'Niemand was zijn leven zeker'

In 1937 zijn in de Sovjet-Unie 700.000 mensen gedood. De eerste planmatige massamoord in de geschiedenis. Karl Schlögel legt een verband met de verkiezingen van 1937. ‘De communisten raakten in paniek.’

In Terreur en droom, Moskou 1937 staat een lange, lugubere lijst. Ongeveer op tweederde van zijn caleidoscopische beschrijving van het jaar 1937 in Moskou heeft de Duitse historicus Karl Schlögel (1948) verordening nummer 00447 van de NKVD, het volkscommissariaat voor interne zaken van de Sovjet- Unie, opgenomen: ‘Over de operatie voor de repressie van voormalige koelakken, criminelen en andere antisovjetelementen’.

Voor elke van de tientallen provincies (oblasten) in de toenmalige Sovjet-Unie geeft verordening 004477 op hoeveel mensen moeten worden geëxecuteerd en hoeveel gearresteerd en naar concentratiekampen gedeporteerd. Oblast Ivano: 1.000 mensen doodschieten, 3.000 arresteren; oblast Koejbysjev: 1.000 doodschieten, 4.000 arresteren; oblast Kiev: 2.000 doodschieten, 3.500 arresteren. Enzovoorts.

Verordening 00447, ondertekend door het hoofd van de NKVD, Nikolaj Jezjov, leidde tot de zogenaamd anti-koelakkenoperatie waarbij in één maand tijd, augustus 1937, 30.000 mensen werden geëxecuteerd. Er waren in 1937 nog meer NKVD-operaties. Bij de Poolse operatie werden 111.091 doodsvonnissen uitgesproken en uitgevoerd. De Duitse operatie kostte 41.989 mensen het leven. In totaal werden in 1937 in de Sovjet-Unie 700.000 mensen omgebracht en werden er twee miljoen in gevangenissen en werkkampen gezet.

„Het jaar 1937 in Moskou is een sleuteljaar in de 20ste-eeuwse geschiedenis”, zegt Karl Schlögel op een zomerse juni-ochtend in het Amsterdamse grachtenpand van Atlas, de uitgever van de onlangs verschenen Nederlandse uitgave van Terreur en droom. „In 1937 vond de eerste planmatige massamoord in de geschiedenis plaats. Dat leidde tot absurde toestanden. Bij de Poolse operatie waren bijvoorbeeld alle in Rusland levende Polen vermoord. Maar het contingent dode Polen was nog niet vol. Toen werden willekeurige mensen tot Pool verklaard.”

De terreur, waarvan de massamoorden het belangrijkste onderdeel waren, heeft Schlögel in zijn 750 bladzijden tellende boek ingebed in hoofdstukken over alledaagse en feestelijke gebeurtenissen die in 1937 in Moskou plaats hadden, zoals de opening van het Moskva-Wolgakanaal en de viering van de honderdste sterfdag van de dichter Alexander Poesjkin. Maar telkens duikt de terreur weer op. Zo bestaat het hoofdstuk over het XVIIe Internationale Geologencongres in Moskou uit korte biografieën van deelnemende Russische geologen die in 1937 of later zijn gearresteerd en/of doodgeschoten.

U hebt eerder een boek geschreven over Moskou. ‘Terreur en droom’ gaat over één jaar in Moskou. Waarom houdt Moskou u zo bezig?

„In de jaren zestig zat ik in de studentenbeweging in West-Berlijn. Met veel anderen had ik belangstelling voor de Sovjet-Unie. Een van de raadsels van dat land was hoe het toch mogelijk was dat een heldere geest als Nikolaj Boecharin, een van de leiders van de Oktoberrevolutie, bij het showproces van 1938 tot zijn absurde bekentenissen kwam. Hij bekende bijvoorbeeld dat hij een Engelse agent was.

„Natuurlijk kenden we Nacht in de middag van Arthur Koestler waarin de Boecharinachtige hoofdfiguur tot het inzicht komt dat hij de onvermijdelijke loop van de geschiedenis niet in de weg mag staan en dat zijn absurde bekentenissen de komst van de heilstaat dus bevorderen. En ook de studies van de Amerikaanse historicus Robert Conquest naar de Grote Terreur lazen we. Maar de terreur bleef een raadsel, ook toen ik in de jaren tachtig en negentig vaak voor korte of lange tijd in Moskou verbleef.”

In ‘Terreur en Droom’ schrijft u dat uw boek geen conclusie biedt en dat Moskou raadselachtig blijft. Wat wilt u dan wel laten zien?

„Terreur en droom is een poging om te begrijpen hoe de terreur in de Sovjet-Unie heeft kunnen plaatsvinden. Maar ik geloof niet dat het raadsel van de terreur helemaal kan worden opgelost. Daarvoor is het nog te vroeg en moet nog veel onderzoek worden gedaan, naar de verkiezingen in 1937 bijvoorbeeld.

„Ik wil vooral laten zien dat de terreur bestond naast allerlei heel andere, vaak gewone dingen. Het dagelijkse leven ging door in Moskou, Moskovieten gingen naar de bioscoop, naar het nieuwe Gorkipark met zijn attracties en er waren allerlei festiviteiten. In het Bolsjoi theater werd de ene avond een schitterende opera uitgevoerd en kwamen de andere avond de kopstukken van de communistische partij, de organisatoren van de massamoord, bijeen om te vieren dat de Oktoberrevolutie twintig jaar geleden plaatsvond. Typerend vind ik het dagboek van de scholiere Nina Kosterina in 1937. Ze schrijft dat haar oom Misja is verdwenen en dat niemand weet waar hij is. Een paar regels verder meldt ze dat de vakantie bijna voorbij is en dat ze zich zo verheugt op school.”

