er woedt een stevig ideologisch debat over de toekomstige koers. Gaan we door met het pragmatische, economische hervormingsbeleid dat is ingezet door Deng Xiaoping of wordt het liberaliseringproces nog verder afgezwakt of zelfs stopgezet?”

Belangrijk om te weten, zegt Xiao, geen lid van de CPC, is dat in 2012 nagenoeg het volledige, negen man tellende kleine politbureau met pensioen gaat. De schuwe, voorzichtige partijleider en president Hu Jintao en nummer drie, de hervormingsgezinde premier Wen Jiabao, verdwijnen van het toneel, net als enkele conservatieve diehards. Hun opvolgers zijn waarschijnlijk Xi Jinping en Li Keqiang. Andere functies in het kleine politbureau zijn nog niet vergeven.

Als partijsecretaris van Chongqing is Bo Xilai al lid van het grote politbureau, met 25 leden, maar hij wil promotie maken naar het epicentrum van de Chinese macht, het kleine politbureau. Hij heeft in de partijsecretarissen van het liberalere Guangdong en het commerciële Shanghai formidabele tegenstanders.

„Hij gebruikt de symbolen van de CPC, Mao Zedong voorop, om carrière te maken. Dat is heel slim, want daardoor is hij heel moeilijk door zijn tegenstanders te bestrijden. Daarbij komt dat Bo charismatisch, toegankelijk en televisiegeniek is en dat kan van de meeste partijleiders niet gezegd worden. Hij is een volksmenner zoals Mao dat ook was”, zo verklaart Xiao de populariteit en het succes van Bo Xilai.

Dat er een voedingsbodem is voor een rode renaissance staat voor hem vast. Dertig jaar economische hervormingen en historisch ongekende groei hebben van China een grootmacht gemaakt, maar de prijs, in de vorm van een groeiende kloof tussen arm en rijk, problematische arbeidsomstandigheden, milieuvervuiling en grootschalige corruptie, is hoog.

In 2010 waren er 180.000 demonstraties, opstandjes en soms regelrechte veldslagen met de politie, met als inzet geschillen over beloning, landonteigeningen, politiegeweld en corruptie. De afgelopen weken en gisteren, de verjaardag van de CPC, was het zeer onrustig in Binnen-Mongolië en in Guangdong, de zuidelijke provincie waar de grote fabrieken staan en het Chinese staatskapitalisme zijn oorsprong heeft.

„Economisch pragmatisme en economische groei met dubbele cijfers hebben de CPC tot nu toe in het zadel gehouden. De Chinese communisten hebben waargemaakt wat zij de middenklasse hebben beloofd, ze hebben welvaart gecreëerd. Daarom bestaat de CPC nog en gingen de Sovjets en de Oost-Europeanen ten onder”, zegt Xiao. Dat stilzwijgende pact tussen de middenklasse en de partij is volgens hem essentieel om te begrijpen waarom de CPC de 90 in goede gezondheid heeft gehaald.

„Daarbij komt dat er genoeg werk is voor de onderklasse. China is geen Tunesië of Egypte en al evenmin een falende staat als Griekenland’’, zegt Xiao. „Dat neemt niet weg dat het communisme met Chinese karakteristieken zich in een crisis bevindt; er is heel veel onvrede over de verdeling van de welvaart, over hoge huizen- en voedselprijzen. De CPC heeft daar geen antwoord op. De partij begint op een oude man te lijken.”

Hij ziet in de rodecultuurcampagne niet alleen een machtstrijd in de top van de CPC, maar ook een poging om de legitimiteit van de partij met oude, revolutionaire slagzinnen en symbolen te herbevestigen. „Die legitimiteit staat onder druk, ondanks alle onmiskenbare successen. De huidige partijleiding is onzeker en besluiteloos”, zegt Xiao. Hij ziet maar één uitweg: verdere liberalisering van de economie, het politieke en justitiële systeem en van de cultuur. „We verlangen naar vrijheid van denken, schrijven en kunst maken.”

Na het Achttiende Partijcongres, waarschijnlijk in het najaar van 2012, moet duidelijker worden hoe de richtingenstrijd zich ontvouwt en welke koers nieuwe topleiders, onder wie zeer waarschijnlijk Bo Xilai uit Chongqing, uitzetten. „In afwachting van dat congres ligt in feite alles stil” zegt professor Xiao.

Voor jonge communisten als Sun Liu Qing en zijn vriendin en partijgenote Li Yingting (21) is de renaissance van rode cultuur niet meer dan een soort geschiedenisles en een bewijs dat „het er in de partij ook gezellig en vrolijk aan toe kan gaan”. Zij hebben genoten van zangkoren, de legerorkesten en de gedichtenavonden. Deze jongste generatie is bij de partij gekomen omdat zij op hun universiteiten uitblonken en hun gevraagd werd lid te worden.

„We hebben het heus niet alleen gedaan om de kansen op een mooie carrière en een stabiel inkomen te vergroten”, zeggen beiden. Maar ze geven toe dat dit wel door hun hoofd is gegaan: wie carrière wil maken bij de overheid, in het leger en het bedrijfsleven is als partijlid kansrijker en vaak is een partijkaart een toegangspas naar rijkdom.

Dat er grote fouten zijn gemaakt is vooral Sun Liu Qing bekend. Hij weet hoe zwaar er onder andere in Chongqing is gevochten tussen rivaliserende groepen in de partij en tussen de moorddadige rode wachters en hun tegenstanders. „Ik lees veel over de geschiedenis op het internet, over de verschrikkelijke hongersnood en de Culturele Revolutie, want veel van mijn vrienden studeren in het buitenland en sturen boeken en artikelen op waardoor je toch een ander beeld krijgt dan wij hier op school en in de partij te horen krijgen’’, zegt de lange Sun, die graag basketbalcoach wil worden.

De lange levensduur van de CPC verklaart hij uit de wil van steeds nieuwe generaties om de partij te hervormen. „Anders zaten wij nu in dezelfde boot als het totaal geïsoleerde Noord-Korea. Ik denk niet dat Bo Xilai of andere leiders dat willen. Zij zullen China voortdurend moderniseren en misschien ook wel democratischer maken. Het is onmogelijk om de klok terug te draaien”, zegt de jonge communist optimistisch.