Waartoe de zee in staat is

Toine Heijmans: Op zee. L.J. Veen, 192 blz. € 18,95.

Noem hem Donald, de man die in Toine Heijmans’ romandebuut Op zee de lezer tegemoet komt varen in zijn bescheiden zeiljacht Ismaël. Hij heeft er net een zeetocht van drie maanden rondom de Britse eilanden op zitten en maakt zich nu in Denemarken op voor de terugtocht naar Harlingen.

De kantoorman Donald is mensenmoe op reis gegaan en is op zijn tocht tot dan toe alleen maar meer mensenmoe geraakt. Hij heeft het vasteland alleen bezocht voor wat boodschappen. De zee kan rare dingen met sommige mensen doen, zo las hij vooraf al in de verslagen van solozeilers. ‘De zee is tot veel in staat, had ik begrepen uit die boeken. Al had het misschien meer met die zeilers te maken dan met de zee.’

Tel daarbij de twee motto’s aan het begin van het boek op en je vermoedt al vroeg in Op zee dat Donald niet de betrouwbaarste zeiler van de wereld is. De twee motto’s zijn uitspraken van en over Donald Crowhurst, een Britse solozeiler die in 1969 doordraaide op zee en overboord stapte.

Donald gaat het laatste deel van zijn reis niet alleen afleggen. Hij krijgt gezelschap van zijn zevenjarige dochter Maria, overgevlogen naar Denemarken. Zeven jaar inderdaad. Is het nu wel zo’n wijs idee om zo’n jong kind mee te nemen aan boord? Hagar, Donalds vrouw, probeerde het Donald al uit z’n hoofd te praten, maar werd pas overtuigd na een ruzie.

Iets stoers

Dat wordt door Heijmans niet helemaal overtuigend gebracht. Hagar komt in de rest van het boek over als een nuchtere en verantwoordelijke moeder die niet zo gauw met Donalds drieste plan in zou stemmen. Ze weet ook wel wat Donalds beweegredenen zijn om Maria uit te nodigen. ‘Je wilt gewoon iets stoers doen met je dochter, zeg dat dan. Dat begrijp ik echt wel.’

Aan Donalds reis ligt sowieso stoerheid ten grondslag. De modelburger kan na het uitblijven van promoties op z’n werk wel wat testosteron- avontuur gebruiken. En zo voortvarend als de eerste drie maanden op zee verliepen, zo riskant lijkt het laatste eindje met Maria aan boord. Dat er pas op dat moment iemand aan boord lijkt te zijn wiens leven Donald lief is, weet Heijmans, een Volkskrant- journalist die veel over Vinex-wijken schreef, slim op de lezer over te brengen. Al laat hij Donald in z’n liefdevolle gedachten over Maria af en toe doordraven in een Hazes-achtig sentiment waar je van moet houden: ‘Zo voelde ik mezelf steeds zwaarder worden, totdat ik mijn dochter zag. Mijn dochter, die van me hield.’ Op een gegeven moment wéét je wel hoe lief, assertief en zelfverzekerd zo’n meisje van zeven op haar vader overkomt.

Zo zijn er wel meer kanttekeningen te maken bij de roman van Heijmans. De verwijzingen naar Melvilles Moby-Dick komen bijvoorbeeld niet helemaal uit de verf. Goed, de boot heet Ismaël, terwijl Donalds vrouw dan weer Hagar heet. Hoe dit te rijmen met de kennis dat Melvilles Ismaël verwijst naar de bijbelse Hagar? We puzzelen verder, maar de kans bestaat dat er nog een stukje op Heijmans’ bureau is blijven liggen.

Angsten

Maar voorop staat dat Op zee een opmerkelijk strak geschreven roman is, waarin op meeslepende wijze de angsten en wanen van Donald inzichtelijk zijn gemaakt. Dit is des te bewonderenswaardiger omdat het naderend onheil van een vader en dochter in een amper zeewaardige schuit al op de openingspagina van de roman wordt aangekondigd. Mij vang je niet, denk je dan nog. En dat blijf je denken tot je plotseling in de tweede helft van het boek merkt dat je ogen obsessief over de pagina’s schieten.

Heijmans heeft Donald geniepig je hoofd in geschreven, hoeveel milde weerzin je ook gehad mocht hebben. Een goed voorbeeld hiervan is de passage waarin Donald in het Engels een gesprek voert met een Deense chauffeur. De man verstaat Donald niet – en je hebt het idee dat Donald dat eigenlijk al vroeg doorheeft – maar toch blijft Donald in het Engels uiteenzetten dat het echt niet te gevaarlijk is om met een meisje van zeven zo’n reis te maken. De man antwoordt alleen maar: ‘Yes yes, good fisk.’ Het is dan Maria die haar vader van de werkelijkheid moet doordringen. ‘Maria trok aan mijn arm. Ze zei: „Die meneer kent denk ik niet veel andere woorden, pappa”.’ Het is niet voor het laatst dat Maria slimmer en vooral nuchterder overkomt dan vader Donald.

De kans is groot dat Toine Heijmans een boek heeft geschreven dat hetzelfde soort lezer aanspreekt als die van Herman Kochs Het diner. Net als dit boek onderzoekt Op zee de bereidheid van ouders om zich voor hun kind op te offeren. Het is ook met een thriller-achtige vaart geschreven. Als het Heijmans een beetje meezit, ziet u Op zee het binnenkort her en der uit tassen van strandgangers rollen. Ze zullen er een boottochtje voor afgelasten.