Vluchten in eigen stilte

Ruta Sepetys: Schaduwliefde. Vertaald uit het Engels door Michèle Bernard. Moon, 368 blz. € 17,95

‘Elke dag dat de trein stopte, leunden we uit de wagon en probeerden we de lijken te tellen die uit de trein werden gegooid. De getallen liepen elke dag op. […] Mijn voeten waren gevoelloos door het getril van de houten vloer. Mijn hoofd leek dicht te zitten door de stank. […] De luizen beten me langs mijn haargrens, achter mijn oren en in mijn oksels’.

Het is 1941. Lina Vilkas (15) is met haar moeder, broertje Jonas en ontelbare lotgenoten op weg naar de hel. Niet die van Auschwitz, maar die van Trofimovsk aan de Laptev Zee in Noord-Siberië. En niet omdat ze een joodse is, maar een Litouwse.

Het tragische lot van veel Litouwers behoort tot de onbekende geschiedenis van de Baltische staten. Ten gevolge van het beruchte Molotov-Ribbentroppact (1939) waarin Stalin en Hitler Oost-Europa verdeelden, zaten Litouwen, Estland en Letland klem tussen twee duivels en werden ze stilletjes van de kaart geveegd: de Sovjet-vijandigen werden door Stalins geheime politie gedeporteerd. De achterblijvers hadden hun hoop – onvoorstelbaar maar waar – op Hitler gevestigd.

Ruta Sepetys, dochter van een Litouwse vluchteling, sprak met historici, familieleden en overlevenden van de deportaties en de Goelag. Hun gruwelijke ervaringen werkte ze om tot haar debuutroman Schaduwliefde: een in onopgesmukte taal verteld kampverhaal waarin honger, kou en uitputting de eigenlijke hoofdpersonen zijn en de dood voortdurend op de loer ligt, wachtend tot hij kan toeslaan in de vorm van tyfus, scheurbuik of bevriezing.

Lina is een goed observator en eerlijk verteller, die trefzeker haar moeder, Jonas, haar liefde Andrius en zelfs een naamloze jood (‘de kale man’) die heen en weer wordt geslingerd tussen verraad en solidariteit, met bezieling portretteert. Haar tekentalent stelt haar bovendien in staat te schrijven en te vluchten in beelden: van haar woonplaats Vilnius, haar gevangen genomen vader, een universitair docent, en haar nichtje Joana die, geholpen door haar vader, naar Duitsland is gevlucht.

Ook de schilderijen van Edvard Munch (1863-1944) vormen een toevluchtsoord. Munch als Lina’s inspiratiebron is wat opzichtig gekozen. De parallellen tussen zijn door dood, eenzaamheid, ziekte, verval en angst geobsedeerde werk en Lina’s kampervaringen liggen er dik bovenop. Toch ontroert het, te lezen hoe Lina haar fantasieën leven inblaast, hoe ze zich ‘vastklampt aan haar in verval geraakte dromen’, hoe ze vlucht in haar ‘eigen stilte’ en tekeningen en daar kracht vindt.

Gaandeweg vraagt Lina zich af wat moeilijker is: sterven of leven? Dat de epiloog die vraag helaas beantwoordt, maakt Sepetys’ grimmige schimmenwereld niet minder aangrijpend. Between Shades of Gray, zoals de oorspronkelijke titel luidt, leest als een verontrustende dystopie, maar is akelig werkelijke geschiedenis.