Omroepen denken alleen aan zichzelf

TROS en KRO grijpen de hervormingen in Hilversum aan om hun verloren macht te heroveren, stelt Henk Hagoort. De baas van de publieke omroep maakt zich zorgen over de groeiende invloed van de politiek.

TROS en KRO doen alsof ze de verliezers zijn van de omroepplannen van minister Van Bijsterveldt (Media, CDA). Maar ondanks de bezuinigingen van 200 miljoen euro gaan de twee grootste omroepverenigingen van Nederland er juist op vooruit.

Dat zegt Henk Hagoort, bestuursvoorzitter van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO). Volgens hem vallen de omroepen terug in „de praktijken van het oude Hilversum”. Hagoort vreest dat de publieke omroep zich door het „gekissebis” uitlevert aan de politiek.

U was maandag bij het Kamerdebat over de omroep. Daar was Martin Bosma (PVV) blij dat hij de levensbeschouwelijke omroepen de nek heeft omgedraaid. De IKON-programma’s over de PVV bevielen hem niet.

„Bosma gaat veel te ver. Je kunt discussiëren over nut en noodzaak van de 2.42-omroepen [de omroepen met een levensbeschouwelijke taak]. Maar de PVV gaat hier over een grens. Politici moeten zich niet bemoeien met de inhoud van de programma’s. De omroeppolitiek is niet de manier om wraak te nemen op alles wat je niet aanstaat.”

U moet van de PVV meer Hollandse liedjes draaien. De Kamer steunt hem.

„Ja, en Bosma wil dat regelen in het prestatiecontract. Wij hebben drie jaar geleden prestatiecontracten ingevoerd, programmatische afspraken tussen omroep en Rijk. Deze minister en de vorige gingen daar terughoudend mee om. Maar dat kan in de toekomst anders zijn. De druk van de politiek op de omroep neemt toe. Wij moeten onafhankelijk blijven van de politiek. Dat is onze bijdrage aan de democratie.”

Wat vond u verder van het debat?

„De Haagse politici laten zich vangen in de discussie hoe Hilversum is georganiseerd. Dat interesseert de kijker niks. Sterker nog, die ziet zijn beeld van ruziënde omroepen alleen maar bevestigd. En zegt vervolgens dat daarop nog wel meer kan worden bezuinigd. Daar lig ik wakker van. Als we allemaal meegaan in het gekissebis, verlamt dat belangrijker vraagstukken. Hoe blijven we aantrekkelijk voor het publiek? Wat wordt onze rol in het veranderende medialandschap?”

De NPO, opgericht in 2002, bleek kop van jut, symbool van de Hilversumse bureaucratie. Daar is geld te halen.

„Wij nemen de omroepen veel werk uit handen: distributie, rechten, ondertiteling. Iedereen kan wel klagen over bureaucratie bij de NPO, maar die taken zouden de omroepen anders zelf moeten doen. BCG [Boston Consulting Group, die onderzoek deed naar kostenbesparingen in Hilversum] onderschrijft dat.

„De omroepverenigingen maken programma’s namens drieënhalf miljoen leden. De NPO moet zorgen dat de programmering aantrekkelijk is voor alle zeventien miljoen Nederlanders. Die brugfunctie is ingevoerd omdat de omroepen er onderling niet uitkwamen. De NPO is zeker niet overbodig als we teruggaan van 21 naar 8 omroepen.”

De minister geeft de zes omroepen die willen fuseren een bonus van 10 miljoen euro per omroep. Dat vinden ze niet genoeg. Ze willen meer geld uit het programmaversterkingsbudget.

„Dat is juist het instrument van de NPO om te zorgen dat ook programma’s worden gemaakt voor groepen die ondervertegenwoordigd zijn bij de 3,5 miljoen leden. Bijvoorbeeld jongeren en allochtonen.

„Van de omroepen die het hardst protesteren tegen de kabinetsplannen, gaan KRO en TROS er het meest op vooruit. AVRO en TROS krijgen nu samen 64 miljoen euro per jaar. Na de bezuinigingen zou dat 71,1 miljoen euro worden. KRO en NCRV krijgen nu samen 62,5 miljoen. Dat wordt 67,7 miljoen. MAX daarentegen zou van 25,2 miljoen naar 16,9 miljoen gaan.”

Dan krijgen TROS en KRO dus vijf keer zoveel als MAX. Er is altijd onderhandeld over drie keer zo veel geld.

