Polen zit in de lift, luidt de boodschap

Het gaat goed met Polen, dat komend half jaar voorzitter is van de Europese Unie. Het land is trots op zijn succes en wil dat in de komende tijd ook laten zien.

Het nieuwe visitekaartje van Polen is 70 meter hoog, heeft acht verdiepingen, een schuifdak en kost een half miljard euro. Het Nationale Stadion, waar volgend jaar het EK Voetbal wordt gehouden, is een reusachtig rood-wit complex dat het andere icoon van de Warschause skyline, het door Stalin gebouwde Paleis van Cultuur, naar de kroon steekt.

Zelfs het verleden – in Polen altijd gevoelig – moest ervoor wijken. Het oude stadion, door de communisten gebouwd met puin van de stad die door de nazi’s was platgebrand, is met de grond gelijk gemaakt. Alleen een klein monument ter ere van de Sovjetarbeider herinnert aan die tijd.

„Voor de regering is dit een symbool van nationale trots”, zegt de jonge architect Wojciech Paplawski. „Persoonlijk vind ik het een tikkeltje te veel van het goede.”

Succes is ook de boodschap van het Poolse voorzitterschap van de EU, dat vandaag begint. Je ziet het in het logo, dat behalve uit de nationale vlag uit louter omhoog gerichte pijltjes bestaat: Polen zit in de lift, wil men maar zeggen. „Polen is nu een normale, moderne democratie”, vindt Mikolaj Dowgielewicz, minister van Europese Zaken. „Tijdens het voorzitterschap is dat het belangrijkste dat we willen laten zien.”

Volgens de regering van premier Donald Tusk gaat het zelfs zo goed dat Polen zich nu eindelijk bij de andere grootmachten van de EU mag scharen, als eerste van de tien landen die in 2004 zijn toegetreden.

De jonge architect Paplawski is een voorbeeld van het Poolse succes. Hij vertrok in de jaren negentig naar Wenen, want in Warschau was niets te beleven. Een paar jaar geleden kwam hij terug. Warschau was hot. Inmiddels is hij onderscheiden voor zijn werk in Polen, onder meer voor een oude katoenfabriek die hij omtoverde tot een luxe hotel met glazen zwembad op het dak. „Als je daar zwemt, kun je de hele stad zien.”

Polen is de enige EU-economie die de crisis doorstond zonder recessie. Ook politiek is er stabiliteit. Met de Russen, de oude vijand, zijn de betrekkingen genormaliseerd, in elk geval minder hysterisch. De vliegramp in april vorig jaar in Smolensk, waarbij president Lech Kaczynski omkwam, bracht de Polen en de Russen zelfs nader tot elkaar. Met Duitsland, de andere Angstgegner, zijn de banden zelfs vriendschappelijk.

Toch willen veel Polen niet van een succes spreken. Aan een tafeltje op de lommerrijke campus van de universiteit van Warschau moppert economiestudent Andrzej Pietras: „Eigenlijk is het meer geluk dan wijsheid. Dat onze economie niet geraakt is, komt vooral doordat die vrij geïsoleerd is. En onze banken hebben niet veel geïnvesteerd in Griekse obligaties. Wij worden pas echt een volwaardig lid is als we ophouden meer te nemen van de EU dan te geven.”

De universiteit vormt het zenuwcentrum van Polens nieuwe elite. In de prachtige klassieke gebouwen in het centrum van de stad is alleen plek voor de allerslimsten, die les krijgen van de beste professoren. De meesten eindigen met goede banen. Maar er zijn er ook die hun toekomst bij gebrek aan werk elders zoeken, in Groot-Brittannië bijvoorbeeld – en dan als ober aan de slag moeten.

Buiten het centrum van Warschau staan verouderde flatgebouwen als blokkendozen tegen elkaar. Oude industrieterreinen kwijnen langzaam weg. Op een rommelmarkt zitten twee bejaarde vrouwen in bloemetjesjurken op een hekje naast hun koopwaar: kleding die over het hek ligt alsof die hangt te drogen. „Het is toch idioot dat wij nog moeten werken” klaagt de een. „Van onze pensioenen kunnen we niet rondkomen”, vult de ander aan. „Dit is het andere Polen.”

Er is een grapje over het logo van het voorzitterschap, zegt opiniepeiler Marcin Laczynski. „Die pijltjes staan voor de prijzen van benzine en voedsel. Sommige Polen doen al die woorden zelfs denken aan de communistische succespropaganda.”

Veel Polen begrijpen er ook geen snars van dat een arm land een ‘rijk’ land als Griekenland uit de problemen moet helpen. Het toenemende nationalisme bij westerse EU-lidstaten maakt de populariteit van Europa er bij hen niet groter op. En dat kan riskant zijn voor premier Tusk, een fanatieke voorstander van Europese integratie. In oktober zijn er verkiezingen en als Europa pijn gaat doen, komt Jaroslaw Kaczynski weer in beeld, de nationalistische, anti-Duitse, anti-Russische en anti-Europese oppositieleider en tweelingbroer van de vorige president.

„Wij zijn geen barbaren hoor”, zegt de jonge curator Michail Suchora van Dom Funkcionalny, een nieuw cultuurhuis op de oostelijke oever van de Vistula, die Warschau doormidden snijdt. Vroeger was dit een achterbuurt. Nu is het een centrum van trendy kunstgalerijen en designbureaus en komt de culturele elite er samen. „Polen staat nu aan de goede kant”, vindt Suchora.

„Ja, Polen is bezig met een wedergeboorte”, zegt ook architect Paplawski. „Maar we hebben nog een lange weg te gaan.”