Ja, het N-woord valt in deze verhalenbundel

Caryl Phillips: Buitenlanders. Uit het Engels vertaald door Robert Dorsman. De Geus, 255 blz. € 19,90

‘We branden dat neger eruit, want we zijn mensen.’ Met deze woorden staken vorige week woensdag enkele mensen bij het slavernijmonument in Amsterdam omslagen van Het negerboek van Lawrence Hill in brand. De titel was kwetsend – dus moest de fik erin. En mocht uitgeverij Ailantus de titel niet veranderen, dan wordt de actie herhaald. Het is iets waar je als buitenstaander verbaasd naar kijkt: is dit nu echt het grootste probleem waarmee minderheden anno 2011 te kampen hebben?

Toch is het niet ondenkbaar dat de actievoerders een medestander zouden hebben in de Britse schrijver Caryl Phillips, geboren op St. Kitts. In zijn bundel Buitenlanders – vier jaar geleden verschenen, maar nu pas in vertaling uitgekomen – staan tragische negerlevens centraal (ja, het N-woord valt in de bundel). Bijvoorbeeld dat van Francis Barber, de zwarte huisknecht van Samuel Johnson. Het verhaal van de schrijver wordt nu eens niet gekoppeld aan het gegeven dat James Boswell een biografie over hem schreef, maar aan het feit dat hij zijn Jamaïcaanse dienstbode gelijkwaardig behandelde, en over de manier waarop er na Johnsons dood werd omgegaan met deze bediende, die al het bezit erfde. Barber eindigt bestolen en geruïneerd.

Of het verhaal van bokser Randolph Turpin: Phillips schreef geen hoofdstukje in de sportgeschiedenis, maar een heldenverhaal over iemand die een kort moment wereldkampioen middengewicht was, en zo symbool werd van een zwart zelfbewustzijn. De donkere kanten van diens geschiedenis – hij probeerde zijn vierjarige dochter te vermoorden en pleegde daarna zelfmoord – worden even naar de achtergrond geschoven. Was hij niet donker geweest, dan had men hem meer gewaardeerd, concludeert Phillips.

In het slotverhaal wordt de racistische moord op David Oluwale in Leeds in 1969 door politieagenten in het perspectief geplaatst van andere buitenlanders. Joden en Ieren werden weliswaar ook gediscrimineerd (Ieren waren, net als negers en huisdieren, in enkele pubs niet welkom), maar zij hadden nog wel een achterban, een cultuur die gerespecteerd werd. Bij zwarten was dat niet het geval.

Alle drie werden deze mannen verraden door de maatschappij, gebruikt wanneer ze nodig waren, ongewenst toen ze er niet meer toe deden. Op deze onrechtvaardigheid hamert Phillips, zoals hij in zijn meeste werk doet. Zijn gelijk is evident. Té evident – het protest tegen de geschiedenis maakt een gedateerde indruk. De zwarte kant van het verhaal krijgt onvoldoende nadruk in de Britse geschiedschrijving – maar het was interessanter geweest als Phillips daarvoor eigentijds bewijsmateriaal had gevonden. Nu geef je hem graag, maar schouderophalend, gelijk.