Bewijs je onschuld maar eens hè

Michael Boogerd (39) won als wielrenner twee etappes in de Tour de France. Nu schuift hij aan als expert bij de NOS. ‘In mijn laatste profjaar heb ik met Robert Gesink op de kamer gelegen. Hij wilde alles leren.’

Klavertje vier

„In 1996 reed ik mijn eerste Tour. De avond voor vertrek gaf mijn moeder mij een doosje met een klavertje vier. ‘Veel geluk’, zei zij. Ik hing het gelijk om mijn hals. Toen ik een paar weken later finishte – ik had één etappe op mijn naam geschreven – stond mijn moeder bij de Arc de Triomphe. Ze was alleen gekomen, mijn vader lag thuis op bed met een hernia. Terwijl ik mijn ereronde reed, ontwaarde ik haar in de massa. ‘Kijk ma’, riep ik wijzend op mijn kettinkje. ‘Het heeft geluk gebracht.’ Dat klavertje vier betekent veel voor mij. Ik moet er nog altijd om janken, gek hè?”

Koninginnerit

„Mensen weten vaak precies wat ze deden op de dag dat ik in 2002 die etappe won. Het is de laatste mooie overwinning van een Nederlander in de Ronde van Frankrijk. Mij is vooral de laatste fase van de rit bijgebleven. Een kilometer voor de streep realiseerde ik mij dat ik er als jongen altijd van gedroomd had: een belangrijke Touretappe winnen. De hele dag had ik in een cocon gezeten. Maar toen de zege binnen handbereik kwam, kreeg ik plots ruimte in mijn hoofd. Wat zouden mijn naasten denken? Zou Nederland nu op z’n kop staan? Het maakte mij rustig. Ik krijg nog altijd kippenvel als ik de beelden terugkijk. Yes, I did it! Dat heroïsche gevoel heb ik daarna nooit meer gehad. Ik ben dankbaar dat ik het heb mogen meemaken.”

Lance Armstrong

„Lance en ik zijn geen vrienden, maar we kunnen het goed vinden samen. Als collega’s pakten wij elkaar hard aan, maar altijd op een respectvolle manier. Ik heb ontzag voor Lance. Voor mij is hij een icoon. Iemand die plast en poept, maar wel een icoon. Die man heeft – zo ver durf ik wel te gaan – mensenlevens gered. Met zijn doorzettingsvermogen is hij een inspiratiebron voor zieken die hadden opgegeven als zij zijn verhaal niet hadden gekend. Of hij doping heeft gebruikt, kan ik niet beoordelen. Maar zelfs dán zou ik hem nog niet veroordelen. Een drugshandelaar die miljoenen aan de kankerbestrijding geeft veroordeel je toch ook niet?”

Mart Smeets

„We bellen elkaar niet plat, maar ik beschouw hem als een vakman. Nederland zal hem missen als hij met pensioen gaat. Dat Mart een gevoelig mens is, merkte ik toen mijn moeder borstkanker had. We zaten naast elkaar bij het wielergala toen ik over haar vertelde. Twee dagen later lag er een kaartje bij mijn moeder op de mat: ‘Veel sterkte in deze klotetijd, ik hoop dat je er door komt’. Óf hij speelt het heel mooi, óf het komt recht uit zijn hart. Ik denk het laatste.”

Van der Valk, Maastricht

„Op die plek werd ik in 2008 afgeserveerd door Harold Knebel [directeur Raboploeg, red.]. We zaten in de lobby. Er liepen veel mensen om ons heen. En toen die zin: ‘Ik zie geen functie voor je weggelegd bij de ploeg’. Ik schrok. Rabobank was míjn ploeg, míjn ding. Kort daarvoor hadden ze me nog ‘het kloppend hart van de ploeg’ genoemd. Ik had verwacht dat Knebel mij een aanbod zou doen. Geen ploegleider – dat was niets voor mij. Ik was graag het verlengstuk van de ploegleiding naar de pers geworden.

