Naar een psych ga je niet voor je lol

Gisteren voerde de Tweede Kamer het debat over de geestelijke gezondheidszorg.

De eigen bijdrage die patiënten moeten betalen, is discriminerend, zegt hoogleraar psychiatrie René Kahn.

Eerst een voorbeeld: de manager met een probleem. Hij kan niet spreken voor een groep. Voor het hogere management of het personeel. Hij slaapt dagen tevoren al slecht, zweet overmatig. Ook van recepties krijgt hij de zenuwen. Dan moet hij met iedereen een praatje maken. Verder functioneert hij goed. Stelt zo iemand zich aan? Is hij ongeschikt voor die functie? Nee, zegt psychiater René Kahn, hij lijdt aan een sociale fobie. Hij heeft een ziekte die goed te behandelen is. Daarna zal hij nog beter functioneren.

René Kahn (57) staat bekend als no-nonsense psychiater. Hij leidt de afdeling psychiatrie van het academische ziekenhuis in Utrecht (UMCU), is lid van de Gezondheidsraad en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. De boeken die hij publiceerde, gingen over de rol van de hersenen bij psychische ziekten en de invloed van omgeving en erfelijke aanleg op het gedrag. Kahn is de laatste die wollige verhalen over een verpeste jeugd zal ophangen. Maar hij vindt dat dit kabinet psychiatrische ziektes afdoet als onzin. En dat noemt hij een schandaal.

Gisteren debatteerde de Tweede Kamer over het plan van minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) om 600 miljoen euro te bezuinigen op de geestelijke gezondheidszorg. Psychiatrisch patiënten worden verplicht mee te betalen aan hun behandeling. 275 euro per jaar. Wat ze ook hebben. Schizofrenie, ADHD, een depressie, een angst- of dwangstoornis.

Deze maatregel discrimineert psychiatrisch patiënten, vindt Kahn. „Zij moeten zelf betalen omdat het kabinet verwacht dat ze dan minder snel naar de dokter gaan. Alsof ze dat voor hun lol doen. Alsof het een luxe is! Dat zijn zieke mensen. Ze lijden en ze functioneren niet.”

Patiënten betalen voor sommige behandelingen, zoals fysiotherapie, een eigen bijdrage. Maar niet voor één bepaalde somatische ziekte, een fysieke aandoening, zoals een hartkwaal of diabetes. Het kabinet, zegt Kahn, denkt blijkbaar dat psychiatrisch patiënten zich aanstellen.

Stelt de hardwerkende dertiger met een burn-out zich aan, volgens u?

„Een burn-out bestaat niet. Dat is een modern woord voor een depressie. Jammer dat het burn-out is gaan heten, want daardoor wordt het minder serieus genomen. Ik snap het wel: men wil een verklaring voor zijn lijden en vindt dat in het harde werken dat eraan voorafging. Maar iemand die hard heeft gewerkt en een aantal maanden of langer niet functioneert, is vaak depressief. Depressie krijg je als je er genetische aanleg voor hebt. Veel mensen werken hard en krijgen géén depressie. Veel mensen hebben in een kamp gezeten of een kind verloren en kregen geen depressie. Die zijn gezegend met een grote veerkracht. Maar moeten de mensen die wél aanleg hebben voor depressie en die lijden dan maar ‘flink zijn’?”

Waarom is de vraag naar psychische hulp, psychiatrische behandelingen en medicijnen zo toegenomen in dertig jaar?

„Oké, het aantal patiënten is toegenomen en daar zijn oorzaken voor. De medicijnen voor depressie zijn veiliger geworden. De benodigde dosering is nu meestal snel duidelijk en een overdosis is niet gevaarlijk. Dus worden antidepressiva vaker voorgeschreven dan vroeger, ook door huisartsen.

„In de westerse wereld is het taboe op een psychiatrische stoornis verdwenen. We hebben meer kennis en er wordt beter naar gedrag gekeken. Ik ben gepromoveerd op paniekstoornissen. Die bestonden 25 jaar geleden niet in Nederland. Althans, niemand had ervan gehoord. Maar ze waren er wel! Men dacht bij een paniekaanval dat iemand zat te hyperventileren en dan moest hij eindeloos in een plastic zakje blazen en werd hij geen spat beter. In Amerika hadden ze de paniekstoornis al ontdekt.”

Waarom heeft de afgelopen vijftien jaar bijna 5 procent van de kinderen de psychiatrische diagnose ADHD gekregen?

„Ik vraag me af of die diagnoses allemaal door psychiaters zijn gesteld. Ik denk dat ze vaak worden gesteld door huisartsen of kinderartsen. Die mogen ook het medicijn voorschrijven. Diagnose door niet-psychiaters is een essentieel probleem, je verspilt er geld mee. De psychiater zou aan de deur van de zorginstelling moeten staan. Híj moet de diagnose stellen, niemand anders. Dat gebeurt nu niet. Allerlei mensen – psychologen, huisartsen – onderzoeken een kind, of volwassene, voordat de psychiater hem ziet. En soms ziet de psychiater de patiënt helemaal niet.”

Stellen anderen te snel de diagnose?

„Mogelijk. De diagnostiek moet zorgvuldig gebeuren en dat kunnen alleen wij. [Psychiaters studeren eerst geneeskunde en dan 4,5 jaar psychiatrie.] Je kunt niet even snel ADHD of autisme vaststellen, maar dat gebeurt. Als wij het zouden doen, dan zouden er minder ADHD-diagnoses zijn, denk ik.”

Kunnen behandelingen efficiënter?

„De behandeling hoeft niet door een psychiater gedaan te worden. Psychologen kunnen prima psychotherapie of gedragstherapie geven, huisartsen kunnen eenvoudige antidepressiva of Ritalin voorschrijven, nádat de psychiater de diagnose heeft gesteld.”

Waarom zou een patiënt geen eigen bijdrage moeten betalen?

„Er mag best bezuinigd worden op de psychiatrie. Daar ben ik niet tegen. Maar dan moet dat bij álle ziektes. Van reuma tot een hartaandoening.”