Sterke verhalen

Een semicollega vertelde me dat hij eerder deze week bijna vier uur in een kamertje met Mark Rutte had gezeten, bijna één op één, om het over het onderwijs te hebben. Hij vertelde me dit op een dakterras in Amsterdam. Er was een biertap, prosecco, olijven, een paar Spaanse fuetten en een dozijn schrijvers die bij elkaar goed waren voor tonnen subsidie en ik weet niet hoeveel literaire prijzen.

„De premier had”, zei hij, „zoals dat heet, een luisterend oor”. Terwijl hij het zei maakte hij een beweging, alsof hij zichzelf bij zijn oorlel ging pakken.

„De premier was oprecht verbaasd over onze kritiek op het onderwijs en de plannen van dit kabinet.”

„Verbaasd?”, vroeg iemand anders. Welke krant leest hij dan?

Geen, antwoordde iemand.

Ik ontfermde me over een bakje chocoladepinda’s en dacht aan een cartoon die ik gezien had. Op het plaatje lag Rutte languit, fluitend op een boomstronk te relaxen, in sandalen, korte broek, hemdsmouwen, met op de achtergrond een heel bos aan afgezaagde, weggesnoeide boomstronken. ‘Zomerreces’ stond eronder.

Opeens, alsof hij besefte dat hij iets verkeerds gezegd had, voegde de collega toe: „Maar die Zijlstra was er niet bij, hoor, dan had ik mij niet kunnen inhouden!”

Drie passen verderop stond een goeie vriend van me. Hij heeft Viking-achtig lang haar en is redacteur van een literair tijdschrift, zo eentje waar volgens staatssecretaris Zijlstra geen cent subsidie meer naartoe mag gaan. Ik had hem net te vrolijk gegroet: „Gustaaf, dude! Hoe gaat-ie? En met de bezuinigingen?”

Gustaaf never loses his cool, maar hij heeft wel een glimlach die erg pijnlijk kan zijn.

Toevallig lees ik deze dagen George, Being George, een ‘oral biography’ van George Plimpton, de oprichter van het legendarische literaire tijdschrift The Paris Review. Plimpton was decennia lang de spil van literair New York, bevriend met Mohammed Ali, John Wayne, de Kennedy-familie. Hij had naast Bobby Kennedy gelopen toen deze werd doodgeschoten in Los Angeles en worstelde het pistool uit de handen van Sirhan Sirhan, so nice they named him twice. Bij de rechtszaak vertelde Plimpton dat Sirhan een volledige kalmte uitstraalde, een droomachtige blik op zijn gezicht had.

Als je de anekdotes van vrienden in het boek mag geloven hield iedereen van George, had hij een legioen affaires met schrijfsters en journalistes en gaf hij de meest geliefde borrels op Manhattan.

De borrel in Amsterdam liep op zijn einde, de Rutte-kenner vertrok als laatste, Gustaaf moest vlug naar een lezing, en George Plimpton is alweer jaren dood.

JOOST DE VRIES