Kamer: Hedwige niet onder water

Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer van VVD, CDA, PVV, SP en SGP gaat akkoord met het plan van het kabinet om de Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen niet onder water te zetten. Wel eist de Kamer dat het gekozen alternatief, elders in Zeeland, de mogelijke bouw van een containerhaven bij Vlissingen niet bedreigt. Dat bleek gisteren tijdens een debat met staatssecretaris Bleker (Landbouw, CDA).

Het kabinet besloot vorige week niet de omstreden Hedwigepolder onder water te zetten, maar twee kleinere polders op Walcheren. Deze polders waren eerder al aangewezen als toekomstige natuur, ter compensatie van schade door de mogelijke bouw van de Westerschelde Container Terminal (WCT) bij Vlissingen.

Door de polders voor algeheel herstel van ‘estuariene natuur’ in de Westerschelde te gebruiken, zijn ze niet meer beschikbaar als compensatie van schade aan ‘gewone’ natuur als de haven wordt aangelegd. Dat zou de bouw kunnen belemmeren, vrezen VVD, CDA, PVV en PvdA. De laatste partij is tegen het alternatief .

Bleker stelde de Kamerleden gerust: er ligt nog geen duidelijk plan voor de aanleg van die haven, aldus de bewindsman. En als dat plan er komt, dan zal het kabinet daar alle steun aan verlenen, bijvoorbeeld door het maken van een zogenoemd rijksinpassingsplan en het zoeken naar alternatieve natuurgrond.

Forse kritiek kreeg Bleker van een minderheid in de Tweede Kamer omdat hij met het gekozen alternatief eerdere afspraken met Vlaanderen over het ontpolderen van de Hedwigepolder niet naleeft. Bleker zou „als een staatsman” het eerder gesloten verdrag daarover moeten naleven, aldus Kamerlid Van Tongeren (GroenLinks). Ook valt het alternatief vermoedelijk veel duurder uit, waarschuwde Van Veldhoven (D66). Bleker sprak eerder van 36 miljoen euro extra kosten, D66 vreest een kwart miljard euro. Dat is een verwachting van „de afdeling zwartkijken”, aldus Bleker.

Het kabinet spreekt binnenkort met Vlaanderen en met de Europese Commissie. Bleker: „We hebben de vaste wil om onze collegae in Brussel en in Vlaanderen te overtuigen.”