Modelstation NS in Arnhem open

Geen traplopen meer op station Arnhem – morgen gaat de perrontunnel open. Ook in andere steden worden de stations verbouwd tot ‘dynamische stadsportalen’. Goed voor de omzet van NS.

De bouwvakkers lopen er nog af en aan, maar het grote groene bord hang er al: Welkom in de perrontunnel.

Boven de grond bestijgen honderden treinreizigers de steile stalen noodbrug die het gehate symbool is geworden van de grootschalige verbouwing van Arnhem Centraal: vijfenveertig treden omhoog, en vijfenveertig treden naar beneden.

Maar morgen is dat voorbij. Terwijl er voor de stationshal zelf nog geen paal in de grond is geslagen, stelt ProRail morgen een belangrijk deel open voor het publiek. Voor veel reizigers, zegt woordvoerder Jouke Schaafsma, zal dat een „enorme opluchting” zijn.

De verbouwing van het station is niet over rozen gegaan. ‘Arnhem Centraal’, een gestroomlijnd ontwerp van architect Ben van Berkel, moet een belangrijke blikvanger worden, een ov-‘kathedraal’ in het midden van de stad. Maar bij de aanbesteding van het futuristische station konden de opdrachtgevers (ProRail, NS, en de gemeente) het niet eens worden met de bouwers over het afdekken van de risico’s, en bleek er onvoldoende geld voorhanden.

Om toch door te kunnen, werd het project in twee delen opgeknipt. Terwijl de perrontunnel in gebruik wordt genomen, moet de stationshal – ‘OV-terminal’ , zegt PoRail – nog worden aanbesteed. En ook de tunnel is nog niet helemaal af. Bouwmeester Bas ten Berge wijst naar rechts: de opgang naar perron 6 en 7 ontbreekt. „Pas als de tijdelijke passage is gesloten, kunnen we die afbouwen.”

Arnhem Centraal is bepaald niet het enige station dat in de steigers staat. In 2007 besloot toenmalig minister van Infrastructuur Camiel Eurlings (CDA) 1,3 miljard euro uit te trekken voor de ontwikkeling van zes ‘sleutelprojecten’. Behalve Arnhem zijn dat de stations van Amsterda-Zuidas, Breda, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Maar ook Amsterdam CS, Delft en Zwolle worden ingrijpend verbouwd.

De renovaties zijn nodig vanwege de hogesnelheidslijn en de verwachte toename van het aantal treinreizigers. In Arnhem, zo is de verwachting, zal het aantal reizigers per dag toenemen van 50.000 nu tot 110.000 (inclusief busreizigers) in 2020.

In dezelfde periode neemt het aantal reizigers op Utrecht Centraal toe van zo’n 200.000 tot bijna een half miljoen. In Arnhem is een extra perron gebouwd en zal er de komende maanden een spoorkruising (dive under) in gebruik worden genomen, zodat treinen uit Nijmegen niet meer hoeven te wachten op intercity’s uit Utrecht.

Er is ook een commerciële kant van het verhaal. Hoewel de infrastructuur valt onder de verantwoordelijkheid van spoorbeheerder ProRail, steekt NS zelf ook 375 miljoen euro in de renovaties. Voor NS zijn de commerciële activiteiten in de stations steeds belangrijker geworden. In 2005 zette NS Poort, de divisie die zich bezighoudt met de exploitatie van stations, 516 miljoen euro om. Vorig jaar was dat toegenomen tot 686 miljoen euro.

Daarbij gaat het allang niet meer om de verkoop van koffie en broodjes. NS-dochter Servex exploiteert een lange keten van bedrijven, van boekwinkels van Bruna tot filialen van Albert Heijn en Burger King. NS Poort heeft ook ruim 3.000 hectare grond – meer dan vierduizend voetbalvelden – in bezit, waarop huizen en kantoren zijn gepland. De crisis zette ook de vastgoedplannen van de NS onder druk, maar vorig jaar werd het eerste project – het Apollohotel bij het station van Breda – opgeleverd. Ondertussen namen de bestedingen van NS-reizigers aan consumpties in het hele land met 4 procent toe.

Wat NS betreft, zet de trend door. „De grotere stations”, schrijft de directie in het laatste jaarverslag, „ontwikkelen zich tot dynamische stadsportalen met ruimte voor verblijf en vermaak.” Vorig jaar opende NS op Leiden Centraal de eerste kledingzaak en op Utrecht CS de eerste drogisterij.

„Reizigers stellen tegenwoordig veel hogere eisen aan stations”, zegt bouwmeester Bas ten Berge in de spoortunnel in Arnhem. Arnhem Centraal krijgt daarom een comfortabele en luxueuze uitstraling: veel glas, lange gebogen lijnen. Tegen het golvende dak van de tunnel moet nog houten lambrisering komen. „Dat gaan we er ’s nachts in zetten.”

De nieuwe digitale informatieborden – met draadloze internetverbinding – doen het al wel. Boven onze hoofden dendert de intercity uit Roosendaal binnen. „Zie je dat”, zegt Ten Berge. „Hij is op tijd hè.”