Waar problemen samenkomen, falen de hulpverleners

De probleemwijk kan toe met minder hulp. Bewoners maken er zelf wat van, zien onderzoekers. Niks debat over migratie. „Den Haag voert het verkeerde gevecht.”

Het zijn gezaghebbende mannen in de wereld van de volkshuisvesting. Ze hebben banden met de politieke linkerkant. Ze maken deel uit van een commissie die de aanpak van probleemwijken, begonnen door toenmalig minister Vogelaar (PvdA), grondig evalueerde. Hun boodschap is opvallend: de bezuinigingen van het kabinet-Rutte op gemeenten, woningcorporaties en welzijnsorganisaties zijn niet slecht voor de veertig Vogelaarwijken. Jos van der Lans (oud-senator GroenLinks): „Het kan een stuk slagvaardiger en goedkoper.” René Scherpenisse: „Die bezuinigingen zijn eerder een zegen dan een straf.”

Een zegen?

Scherpenisse: „Ik hoorde laatst van een gezin in Den Haag dat 28 verschillende hulpverleners over de vloer had. Maar die hulpverleners zelf weten dat nauwelijks van elkaar. Op die manier lukt het uiteraard niet de problemen op te lossen die er in de wijken zijn: werkloosheid, criminaliteit, schooluitval, mensen met hoge schulden. Door de wijkenaanpak, met zijn aandacht voor gezinnen met grote problemen, is het besef ontstaan dat het zo langs elkaar heen werkend niet langer gaat.”

En dan helpen de bezuinigingen?

Scherpenisse: „De bezuinigingen dwingen jeugdzorg, onderwijs, welzijnsorganisaties, corporaties, gemeenten en politie om goedkoper samen te werken. Minder professionals, meer focus. De wijkenaanpak maakt de noodzaak tot samenwerking extra duidelijk: daar waar de meeste problemen samenkomen, werkten hulpverleners lange tijd het meest langs elkaar heen.

„De Vogelaarwijken waren verweesde wijken waar mensen het gevoel hadden niet serieus genomen te worden, niet gezien te worden. Die stemming is aan het omslaan.”

Bewoners van de wijken zien dat instellingen uit het maatschappelijk middenveld zich nu anders organiseren. In de wijk Velve-Lindenhof in Enschede kregen probleemgezinnen één wijkcoach toegewezen met verregaande bevoegdheden, die alle instanties vertegenwoordigt en namens hen mag ingrijpen.

De Vogelaarwijk als een broedplaats voor sociale en institutionele vernieuwing?

Van der Lans: „In de jaren zestig had de kinderbescherming zevenduizend vrijwilligers en tweehonderd professionals. Tien jaar later was dat omgekeerd. Maar de wal begint het schip te keren. Instellingen moeten weer dienstbaar zijn aan de mensen in de wijken.”

Instellingen als jeugdzorg laten bewoners toch al meepraten?

Scherpenisse: „Institutionele participatie noem ik dat. U mag meepraten in ónze structuren, u heeft een adviserende stem, en daarna zien we wel wat er mee doen.”

Hoe moet het wel?

Van der Lans: „Je moet durven loslaten. Zorg ervoor dat mensen minder afhankelijk worden van subsidies.”

Scherpenisse noemt graag het voorbeeld van de vijf buurthuizen in Tilburg die wegens bezuinigingen werden gesloten. Inmiddels zijn er weer twee geopend nadat bewoners zeiden: we gaan het zelf doen. „Ze huren de panden, zonder subsidie.”

Zonder subsidie?

Scherpenisse: „Bewoners verhuren de panden onder en organiseren activiteiten. Er is een kinderclub met vrijwilligers. Ze zorgen zelf dat het rendabel wordt.”

U bent positief over wat er in de wijken gebeurt. Maar uw rapport benadrukt ook wat er vooral niet goed gaat. Wijkeconomie en participatie die te wensen overlaten, gemeenten die niet nadenken over de continuïteit van projecten.

Scherpenisse: „Dat zijn organisatorische problemen. Het schort niet aan concrete activiteiten in de wijk zelf. In de wijken zijn meer dan duizend projecten. Te veel, maar het laat zien dat men het weer de moeite waard vindt iets voor zijn buurt te doen.”

Dat is wel erg gemakkelijk. Uw rapport kaart toch grote problemen aan?

Scherpenisse: „Zeker. Wijken zijn kwetsbaar. Maar er is weer vertrouwen. Dat mag je nooit uit handen laten vallen, dan laat je wijken vallen.”

Dat is toch wat dit kabinet doet?

Scherpenisse: „Den Haag moet waar nodig een buitenboordmotor zijn. Zorg dat er geen regels zijn die vernieuwing belemmeren en maak ruimte voor experimenten.”

In de Integratiebrief schrijft minister Donner over migranten die er niet in slagen te integreren. Die wonen veelal in de Vogelaarwijken.

Van der Lans: „Ik denk dat men in de wijken voorbij dit debat is.”

Er bestaat geen integratieprobleem, bedoelt u?

Van der Lans: „Natuurlijk wel, maar in de wijken is de toon anders. De felheid van Den Haag zijn we niet tegengekomen. Beladen termen als ‘aanpassen of wegwezen’ hoor je niet. Het gaat over het aanpakken van asociale gezinnen.”

Scherpenisse: „Natuurlijk gaat het ook over rotjochies. Maar ik vind het heel opvallend dat het thema islam bij onze wijkbezoeken ontbreekt. Kennelijk zijn ze in de wijken die discussie voorbij. Men is in Den Haag bezig met het verkeerde gevecht.”