Verraderlijke verhuisboete eindelijk op haar retour

Met het verlagen van de overdrachtsbelasting gaat het kabinet een perversiteit in de woningmarkt te lijf. En politiek handig: die vermaledijde bankiers mogen het plan gaan betalen.

Slinkende files, mooiere banen en blije werknemers die meer produceren. Wie wil dat nu niet? En de regering hoeft daarvoor alleen maar aan dat ene knopje te draaien. Het kabinet heeft hem nu gevonden.

Met het voornemen de overdrachtsbelasting op koopwoningen te verlagen, maakt het kabinet gebruik van een aantrekkelijke volumeknop. Je kunt het ook omdraaien. Wie heeft ooit bedacht belasting te heffen – forse belasting – op de aankoop van een huis? Het ontmoedigt verhuizen, het verhoogt forensenverkeer, het straft mobiel gedrag op de woningmarkt af.

Samen met makelaarspremies en afsluitprovisies voor leningen is de koper in Nederland al gauw 10 procent van de huizenprijs kwijt. Wie al een koopwoning heeft, kan dat makkelijker uit de overwaarde financieren, maar starters moeten enkel en alleen voor de transactie al snel twintig mille achter de hand hebben. Geen wonder dat het Centraal Planbureau de belasting al eerder oneerlijk en verstorend noemde. Het stimuleert ongewenst gedrag.

Vooral de ontmoediging van de doorstroming op de woningmarkt is een belangrijke reden voor het kabinet het belastingtarief op overdracht tijdelijk met twee derde te verlagen. De woningmarkt draait steeds stroever. De lastenverlichting moet je per direct invoeren anders valt de markt helemaal stil. Wie koopt morgen een woning als je weet dat het tarief op de transactie volgende maand duizenden euro’s goedkoper is? En wie vorige week een woning kocht, komt in de verleiding om gebruik te maken van de clausule er alsnog van af te zien. Want vanaf vandaag is dezelfde woning duizenden euro’s goedkoper. Vandaar dat het kabinet er op studeert de verlaging van de overdrachtsbelasting met enige terugwerking (een of twee weken) in te voeren.

Over de vraag wie het ooit bedacht heeft: dat was waarschijnlijk Alva, toen Nederland nog zuchtte onder de Spanjaarden. De belastinginkomsten bleken zo aantrekkelijk voor de overheid, dat de Spanjaarden wel vertrokken, maar de overdrachtsbelasting niet. Een paar jaar geleden kreeg het Rijk hiermee nog 4,5 miljard euro binnen, een kwart van het totale bezuinigingspakket. Maar de afgelopen jaren is er wel wat veranderd. Banken zijn sinds de kredietcrisis voorzichtiger geworden met hypothecaire leningen en consumenten zijn behoedzamer. Het aantal woningverkopen is sterk gedaald, evenals de inkomsten van het Rijk uit overdrachtsbelasting. Dit jaar dit jaar wordt gerekend op 3,5 miljard.

Omdat het kabinet alleen de belasting voor particuliere woningen verlaagt en niet voor bedrijfspanden, bedraagt de totale schade voor de schatkist circa 1,2 miljard euro per jaar. De staat heeft daarom voor het resterende half jaar en voor het eerste half jaar van 2012 zo’n 600 miljoen euro nodig.

Het kabinet heeft hier een politiek slimme oplossing voor gevonden: de banken. Die moeten een aparte belasting gaan betalen. De banken die massaal gesteund werden tijdens de kredietcrisis en een imagoprobleem hebben door alle bonussen. De banken die ook op vrijwillige basis mee zouden moeten betalen aan de problemen met Griekenland. En passant wrijft het kabinet zo de bankiers onder de neus wie de baas is in Nederland. Staan de bankiers straks ‘vrijwillig’ in de rij om mee te mogen betalen aan de probleemleningen van Griekenland?

Consumenten kunnen zich echter ook zorgen maken over de vraag wie de rekening gaat betalen. Een van de sluimerende problemen in Europa is dat het westerse bankwezen niet solvabel genoeg is. Balansen moeten worden versterkt, het incasseringsvermogen verhoogd. Banken nemen minder risico en moeten meer verdienen. Huizenkopers merken al een paar jaar wat dat betekent. Een bank die aan moet sterken, zal de lastenverzwaring van het kabinet elders moeten goedmaken. Burgers en bedrijfsleven zijn de logische kandidaten om de kosten op af te wentelen.