„Ik zat op dat moment niet lekker in mijn vel. Ik worstelde met mijn afscheid. Maar ik kon mij niet voorstellen dat ik níét met Rabobank verder zou gaan. Later heb ik Knebel en Breukink [de ploegleider, red.] nog opgezocht. ‘Je trekt te veel de aandacht weg van de wielerploeg’, zeiden ze. ‘Je bent te bekend.’ Ik begrijp hun argument, maar blijf het moeilijk vinden dat ik zo kil uit de ploeg ben gezet.

„In 2009 kwam de Tour naar Girona. De NOS vroeg mij om Johan Cruijff rond te leiden. Ik weet nog goed dat we langs alle bussen liepen. En ja, daar kwam ook die van de Rabobank in zicht. Ze onthaalden mij als een grootheid. Omdat ik Michael Boogerd ben? Nee, omdat ik in het gezelschap van Cruijff verkeerde. Dat voelde raar. Ik ben buiten blijven staan. Ook als mijn zoon de bus tijdens koersen wil binnenwandelen – hij is een wielerfan – moet ik altijd even slikken. Ik voel schaamte: dat dit mij is overkomen.”

Mambo Beach

„Op Curaçao heb ik afscheid genomen als wielrenner. Mart Smeets hield een toespraak. Er werd vuurwerk afgestoken. Ik kreeg een staande ovatie. Maar het is ook de plek waar ik de bons kreeg van mijn ex-vrouw. Ga je dat in de krant zetten? Dan heb je een primeur.”

Miss Nederland

„In 1999 won Nerena de verkiezing. Dat iemand van haar kaliber alles opzij zette voor mijn carrière, had ik nooit durven dromen. Ik heb een mooie tijd met haar gehad, maar op een gegeven moment was de koek op. Het klopte niet meer. Ik houd ontzettend van onze zoon Mikai (7), maar het co-ouderschap valt mij zwaar. Vaak lig ik ’s nachts te piekeren of ik hem wel genoeg kan bieden. Ik heb geen nieuwe vriendin – al ben ik daar wel een tijd lang naar op zoek geweest. En ik ben toch zo ouderwets om te denken dat een kind zijn vader en moeder graag samen ziet. Aan de andere kant: niet veel vaders kunnen hun kind drieënhalve dag per week fulltime aandacht geven. En ik doe nog zelf de was ook!”

Het zwarte gat

„In een zwart gat val je als je alles kwijt bent en zelfmoordneigingen krijgt. Dat heb ik gelukkig nooit ondervonden. Natuurlijk kostte het mij moeite om afscheid te nemen van een sport die ik jarenlang op hoog niveau heb beoefend. Alle gevoelens die daarmee gepaard gaan heb ik beleefd. Maar ik wil er niet meer van maken dan het is.”

Bloeddoping

„De Duitse televisie kwam na mijn afscheid met het bericht dat ik op de klantenlijst van een Weense bloedbank heb gestaan. Ik heb nog even overwogen om mij tegen die aantijging te verweren, maar het kwaad was al geschied. Dat ik doping heb gebruikt is een broodje-aapverhaal. Maar bewijs je onschuld maar eens hè? Als ik nu roep dat jij vreemdgaat, zal je zien hoe het moeilijk is om het tegendeel te bewijzen.”

IJs

„Ik ben er nog altijd trots op dat ik de finale van Sterren Dansen op het IJs heb gewonnen. Mensen doen er soms lacherig over, maar voor mij betekende het veel. Sterker nog: het is de laatste keer dat ik iets heb gedaan wat mijn leven als wielrenner zo dicht benaderde. Mijn danspartner Darya Nucci en ik trainden zes, zeven uur per dag. Het beheerste mijn leven. Dat ik mij nu zo rustig voel, heb ik voor een groot deel aan dat programma te danken.”

Gesink

„In mijn laatste jaar als prof heb ik met Robert op de kamer gelegen. Het eerste wat mij aan hem opviel, was zijn beroepsernst: hij wilde alles leren, alles begrijpen. Bij de Tour gaan we straks veel mooie momenten met hem beleven.”