Internet als grenzeloos feest

Jonge Iraanse activisten zien de onlinewereld als een zegen én een vloek.

Internet biedt veel vrijheid, maar houdt mensen ook van de straat.

Twee jaar geleden gebruikten Iraanse activisten Facebook en Twitter om protesten tegen de regering te organiseren. Maar nu, zeggen ze, zit internet demonstraties juist in de weg.

In plaats van protesteren, spelen dezelfde studenten, artsen en kunstenaars die in 2009 de antiregeringsprotesten gaande hielden, nu online spelletjes zoals FarmVille en gluren ze naar de foto’s die hun vrienden hebben geplaatst. Hun politieke debatten beperken ze ook voornamelijk tot internet, waar het hebben van een andere mening minder riskant is.

„We zijn onlinerebellen geworden, en vermijden de gevaren die echte veranderingen met zich meebrengen”, zegt een 39-jarige Iraanse die haar dagen doorbrengt met twee laptops en een netwerk van 1.300 vrienden. „Onze wereld online is als een eindeloos feest zonder regels, en dat houdt ons behoorlijk bezig”, zegt Jinoos, die niet met haar achternaam in de krant wil. In februari, na een straatprotest dat zij en haar vrienden wekenlang hadden aangekondigd op internet, zag ze dat veel andere vrienden online waren gebleven. In plaats van mee te demonstreren, plaatsten ze veilig thuis berichten over het protest op Facebook.

De relatieve rust in de straten van Teheran, vergeleken met de opstanden in de Arabische wereld, ligt allereerst aan het harde optreden van de Iraanse veiligheidstroepen na de protesten van 2009, die op hun hoogtepunt miljoenen mensen op de been brachten. Tientallen demonstranten werden gedood, honderden gearresteerd en verscheidene politieke gevangenen geëxecuteerd. Sindsdien geven veel tegenstanders van de islamitische republiek er de voorkeur aan om hun woede online te uiten. „Internet geeft vaak een enorme opluchting”, zegt Jinoos. „Daar kunnen we protesteren zonder problemen.”

Maar veel Iraniërs geven toe dat ze liever in een virtuele wereld vertoeven waar ze ongestraft dingen kunnen doen die anders ondenkbaar zijn, in een land waar een jongen en een meisje gearresteerd kunnen worden als ze hand in hand lopen.

Sinds de protesten die volgden op de herverkiezing van president Mahmoud Ahmadinejad in 2009, probeert de Iraanse regering toegang tot Facebook en andere websites te blokkeren. Activisten gebruikten toen de invloed en snelheid van netwerksites om mensen op de been te krijgen. Hoewel de autoriteiten er in slaagden om de demonstraties te onderdrukken, lukte het niet de diepe gevoelens van onvrede weg te nemen die met name bij de stedelijke middenklasse leven. Met behulp van speciale software glippen Iraniërs langs de firewalls van de regering. Iran heeft een van de grootste Facebook-gemeenschappen van het Midden-Oosten en heeft vrijwel de meeste internetaansluitingen van de regio, volgens Internet World Stats.

Online kan opeens alles. Iraniërs tonen openlijk hun persoonlijke leven, dat ze vroeger geheimhielden voor de staat en anderen. Foto’s van ondergrondse feesten, platinablonde meisjes zonder hoofddoek, stelletjes rollebollend over de vakantiestranden van Turkije – het is overal te vinden op Iraanse netwerksites. De foto’s zijn een afspiegeling van de snelle modernisering die de islamitische republiek doormaakt. Geestelijken, revolutionairen en families begrijpen vaak maar moeilijk waar de jeugd allemaal mee bezig is.

„In de afgelopen jaren hebben we eerst de sociale taboes doorbroken, en nu breken we gewoon alles”, zegt Bahar Rezaei (25), een populaire internetdichter en model. Voor haar illustreren de netwerksites wat er gebeurt met een samenleving die veel contact heeft met de buitenwereld, maar waar de staat tradities tot wetten heeft verheven. „Onze leiders claimen het officiële monopolie op normen en waarden, dus voelt iedereen zich de hele tijd als een rebel wanneer ze een alcoholisch drankje drinken, drugs gebruiken of seks hebben voor het huwelijk”, zegt Rezaei, een lange, donkerharige vrouw die haar eigen kleren ontwerpt.

In Iran zeggen veel mensen dat de foto’s en berichten op de sociale netwerksites ook laten zien dat het leven voor de meesten van degenen die in 2009 de straat opgingen, nog steeds te comfortabel is om alles op het spel te zetten, zoals dat in opstanden in andere landen in het Midden-Oosten is gebeurd. „Mensen zien geen alternatief voor de huidige leiders, en hun magen zijn nog vol”, zegt Abbas Abdi, een analist die kritisch staat tegenover de regering. „Ze proberen gewoon door te gaan met hun leven.”

Jinoos, de kunstenares, zegt dat de veranderingen niet op de straat plaatsvinden, maar online. Ze wijst op de open en verhitte debatten over politiek, relaties en andere in Iran gevoelige onderwerpen. Haar zus, die de traditionele zwarte chador draagt, kwam er bijvoorbeeld op internet achter dat drie van haar kennissen homoseksueel zijn, een taboe in Iran. „Hoe zou ze daar in het echte leven ooit achter zijn gekomen”, zegt Jinoos. De Iraanse cultuur heeft de neiging om geheimen onder zware Perzische tapijten te vegen, maar online is dat een stuk moeilijker.

Volgens Jinoos leert een hele generatie van Iraniërs door de netwerksites in hoog tempo omgaan met dialoog, andere meningen en compromissen sluiten. „We organiseren wellicht geen straatprotesten momenteel”, zegt ze, „maar we zetten op Facebook de eerste stappen naar democratie.”