Modern

Een leerling van de Rietveldacademie vertelde zijn docente dat hij nooit exposities bezocht noch naar musea ging, want, zo zei hij, hij wilde niet beïnvloed worden.

Een wonderlijke opvatting. Toen ik de academie bezocht, wilden de leerlingen wel beïnvloed worden en werden daarin gestimuleerd door de leraren. Als het maar moderne kunstenaars waren. Want velen geloofden in die tijd dat de beeldende kunst ergens naartoe ging, steeds beter werd, om ten slotte te eindigen in een staat van volmaaktheid. Dat zou dan naar mijn gevoel nog maar één schilderij zijn.

„Bij Cézanne is het allemaal begonnen!” riep men, wat klinkt als: „Bij Cézanne begint de victorie!” Mijn docent Lex Metz vormde daarop een uitzondering. Toen ik bezig was met een tekening zei hij: „Wacht even Peter.” Hij liep weg, keerde terug met de verzamelde werken van Gustave Doré, een kunstenaar van voor Cézanne, legde het boek met een klap op mijn tafel en zei: „Zo moet het, Peter.”

Toch geloofde ook hij in het moderne. In het voormalige Stedelijk Museum was een tentoonstelling van de schildersvereniging ‘De Onafhankelijken’ waarbij een mededeling hing dat de expositie plaatsvond buiten verantwoordelijkheid van de directie. Sandberg, vermoedelijk verplicht hun die ruimte te bieden, gedoogde ze, maar wilde verder niets met die ouderwetse troep te maken hebben. Wij gingen erheen met Lex Metz, voornamelijk om ons, geheel conform de tijdgeest, vrolijk te maken over die stoffige werkjes. We stonden voor een schilderij met een veel te blauwe Middellandse Zee, veel te witte huisjes en veel te roze Bougainvillea’s, zo’n schilderij waar Halbe Zijlstra, Stef Blok en Mark Rutte hun vingers bij zouden aflikken. Lex Metz wees ernaar en zei: „Kijk jongens, zo had mijn moeder graag gewild dat ik was gaan schilderen.” We gnuifden.