Strengere selectie in hoger onderwijs

Een vwo-diploma biedt in de toekomst niet langer toegang tot iedere universitaire opleiding. Ook excellente hbo-studies mogen gaan selecteren. Instellingen mogen meer collegegeld vragen voor hun beste opleidingen.

Dat staat in de ‘strategische agenda’ voor het hoger onderwijs van staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs, VVD) en minister Verhagen (Innovatie, CDA) die vandaag is besproken in de ministerraad. Het kabinet hoopt „het roer om te gooien”, zodat Nederland kan meedoen in de „voorhoede van kenniseconomieën”.

Universiteiten én hogescholen mogen gaan selecteren aan de poort voor opleidingen die „een hoog eindniveau, een sterke internationale oriëntatie of een intensief studieklimaat” hebben. De cijferlijst van scholieren gaat een rol gaat spelen bij de toelating tot dit soort studies, maar cijfers mogen niet allesbepalend zijn bij de selectie, schrijft Zijlstra. Tijdens een selectiegesprek moet een instelling bijvoorbeeld letten op de motivatie van een student. Studenten en instellingen krijgen het wettelijk recht een adviserend intakegesprek aan te vragen, ook als het niet om excellente opleidingen gaat.

Het kabinet wil verder dat er meer vwo-scholieren naar het hoger beroepsonderwijs gaan. Daarom moeten er op het hbo driejarige bachelors komen, naast de vierjarige opleidingen die nu bestaan. Het aanbod van masters op het hbo moet worden vergroot, zodat meer studenten met een master de hogeschool verlaten.

Jongeren die een diploma op het hoogste mbo-niveau hebben gehaald, hebben niet langer recht op toelating tot iedere hbo-opleiding, zoals nu het geval is. Datzelfde geldt voor studenten die met een hbo-propedeuse naar de universiteit willen.

Zijlstra eist dat hogescholen en universiteiten zich gaan profileren ten opzichte van elkaar. „In dezelfde regio wordt niet meer hetzelfde onderwijs aangeboden”, schrijft hij. Instellingen die erin slagen zich scherp te onderscheiden, worden daarvoor financieel beloond. Net zoals er een beloning volgt als prestatieafspraken worden gehaald op het gebied van het terugdringen van studie-uitval, en het verhogen van het aantal lesuren. Deze beloningscomponent bedraagt deze kabinetsperiode 7 procent van de totale bekostiging van het hoger onderwijs en kan later oplopen tot 20 procent.

Het kabinet neemt in zijn strategische agenda veel van de aanbevelingen over die een commissie onder voorzitterschap van CDA-prominent Cees Veerman deed. Veerman pleitte ook voor extra geld, maar dat komt er niet. De 310 miljoen euro die wordt besteed aan het belonen van profilering en onderwijskwaliteit is afkomstig uit de opbrengsten van de langstudeerdersboete, het afschaffen van de basisbeurs in de masterfase en een bezuiniging van 190 miljoen euro op het budget van hogescholen en universiteiten.

Studeren is nu nog makkelijk, maar vraagt straks veel meer: pagina 4-5