Wie is die hartenheer?

Tijdens een potje klaverjassen vroeg Floor Groot uit Den Haag zich af wie er model hebben gestaan voor de heren, vrouwen en boeren op de speelkaarten. „En zit er dan ook portretrecht op?”

De oudste speelkaarten die zijn teruggevonden komen uit de Middeleeuwen. Daarop staan portretten van vorsten en hun dienaren.

Hoewel de portretten weinig gelijkend waren, stonden er volgens spelletjesbedenker en schrijver Jack Botermans namen bij van koning David (schoppenheer), Karel de Grote (hartenheer), Caesar (ruitenheer) en Alexander de Grote (klaverheer). De boeren stellen figuren uit de ridderstand voor: de Deense Hogier (schoppen), La Hire uit het gevolg van Jeanne d’Arc (harten), kapitein Hector (ruiten) en Lancelot (klaver).

In eerste instantie waren er nog geen vrouwen aanwezig op de speelkaarten. Pas later werden de maagd van Orléans (schoppen), de moeder van Karel VII (harten), zijn vrouw Maria van Anjou (klaveren) en zijn maîtresse Agnès Sorel (ruiten) toegevoegd.

Tijdens de Franse revolutie werden plaatjes van het koningshuis verboden en vervangen door republikeinse symbolen. Dat leidde tot protest onder de kaartspelers die in het geniep met hun oude kaarten bleven spelen. In 1810 vroeg Napoleon aan schilder David om een nieuw fraai en keizerlijk kaartspel te ontwerpen met vorsten, vorstinnen en ridders. Filip Cremers, hoofd van het Nationaal Museum van de Speelkaart in Turnhout: „Sindsdien zijn de afbeeldingen misschien iets ordinairder geworden, maar verder is er weinig veranderd.”

Omdat de plaatjes op speelkaarten er eerder waren dan het portretrecht, kan er geen aanspraak worden gemaakt op de afbeelding. Toch zijn er nog wel eens rechtszaken, vertelt Cremers, die zelf eens als getuige werd opgroepen. „Maar die zaken worden altijd verloren, want de afbeeldingen zijn publiek bezit.”

Adinda Akkermans