'Ik kan dit beleid niet steunen'

De voorzitter van de Raad voor Cultuur legt haar functie neer nadat de staatssecretaris belangrijke delen van haar advies negeerde. „Ik ben heel bezorgd over het proces van politieke besluitvorming.”

Els Swaab Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 070427

Ze noemde het „de mooiste functie van het land” toen ze in 2006 aantrad als voorzitter van de Raad voor Cultuur. Vanmorgen om kwart voor acht vertelde ze staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) dat ze die functie neerlegt. Dat doet ze volgens de officiële verklaring van de Raad voor Cultuur „met pijn in het hart”.

Nou, de kogel is door de kerk, zegt Els Swaab (1949) om elf uur aan de telefoon. „Het zat er natuurlijk al aan te komen.” Eind april bracht haar raad advies uit over de kunstbezuinigingen. Swaab gaf daarbij duidelijk aan dat er in het advies grenzen waren en als die overschreden zouden worden, „moeten wij als bestuur ons beraden”. Want, zei ze, „je moet geloofwaardig blijven en het gevoel hebben dat je verantwoordelijkheid kan nemen voor dat wat er gebeurt”.

De grenzen die ze aangaf waren het tempo waarin de bezuinigingen van 200 miljoen per jaar worden doorgevoerd en een evenredige verspreiding over de verschillende kunstsectoren. Het kabinet heeft juist besloten de musea en de topinstellingen te ontzien en de bezuinigingen in één keer door te voeren.

Wanneer heeft u het besluit genomen om uw functie neer te leggen?

„Ik ben gaan afwegen of ik kon aanblijven na de brief van de staatssecretaris aan de Kamer op 10 juni. Het is niet een besluit dat je ‘pats’ neemt. Deze en gene heb ik om advies gevraagd en zo is het gegroeid.”

Wat gaf de doorslag?

„Allereerst de manier waarop de staatssecretaris met ons advies is omgegaan. Hij hoeft een adviesorgaan natuurlijk niet te volgen. Maar met dit bezuinigingsadvies hebben we behoorlijk onze nek uitgestoken, met name de commissieleden die in het veld werken. De term burgemeester in oorlogstijd is daarbij gevallen. We hebben heel goed nagedacht of we deze forse bezuinigingen wel konden invullen. Dat hebben we gedaan, omdat we dachten dat wij het beter konden doen dan een staatssecretaris zonder kennis van het veld. Als dan vervolgens, nadat het advies is uitgebracht, niet eens wordt gevraagd om een toelichting maar er volstrekt ongemotiveerd van het advies wordt afgeweken... en dan wordt er nu ook meer schade aangebracht dan nodig. Wij wilden gefaseerde invoering van de bezuinigingen en een redelijke verspreiding over de sector. Ten onrechte noemt Zijlstra dat een kaasschaaf.

„Ten tweede was er de overweging dat de raad komend jaar moet adviseren over de subsidieaanvragen van culturele instellingen. Dat kan ik niet doen op basis van een bestel waar ik geenszins achter kan staan. Ik kan dat proces niet leiden, daar kan ik de verantwoordelijkheid niet voor nemen. Dat is een persoonlijke afweging.”

De andere zeven leden van de Raad voor Cultuur leggen hun functie niet neer. Melle Daamen, behalve raadslid ook directeur van de Schouwburg Amsterdam, zegt: „Ik schrok toen Els me gistermiddag vertelde dat ze opstapt. Zelf heb ik de afweging gemaakt dat een onafhankelijk adviesorgaan nu meer dan ooit nodig is. Aftreden beïnvloedt het proces niet meer. Els maakt hiermee een statement, maar doordat wij blijven, blijft de advisering overeind.”

Swaab zegt: „Ik ben blij dat de rest van de raad blijft zitten. Alle kennis die het afgelopen jaar is opgebouwd hebben zij in huis. Het is ook bijzonder dat ze blijven, want ze zijn niet respectvol behandeld. Daarom is vanochtend met de staatssecretaris afgesproken dat er snel overleg is met de raad. Om te bespreken dat hij niet zo met een advies kan omgaan.”

In de verklaring die vanmorgen uitging staat het zo: „De leden van de Raad voor Cultuur maken zich ook grote zorgen over de toekomst van het culturele leven in Nederland. Zij hebben begrip voor de beslissing van Swaab maar treden niet af, in de overtuiging dat er nu meer dan ooit een onafhankelijk en deskundig adviesorgaan in de cultuursector nodig is. De raadsleden roepen de staatssecretaris op om op korte termijn met elkaar te spreken over de onderlinge verstandhouding in de toekomst.”

Hoe is uw relatie met staatssecretaris Zijlstra?

„Zakelijk. Goed, heel zakelijk.”

U heeft hem niet gesproken nadat de raad zijn advies uitbracht?

„Nee, er is geen enkele toelichting gegeven waarom er vervolgens van ons advies werd afgeweken. Hij deed dat zonder deugdelijke inhoudelijke motivering. In het verleden werd er veel meer besproken en overlegd. Dan werd er gevraagd: Zie je dat nou wel goed? Er werd veel meer uitgezocht, op zaken ingegaan.”

Hoe kijkt u terug op het afgelopen half jaar?

„Ik ben heel bezorgd over het proces van politieke besluitvorming. Het gaat niet meer op basis van feiten en beraadslaging maar op basis van uitgangspunten. Maandag nog zei Zijlstra: Ik wil af van de vanzelfsprekendheid van overheidssubsidie. Dat is niet op feiten gebaseerd.”

De cultuursector had dit beleid toch kunnen zien aankomen? De VVD is al jaren fel tegen overheidssubsidies.

„In 2007 zei Atzo Nicolaï nog dat 1 procent van de begroting naar cultuur niet haalbaar was, maar het moest niet veel minder zijn. De VVD zag kunst en cultuur als algemeen belang maar is sindsdien erg omgegaan, ook door gedoogpartner PVV.”

Was dit nou de mooiste functie?

„Een aantal jaren heb ik het een voorrecht gevonden dit te mogen doen. Mijn hart ligt er. De Raad voor Cultuur is een kennisinstituut, ik heb er veel geleerd. En dankzij mijn functie heb ik heel veel gezien, gehoord en gelezen. Maar dat blijf ik doen, zoals de VVD zegt: gewoon een kaartje kopen. Het was de mooiste functie, maar door de manier waarop politieke besluitvorming nu gaat is het dat niet meer.”

De raad is steeds meer strategisch adviseur geworden.

„Dat klopt en dat is goed. Wij hebben de kennis die er op het ministerie niet is. Mede door de 15 commissies met in totaal 65 leden uit het veld.”

Over welke kwaliteiten moet uw opvolger beschikken?

„Daar gaat een commissie over. In ieder geval moet het iemand zijn met enige afstand van het veld.”

Wat gaat u nu doen?

„Tot september ben ik nog waarnemend voorzitter. Daarna ga ik me meer richten op mijn andere functies en ik ga meer tijd besteden aan mediation en arbitrage, mijn core business. Per 1 november richt ik met vijf anderen een nieuw kantoor op.”