Rechters spreken zich uit tegen voorstel Opstelten minimumstraffen

Opstelten in zijn rol als informateur in een Kamerdebat begin september vorig jaar. Foto NRC Handelsblad / Roel Rozenburg

Invoering van minimumstraffen beperkt de rechter van de vrijheid te veel en het is maar de vraag of de straffen een bijdrage leveren aan een veiliger samenleving. Dat staat in een advies van de Raad voor de rechtspraak aan minister Opstelten.

Opstelten wil zware criminelen die in herhaling vallen minimaal zes jaar cel opleggen. Volgens de raad, het bestuursorgaan van de rechtspraak die de belangen van rechters behartigt, zijn rechters als het plan doorgaat in de toekomst soms gedwongen straffen op te leggen die niet in verhouding staan tot de ernst van het misdrijf. Bovendien is het de vraag, schrijft de raad in het advies op basis van eerder onderzoek, of zwaardere straffen leiden tot minder recidive en meer veiligheid.

In het voorstel van Opstelten staat dat criminelen die binnen tien jaar nadat ze uit de cel zijn gekomen opnieuw een zwaar misdrijf plegen minimaal de helft van de maximumstraf voor dat misdrijf moeten krijgen. Het gaat dan om misdrijven waar twaalf jaar cel of meer voor staat en waarbij sprake is van een “ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer”.

De Raad voor de rechtspraak vindt dat de rechter door het invoeren van minimumstraffen onvoldoende ruimte heeft om een passende straf op te leggen. Niet alleen worden rechters gedwongen een te hoge straf op te leggen, ook kunnen specifieke sancties die de rechter juist kan opleggen om de kans op recidive te verkleinen niet meer worden opgelegd, aldus de raad.

Onze juridisch redacteur Folkert Jensma begrijpt het standpunt van de raad wel:

“De stevige reactie van de Rechtspraak is begrijp ik helemaal. De vrijheid van de rechter wordt stevig aan banden gelegd. Uit het onderzoek blijkt dat deze politieke ingreep neerkomt op gemiddeld 3 jaar en 5 maanden celstraf méér dan de rechter in deze gevallen pleegt op te leggen. Dat is een behoorlijk groot verschil. Rechters ervaren dat als een miskenning van de praktijk.
En verder: voordat iedereen nou denkt ‘softe rechters worden eindelijk tot de orde geroepen’. Lees ook even de allerlaatste alinea uit het onderzoek. Daarin staat dat de rechters handelen ‘in commissie’. Oftewel, ook het openbaar ministerie eist nu vrij vaak lager dan de nieuwe wet voorschrijft. Ook bij recidive is er nu dus ruimte voor nuance.
Verder weegt de rechter het oordeel van de reclassering en gedragskundige adviseurs mee. Vaak komen er dan (deels) voorwaardelijke straffen uit. Het nieuwe wetsvoorstel maakt ook dat onmogelijk.”