Ligt de schuld bij de lucratieve zomerpaté?

Bram Dehouck: Een zomer zonder slaap. De Geus, 190 blz. € 18,90

Menig schrijver wordt getroffen door wat in het Engels ‘the sophomore jinx’ heet: het verschijnsel dat een succesvol debuut wordt gevolgd door een matig tweede boek, het gevolg van de gierende zenuwen die de gelauwerde teisteren bij het wrochten van een boek dat het eerste ten minste moet evenaren, maar liever overtreffen.

De Vlaming Bram Dehouck won in 2010 beide Nederlandse thrillerprijzen voor zijn uitstekende eerste thriller De minzame moordenaar (Dehouck schreef wel al eerder een roman), die met de Gouden Strop voor beste thriller en de Schaduwprijs voor beste thrillerdebuut werd bekroond. Een zomer zonder slaap is zijn tweede thriller en Dehouck is erin geslaagd zijn zenuwen de baas te blijven door een luchtige, erg grappige en goed gecontroleerde vertelling te scheppen over de ondergang van een dorpsgemeenschap. Het verhaal is niet over-ambitieus en daardoor des temeer een onderhoudende, heel goed geschreven en gedoseerde komische thriller op.

Blaashoek is een landerig dorpje waar de gestresste slager, de eenvoudige postbode, de walgelijke apotheker, de machteloze dierenarts, de achteloos gediscrimineerde ‘dorpsneger’ en het mishandelde meisje een landerig leven leiden. Er heerst enige welstand maar weinig geluk in hun kleine levens, die Dehouck trefzeker en zonder teveel spot of bravoure neerzet. Ze zijn aannemelijk en aantrekkelijk alledaags in hun bescheiden verdiensten en zondes. Aanvankelijk, want er broeit iets in Blaashoek.

Het begon met het windmolenpark dat de meeste Blaashoekers alleen maar lelijk vinden maar sommigen tot gekte drijft. Dat gedraai en gezoef in je uitzicht! En de stadse mensen maar over schone energie babbelen. Slager Herman Bracke, die met zijn lucratieve zomerpaté een dure auto en dito vrouw kan onderhouden en met die weelde voor scheve ogen zorgt, heeft het meeste te leiden van het eeuwige gezoem van de molens. Het is wellicht zijn slapeloosheid en de invloed daarvan op de zomerpaté die de kettingreactie in gang zet die het duffe Blaashoek nagenoeg in de moordhoofdstad van Europa verandert. Maar het kan ook het overspel van de veel te mooie echtgenote zijn, het geweld van de slavendrijvende opa, dierenmishandeling, de alcoholistenkast in de slagerij of de vakantie van de maatschappelijk werkster.

Zeker is dat de menselijke microkosmos die door Dehouck in weinig bladzijden levendig wordt opgeroepen, in de tweede helft van het boek door hem met merkbaar genoegen weer in elkaar wordt geramd; moedwil en misverstand doen Blaashoek gedenkwaardig de kop verliezen, waardoor het dodental in het laatste kwart van het boek exponentieel oploopt.

Het om beurten opvoeren van inwoners die een slaperig plaatsje in oplopend tempo in de hel doen verkeren, is een handelsmerk van Stephen King. Dehouck doet het leuker, zonder het occulte en zonder meer bladzijden te nemen dan nodig.