Studeren is nu nog makkelijk, maar vraagt straks veel meer

Tienduizenden scholieren verlaten het voortgezet onderwijs. De eindexamens zitten erop, het diploma is gehaald – ze zijn klaar voor het hbo of de universiteit.

Een aantal van hen zal rechten willen studeren. Waar kunnen ze dan heen? Overal, leert een vlugge blik op de site rechtenstudie.nl. Wie zich wil bekwamen in de wet, is welkom op wel twintig Nederlandse hogescholen en universiteiten.

En allemaal bieden deze instellingen ‘uitdagend’ onderwijs dat goed ‘studeerbaar’ is. Met aandacht voor theorie en praktijk. Met lessen en colleges in grotere en kleinere groepen. Met prima vooruitzicht op een baan. Met intensieve studiebegeleiding.

Kortom, universiteiten en hogescholen bieden veel, en vooral veel van hetzelfde. Ze doen hun best om zich op bepaalde punten van elkaar te onderscheiden, maar ze willen ook weer niet té bijzonder zijn, omdat ze wel zo veel mogelijk studenten willen binnen halen. Want als universiteit A een opleiding communicatie en media heeft waar de studenten de collegezaal uitpuilen, dan is de verleiding groot voor universiteit B om een studie media en communicatie te beginnen.

Nederlandse universiteiten en hogescholen worden sinds dit collegejaar namelijk hoofdzakelijk gefinancierd op basis van het aantal studenten dat ze hebben. Bij universiteiten gaat het om ongeveer 60 procent van hun bekostiging. Daarnaast is 20 procent van de financiering afhankelijk van het aantal studenten dat zijn bul haalt, de zogenoemde diplomabonus. De overige 20 procent is een vast bedrag. Bij het hbo is de volledige financiering gebaseerd op studentenaantallen en diploma’s.

Tot vorig jaar bepaalde bij universiteit en hbo de diplomacomponent het grootste deel van de financiering. Dit leverde een ‘perverse prikkel’ op, vond de politiek: studenten zouden wel eens te makkelijk hun diploma kunnen krijgen, omdat instellingen geen zin hebben om jaren onderwijs te verzorgen waarvoor uiteindelijk geen vergoeding volgt. Die prikkel is er nu goeddeels uitgehaald, maar daarvoor in de plaats is de verleiding gekomen met fraaie folders en spectaculaire voorlichtingsdagen zo veel mogelijk studenten binnen te halen.

En dat is ook niet altijd wenselijk. Want over het niveau van het onderwijs, dat mede onder druk staat vanwege de grote aantallen studenten, wordt al flink gemopperd. De commissie-Veerman, die vorig jaar rapporteerde over de ‘toekomstbestendigheid’ van het hoger onderwijs, noteerde veel klachten. Studenten en afgestudeerden vinden het Nederlandse hoger onderwijs weinig prestigieus en niet veeleisend. Vooral getalenteerde studenten worden te weinig uitgedaagd. Daarnaast proberen Nederlandse studenten nauwelijks te excelleren en besteden zij, vergeleken met Europese collega’s, weinig tijd aan studie. In 2007 was bij 30 procent van de studies sprake van minder dan tien lesuren per week in het eerste studiejaar.

Dat studenten niet veel boven de boeken zitten en in de collegezaal niet worden uitgedaagd, heeft consequenties voor het studierendement. In het hbo breekt gemiddeld 30 procent de studie in het eerste jaar af, in het wetenschappelijk onderwijs zo’n 25 procent. Na zes jaar heeft 63 procent van de hbo-studenten zijn bul, na zeven jaar 68 procent van de universitair studenten. Hiermee zit Nederland in de Europese middenmoot, niet aan de top. De doelstelling, ondersteund door de volledige Tweede Kamer, om tot de mondiale topvijf van kenniseconomieën door te dringen, is dan ook nog niet in zicht. Op de lijst van van de OESO (organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling) is Nederland bij de laatste meting gezakt van de achtste naar de tiende plaats.

Niemand is blij met het systeem zoals het nu functioneert. Studenten zijn boos omdat ze vinden dat ze geen waar krijgen voor hun stijgende collegegeld. Uit een enquête van studentenbond LSVb bleek dat 43 procent van de deelnemers ontevreden was over zijn studie en dat 51 procent de kwaliteit middelmatig vond. In het hbo vindt 42 procent van de studenten docenten niet streng genoeg.

Universiteiten en hogescholen zeggen ook niet blij te zijn omdat ze iedereen moeten toelaten die zich met het juiste diploma meldt aan de poort. Mogelijkheden tot selectie zijn er nauwelijks en als studenten na het eerste jaar de norm van het bindend studieadvies hebben gehaald, kunnen ze daarna niet meer van een opleiding worden verwijderd, ook al voeren ze niets uit.

Het ‘hoger onderwijs voor velen’, dat eind jaren zeventig werd nagestreefd, is er gekomen. Maar dat heeft geleid tot eenvormige onderwijsinstellingen waar de grauwe middelmaat regeert, daarover zijn politici, bestuurders, docenten en studenten het eens.