Polen voelen zich niet meer tweederangs

Polen zit de komende zes maanden de EU voor.

De regering hamert op eigen successen, maar het volk mort. „We hebben nog een lange weg te gaan.”

Het nieuwe visitekaartje van Polen is zeventig meter hoog, heeft acht verdiepingen, een schuifdak en kost een half miljard euro. Het Nationale Stadion, waar volgend jaar het EK wordt gehouden, is een megalomaan rood-wit complex dat het andere icoon van de Warschause skyline, het door Stalin gebouwde Paleis van Cultuur, naar de kroon steekt.

Kosten noch moeite worden gespaard voor de bouw en zelfs het verleden – in Polen altijd een gevoelige kwestie – moet ervoor wijken. Het oude stadion dat er stond, door de communisten gebouwd met het puin van het door de nazi’s platgebrande Warschau, is met de grond gelijkgemaakt. Alleen een klein monument ter ere van de Sovjetarbeider herinnert aan die tijden. De boodschap is duidelijk: het gaat goed met Polen. „Voor de regering is dit een symbool van nationale trots”, zegt de jonge, prominente architect Wojciech Paplawski. „Persoonlijk vind ik het een tikkeltje te veel van het goede.”

Dat Poolse succes is ook de onderliggende boodschap van het Poolse voorzitterschap van de EU, dat vandaag begint. Je ziet het in het logo, dat behalve uit de nationale vlag bestaat uit louter omhoog gerichte pijltjes: Polen zit in de lift, wil men maar zeggen, ook politiek. Mikolaj Dowgielewicz, minister van Europese Zaken, zei onlangs: „Polen is nu een normale, moderne democratie en tijdens het voorzitterschap is dat het belangrijkste wat we willen laten zien.”

Volgens de regering van premier Donald Tusk gaat het zelfs zo goed dat Polen zich nu eindelijk bij de andere grootmachten van de EU mag scharen, als eerste van de in 2004 toegetreden nieuwe lidstaten. „Voor de regering betekent het voorzitterschap dat Polen is toegetreden tot het grote Europa”, zegt politicoloog Aleksandr Smolar.

In de recente geschiedenis deed Polen er eigenlijk niet toe, bestond het soms niet eens, zegt de aan denktank ISP verbonden Jacek Kucharczyk, die de regering adviseerde over de pr-strategie voor het komend half jaar. Zestig jaar geleden waren er de nazi’s, daarna communisten. „En toen Polen in 2004 toetrad tot de EU maakte de euforie snel plaats voor het gevoel een tweederangs lidstaat te zijn.”

Maar nu blaakt Polen van het zelfvertrouwen. Het is de enige EU-economie die de crisis doorstond zonder recessie – iets wat Warschau graag benadrukt. En de vooruitzichten zijn goed. Ook politiek is er stabiliteit. Met de Russen, de oude vijand, zijn de betrekkingen tot op zekere hoogte genormaliseerd, in elk geval minder hysterisch. De vliegramp in april vorig jaar in Smolensk, waarbij de vorige president Lech Kazczynski omkwam, bracht de Polen en de Russen zelfs nader tot elkaar. Met Duitsland, de andere angstgegner, zijn de banden zelfs vriendschappelijk.

Toch willen veel Polen niet van een succes spreken. Op de lommerrijke campus van de universiteit van Warschau moppert economiestudent Andrzej Pietras: „Eigenlijk is het meer geluk dan wijsheid. Dat onze economie niet geraakt is, komt vooral doordat die vrij geïsoleerd is. En onze banken hebben niet veel geïnvesteerd in Griekse obligaties. Wij worden pas echt een volwaardig lid is als we ophouden met meer te nemen van de EU dan te geven.” Opiniepeiler Marcin Laczynski zegt het zo: „Er is een grapje over dat logo. Die pijltjes staan voor de prijzen van benzine en voedsel. Voor veel Polen doen al die woorden zelfs denken aan de communistische succespropaganda.”

In Warschau is te zien dat niet alles rooskleurig is. Buiten het centrum, waar verouderde flatgebouwen als blokkendozen tegen elkaar staan, klagen bejaarde vrouwen op rommelmarktjes dat het belachelijk is dat ze op hun leeftijd nog moeten werken, omdat ze niet van hun pensioen rond kunnen komen. En op het platteland is de modernisering ook nog niet overal doorgedrongen.

Daarbij ligt een groot gevaar op de loer, zegt Kucharcyk van ISP: de eurocrisis. Met de Griekse bezuinigen lijkt een implosie voorkomen. Maar dat wil niet zeggen dat Europa gered is. Griekenland kan opnieuw in problemen komen, of andere EU-landen. En dat kan de pijlers onder de economie wegslaan, bijvoorbeeld omdat westerse EU-landen niet ook nog eens geld uit willen trekken voor arme Oost-Europese lidstaten.

De vraag is ook voor hoelang de politieke stabiliteit aanhoudt. Veel Polen begrijpen er geen snars van dat een arm land een rijk land uit de problemen moet helpen. Het toenemende nationalisme bij westerse EU-lidstaten maakt de populariteit van Europa er bij hen niet groter op. „De club waarvan Polen in 2004 lid werd is een andere club geworden”, zegt Kucharczyk. Architect Paplawski hoort het bij het Nationale Stadium allemaal gelaten aan. „Ja, Polen is bezig met een wedergeboorte. Maar we hebben nog een lange weg te gaan.”