Muntijs en bonensalade met kruiden

Muntijs Dit recept is ontworpen door The cook & the chemist, waarachter zich kok Eke Mariën en chemicus Jan Groenewold verschuilen. Zij raden aan om, voor een extra smaaksensatie, wat muntolie aan het ijs toe te voegen. Olie is een ‘aromatransporteur’. Het neemt aroma’s makkelijk op, beter dan water. Het ijs blijft krachtiger naar munt

Muntijs

Dit recept is ontworpen door The cook & the chemist, waarachter zich kok Eke Mariën en chemicus Jan Groenewold verschuilen. Zij raden aan om, voor een extra smaaksensatie, wat muntolie aan het ijs toe te voegen. Olie is een ‘aromatransporteur’. Het neemt aroma’s makkelijk op, beter dan water. Het ijs blijft krachtiger naar munt smaken dankzij de olie. Let op: als je olie zonder munt toevoegt, maak je de smaak juist veel minder.

Een ijsmachine is makkelijk, maar wie die niet heeft, doet het ijs in een plastic of metalen bakje, zet dat in de vriezer en roert het elk half uur heel krachtig door met een vork om ijskristallen te voorkomen.

Voor circa 1,5 liter ijs (6 à 8 personen)

100 g muntblaadjes, 100 ml zonnebloemolie, 720 g water, 250 g suiker, 2 blaadjes gelatine, 30 g citroensap

Maal de helft van de muntblaadjes in een keukenmachine met de olie en verwarm dat een kwartier in een steelpan. Niet laten bakken, gewoon warm laten trekken. Giet door een zeef en druk de blaadjes goed uit.

Doe de rest van de munt met water en suiker in een pan en breng tegen de kook aan. Laat een kwartier trekken op laag vuur. Week de gelatine in koud water.

Giet een deciliter van de hete muntthee in de keukenmachine. Knijp de gelatine goed uit en los die, door de machine te laten draaien, op in de hete thee. Schenk er, terwijl de machine draait, de muntolie bij. Laat de machine draaien en schenk de rest van de muntthee en het citroensap erbij.

Laat afkoelen tot kamertemperatuur.

Schenk het mengsel in een ijsmachine of in een bakje (zie boven) en maak er ijs van.

Bonensalade met zaden en kruiden

Een supergerecht van Yotam Ottolengh. ’t Is geen ramp als je geen nigella hebt, het kan vervangen worden door zwart sesamzaad of desnoods weggelaten.

Voor 4 personen

250 g dunne sperziebonen, 250 g peultjes, 250 g (diepvries) doperwten, 2 tl korianderzaad, 1 tl mosterdzaad, 3 el olijfolie, 1 tl nigellazaad (zwart zaad van juffertje in ’t groen), 3 lente-uitjes, 1 rode chilipeper zonder de zaadjes, geraspte chil van 1 citroen, dragon, lavas, basilicum, peterselie, bieslook

Kook de sperzieboontjes in ruim water met zout een minuut of vijf. Schep de bonen eruit en laat er even wat koud water over lopen om het koken te stoppen. Kook in hetzelfde water en op dezelfde manier de peultjes, twee minuten. Doe daarna de diepvriesdoperwten 3 minuten in het kokende water en giet ze af. Doe alle bonen bij elkaar.

Rooster het korianderzaad en het mosterdzaad in een droog koekenpannetje tot het mosterdzaad begint te springen. Doe de zaden bij de groenten.

Hak de chilipeper en de lente-ui fijn, hak ook de kruiden fijn en doe ze bij de bonen met een snuf zout. Rasp de citroenschil boven de schaal, hussel nog eens goed en dien op.