„Het is echt eh... verdrietig dat ze dan nog klagen. De minister telt het aantal omroepleden in 2014. En daarna pas weer in 2020. Dat betekent dat hun budget gegarandeerd is voor zeven jaar. Welke publieke organisatie kan dat nog zeggen?”

Waarom blijven ze dan klagen?

„Dat is het oude Hilversum. Ze willen meer geld. En meer macht. Maar een Hilversum dat slechts uit is op geld en macht, is een failliet Hilversum. Deze omroepen komen louter voor zichzelf op en vergeten voor wie we het allemaal doen. In het nieuwe Hilversum moeten publiek en programma’s centraal staan.”

Van Bijsterveldt hanteert het motto ‘hoe meer leden, hoe meer geld’. De bovengrens van 400.000 leden verdwijnt, zodat fusieomroepen met meer leden profiteren van hun samengaan. Dat leidde tot veel afkeurende reacties.

„Ik ben blij dat de minister het principe van ledenverenigingen heeft omarmd. Maar wij weten ook wel dat we daarmee sommige doelgroepen niet voldoende vertegenwoordigen. Denk aan allochtone medelanders. Er zijn andere manieren om te zorgen dat de omroepen maatschappelijk verankerd zijn, zoals aanhaken bij het maatschappelijk middenveld, publiek-private samenwerking, online ‘communities’. Maar daar wil de minister niet naar kijken.”

De nadruk op leden kan leiden tot scheefgroei, grote omroepen die hun zin doordrukken. Zeker nu de contributie stijgt van 5,72 naar 15 euro.

„EO en VPRO zijn beter in staat om leden te werven dan BNN. De contributie van 15 euro is makkelijker op te brengen voor een AVRO-lid dan voor een lid van MAX. Het is de verantwoordelijkheid van de NPO te zorgen dat die scheefgroei niet plaatsvindt. De publieke omroep moet van iedereen en voor iedereen blijven.”

TROS en KRO zeggen: dat kunnen wij zelf wel. Wij weten heel goed wat de kijkers willen.

„Dat geloof ik helemaal niet. Dat gaat niet zonder regie. De omroepen hebben in het verleden al laten zien dat zij niet met die problematiek kunnen omgaan.”

BCG wil meer buitenlands product, uitgesmeerde series, langere programma’s. Dat schaadt toch de kwaliteit?

„Hun onderzoek toont aan dat de kijker er niet slechter van wordt. Nu moeten we bijvoorbeeld in de programmering vaak een slot van 50 minuten opdelen in twee van 25 minuten; elke omroep moet aan bod komen. Dat is voor de kijker niet altijd het beste. Voor zo’n slot is dan 40.000 euro beschikbaar. Twee programma’s van 25 minuten kosten altijd meer dan de helft, meer dan 20.000.”

Schaden de bezuinigingen de innovatie in Hilversum? U heft bijvoorbeeld uw afdeling internet en innovatie op.

„Die wilden wij toch al anders organiseren. Online staat niet meer los van radio en tv. Internet en innovatie komen onder de afdelingen radio en tv. Wij hebben een voortrekkersrol in on demand, met Uitzending Gemist. Maar we moeten niet meer op elke hype en elke nieuwe gadget willen inspelen. Kijk eerst naar welke toepassingen het publiek omarmt.”

Dat publiek is steeds meer online. Toch moet u 35 procent van alle digitale activiteiten schrappen.

„Dat kan ook. We moeten meer focus aanbrengen. Fewer, bigger, better, noemt de BBC dat. De publieke omroep heeft ruim duizend websites. Ter vergelijking: we zenden 1.400 tv-programma’s per jaar uit. Als we alle sites met minder dan 10.000 unieke bezoekers per maand schrappen, zitten we al aan 50 procent.

Hoe nu verder?

„Wij moeten vrijwillig en zelfstandig onze toekomst vormgeven. De minister verwacht, denk ik, voor het einde van het jaar een fusievoorstel. Ik zei vorige week in Nieuwsuur dat de omroepen er eerst maar eens een nachtje over moesten slapen.”

Dat vonden TROS en KRO nogal paternalistisch...

„Ze moeten zelf de rekensom maken, kansen en bedreigingen tegen elkaar afzetten. Iedereen is moe. De omroepen moeten er eerst maar eens een vakantie, een weekje op de camping, overheen laten gaan.”