Satire over ‘arme Ron’ eindigt in een doolhof

Ook al is het inmiddels een respectabele dertiger, internet heeft nog altijd een onbedaarlijk jeugdig imago. Het medium is hip, je kunt er als reaguurder lekker los gaan, en er valt ook vaak wat te lachen. Satire leeft, in bits en bytes. Journalistiek was dit natuurlijk niet, het was een grap – of toch niet?

Ook al is het inmiddels een respectabele dertiger, internet heeft nog altijd een onbedaarlijk jeugdig imago. Het medium is hip, je kunt er als reaguurder lekker los gaan, en er valt ook vaak wat te lachen. Satire leeft, in bits en bytes.

Journalistiek was dit natuurlijk niet, het was een grap – of toch niet?

Soms is dat leuk, vaak ook niet.

De site van de krant haakte ruim een week geleden in op de affairette rond tv-presentator Ron Boszhard die in de VARA Gids was afgebeeld als de Servische generaal Mladic. Die fotomontage stond in de rubriek Lucky TV, met een nepinterview met Boszhard erbij waarin de presentator van onder meer De leukste thuis en Te land, ter zee en in de lucht zei graag eens als oorlogsmisdadiger te worden afgebeeld.

Leuk, voor thuis?

Nee, vond de rechter. In een zaak die aanhangig was gemaakt door de kop-van-jut (voor de goede orde: Boszhard) oordeelde hij op 16 juni dat er geen aanleiding was om nu juist deze tv-man op te tuigen als Mladic, ook al was het absurde daarvan natuurlijk juist de grap. De schade die de presentator daardoor leed, moest zwaarder wegen dan de vrijheid van meningsuiting van de VARA. Het verweer van de omroep dat het ging om het contrast tussen het karakterloze imago van de presentator en een „vechter” als Mladic werd afgewezen. Mladic wordt toch eerder gezien als een verdachte van ernstige oorlogsmisdaden, noteerde de rechtbank droogjes.

Bij nrc.nl rinkelden echter de alarmbellen. Was de vrijheid van meningsuiting nu in gevaar? Werd satire moeilijker, zo niet onmogelijk?

Redacteur Ward Wijndelts stelde een ludieke actie voor om satirici een hart onder de riem te steken. En dus kwamen er drie stukjes op de site waarin enkele „invloedrijke mensen”, gephotoshopt als Mladic, het opnamen voor het recht van „Arme Ron” om „zijn fascinatie” met de generaal uit te leven. Eerst cabaretier Hakim („Je hebt gelijk, het is een geinig hoedje om te dragen”), een dag later de publicist Voltaire („Helaas ben ik al 233 jaar dood”), en als laatste Matthijs van Nieuwkerk („Ik scheer mijn hoofd kaal als Mladic dit echt zo erg zou vinden”). Compleet verzonnen natuurlijk, geen van de drie heren was echt benaderd – ook niet de nog levende twee invloedrijken.

De reacties van bezoekers op de site waren gemengd, maar vooral lauw, van „grappen maken is ook een vak” tot „domme minachting voor een afgewogen oordeel van de rechter”. Maar ook schreef iemand: „Ik vind het prima dat Hakim het opneemt voor Ron Boszhard, maar ik zou als ouder liever zien dat hij ‘alle kinderen van Nederland’ er buiten laat”. De brave reactie van die laatste bezoeker lijkt het gelijk van de eerste te bevestigen.

Enkele lezers schreven mij er ook over, vooral verbaasd – en daaruit kun je al opmaken dat bij hen de grap was platgevallen. Een lezeres wilde weten: heeft de redacteur de affaire niet goed begrepen, of doet de site mee aan de satire? Dat riekt dan toch ook naar smaad of laster? Een ander, projectleider van het portal EO-jongeren, schreef een boze brief aan de hoofdredacteur (“Uw krant doet een Geen-Stijltje”), afgesloten met een lichte aanval van tourette: „Stelletje pseudo-kwaliteitsjournalisten.”

Internetchef Ernst-Jan Pfauth spreekt van een succes: ‘Hakim’ was die dag het op twee na meest aangeklikte artikel op de site, ‘Matthijs’ het op één na populairste. Hij vindt de serie achteraf vooral te traag gebracht: de eerste aflevering kwam pas in de week ná het vonnis, toen GeenStijl er allang – en geheel in stijl – bovenop was gesprongen.

Maar, geeft de chef toe, de satire had ook wel duidelijker gepresenteerd mogen worden. De plaatsing in de selectieve rubriek ‘Het beste van het web’ was verwarrend. En er werd zo weinig context geboden, dat de kwestie – toch al een meta-spelletje van nep en camp – voor een niet gewaarschuwde bezoeker compleet onbegrijpelijk werd.

Het is natuurlijk een dilemma: een grap wordt er zelden leuker op als je hem uitlegt. Aan de andere kant, een goeie grap hoef je niet uit te leggen. Maar satire in het kwadraat, zoals in dit geval, dat moet haast wel eindigen in een doolhof van dubbele bodems. Nog helemaal los van de vraag of je dit soort middelbareschoolhumor lollig vindt of niet. En kranten, maar ook hun sites, zijn er niet om lezers, of aanklikkende bezoekers, in verwarring te brengen. Daarom zijn 1-aprilgrappen in kranten ook maar zelden geslaagd en hou je er vaak eerder een besmuikt gevoel aan over dan een vrolijk humeur.

Toegegeven, de mores op internet zijn anders – en met online journalistiek valt nog veel te experimenteren. Dat is ook de opdracht van de site. Maar journalistiek was dit natuurlijk niet, het was bedoeld als een grap, een speelse knipoog.

Of toch niet?

De verwarring lijkt niet alleen bij de briefschrijvers te zitten, maar ook bij de redactie die dit verzon. Want de aanleiding was toch oprechte bezorgdheid over het vonnis van de rechter? Of volgens Pfauth, die het vonnis „tamelijk genuanceerd” noemt, over het „media-effect” ervan, namelijk dat het maken van satire moeilijker zou worden. Maar als je je daar echt zorgen over maakt, kun je beter – zoals een lezer schrijft – het vonnis analyseren of een knetterende discussie organiseren, dan je tong zo diep in je eigen wang begraven.

Een goeie grap hoef je niet uit te leggen, maar een actie wel.