Welk doel had de terreur?

„Ja, dat is de grote vraag. Mijn these is dat het te maken heeft met de vrije verkiezingen die de communistische partij aankondigde, nadat in 1936 een nieuwe Grondwet was aangenomen. Een paar maanden na de aankondiging kwamen de kopstukken van het Politburo tot het besef dat vrije verkiezingen wel eens helemaal verkeerd zouden kunnen uitpakken.

Politburolid Zjdanov stelde de vraag: wat moeten we doen als we de verkiezingen verliezen? Moeten we dan weer ondergronds, net als voor de Oktoberrevolutie? Dat laatste was onvoorstelbaar maar zeer wel mogelijk. In 1937 kwamen vele duizenden gevangenen uit de kampen vrij – koelakken hadden vaak vijf jaar werkkamp gekregen. En zij waren niet de enigen die bij vrije verkiezingen niet op de bolsjewieken zouden stemmen.

„Mijn idee is dat de leiding van communistische partij in paniek is geraakt en toen de operaties zijn begonnen tegen groepen waarvan ze dacht dat die niet op de communisten zouden stemmen: de koelakken, de priesters, de vele buitenlanders die hun toevlucht tot de Sovjet-Unie hadden genomen enzovoorts. Ik geloof dan ook niet dat de plannen voor de massamoorden al in 1935 of 1936 zijn gemaakt. Ze zijn heel snel in 1937 tot stand gekomen. Maar het bewijs hiervan vergt nog nader onderzoek.”

Maar waarom wilden de bolsjewieken vrije verkiezingen? Volgens marxisten zijn dat toch kapitalistische schijnvertoningen?

„Ik geloof niet dat de communisten de verkiezingen oorspronkelijk alleen als façade wilden, als een Potemkindorp. Stalin en de andere communistische kopstukken geloofden werkelijk dat na de gedwongen collectivisatie van de landbouw en de industrialisatie in de jaren dertig, de fase van de klassenloze maatschappij was aangebroken. Koelakken kregen hun burgerrechten weer terug. Vrije verkiezingen moesten het bewind legitimeren. En rust brengen. Daar had het land grote behoefte aan. De collectivisatie had het hele land overhoop gehaald. Er vond een razendsnelle urbanisatie plaats, alleen te vergelijken met wat nu in China en derdewereldlanden gebeurt. Moskou werd in 1937 overspoeld door plattelanders van heinde en verre.”

U schrijft dat de Sovjet-Unie niet met nazi-Duitsland moet worden vergeleken. Waarom eigenlijk niet? Beide zijn toch totalitaire staten die massamoorden pleegden?

„De vergelijking tussen Stalins Sovjet-Unie en Hitlers Duitsland kun je natuurlijk wel maken, maar verheldert niet veel. Alleen al de aard van de terreur was in beide landen verschillend. In de Sovjet-Unie heerste volstrekte willekeur. Werkelijk niemand was zijn leven zeker. Iedereen kon tot crimineel of antisovjetelement worden verklaard. NKVD-baas Jezjov werd in 1940 doodgeschoten, nadat hij zelf honderdduizenden de dood had ingejaagd.

„Maar als je in nazi-Duitsland geen jood, zigeuner, homoseksueel of communist was en je hield je gedeisd, dan kon je er tamelijk zeker van zijn dat je niet werd opgepakt. Duitsland was ook een ontwikkelde, geïndustrialiseerde rechtsstaat met grote steden toen de nazi’s aan de macht kwamen. De Sovjet-Unie was een boerenland met een onbeheersbare urbanisatie. Het land was te groot en te veel in beweging om te regeren. Stalinisme was dan ook eerder een chaos dan een systeem.”

Maar wel een chaos die grote bouwprojecten tot stand wist te brengen. Zoals de Moskouse metro en het Moskva-Wolgakanaal. U schrijft vaak met bewondering en sympathie over dergelijke projecten. Kun je totalitaire architectuur eigenlijk wel met goed fatsoen mooi vinden?

„Dat kan zeker. De muziek van Sjostakovitsj wordt toch ook nog altijd, en terecht, gespeeld? Metrostation Majakovskaja in Moskou, van de architect Alexander Doesjkin, is met zijn metalen bogen en koepels met mozaïeken van Alexander Deineka een meesterwerk.

,,Dat staat voor mij op gelijke hoogte met, zeg, de Villa Tugendhat van Ludwig Mies van der Rohe in Brno. En Alexej Sjoesjtsjev, de architect naar wie het architectuurmuseum in Moskou is genoemd, is een van de meesters van de 20ste-eeuwse architectuur. Zijn hotel Moskva vlak bij het Rode Plein, dat afgebroken en weer opgebouwd is, is fantastisch.

„Natuurlijk speelde architectuur, meer nog dan andere kunsten, een rol in de enscenering van de totalitaire macht. Maar Stalin maakte hierbij wel gebruik van grote talenten. Je moet het zo zien: de stalinistische gebouwen zijn gemaakt onder een totalitair regime, maar ontworpen door architecten die, zeker in de jaren dertig, tot de besten ter wereld behoorden.”

Karl Schlögel: Terreur en droom, Moskou 1937. Vert. Goverdien Hauth-Grubben. Atlas, 750 blz. € 69,95