Britten probeerden ramp Fukushima te relativeren

Britse ambtenaren hebben direct na de kernramp in Fukushima samen met kernenergiebedrijven geprobeerd de toonzetting van de berichtgeving te beïnvloeden. Zo hoopten ze mogelijke protesten tegen de Britse plannen voor de bouw van nieuwe kerncentrales voor te zijn.

Dat blijkt uit ruim tachtig e-mails die de Britse krant The Guardian heeft gekregen op basis van de Freedom of Information Act, de wet op de openbaarheid van bestuur.

Japan werd op 11 maart getroffen door een aardbeving en een tsunami die de kernreactoren bij Fukushima zwaar beschadigden. Twee dagen later, toen de omvang van de ramp nog onduidelijk was, schreef een ambtenaar van Economische Zaken en Innovatie: „We moeten samenwerken en krachtige, gecoördineerde signalen geven. Het risico bestaat dat deze gebeurtenis wereldwijd gevolgen heeft voor deze industrie. We moeten ons ervan verzekeren dat de anti-nucleaire jongens en meisjes geen terrein winnen.”

Volgens de ambtenaar moet steeds nadrukkelijk worden gewezen op de veiligheid van kernenergie. „Alle verhalen waarin wordt geprobeerd een vergelijking te maken met Tsjernobyl moeten we de kop indrukken.”

Op 7 april was er een gezamenlijke vergadering over een „strategie bedoeld om er zeker van te zijn dat we het vertrouwen van het Britse publiek behouden over de veiligheid van kerncentrales en de bouw van nieuwe centrales”.

De betrokken ministeries noemen het in een reactie vanzelfsprekend dat ze „gezien de ernst van de gebeurtenissen in Japan informatie deelden met de betrokken partijen”, juist ook met de beheerders van kerncentrales.

Volgens een woordvoerder kwam het pleidooi van „een lagere ambtenaar die niet verantwoordelijk is voor kernenergie en geen invloed had op de besluiten van de minister”.

Maar Tom Burke, hoogleraar en oud-adviseur van de regering, waarschuwt dat de Britse overheid nauwe banden heeft met de nucleaire industrie en „problemen eerder toedekt dan onthult en aanpakt”. De Conservatieve parlementariër Zac Goldsmith vindt het „ontstellend als ministeries hebben geprobeerd de gevolgen van Fukushima te bagatelliseren”.