'Ik had als niet-Ajacied veel minder krediet'

Martin Jol vertrok afgelopen seizoen bij Ajax omdat hij voelde dat hij het niet goed kón doen. De landstitel geeft de Fulham-trainer enige voldoening. „Na mijn vertrek hebben ze allerlei dingen recht proberen te breien.”

Het applaus klatert over de tribunes van Fulham FC als Martin Jol met zijn nieuwe elftal het veld betreedt. De 55-jarige coach – gestoken in een pak met blauwe das – zwaait naar de fans van de oudste club van Londen. „Natuurlijk is zo’n ontvangst leuk”, zegt hij een half uur na zijn officiële debuut tegen NSI Runavik uit de Faeröer (3-0). „Maar ik ben wel wat gewend. Zeker in Engeland.” Big Martin is door de voordeur van Craven Cottage teruggekeerd in de voetbalwereld.

Het contrast met een half jaar geleden is groot. Toen hield Jol het bij Ajax voor gezien. De Fulham-manager kijkt nog één keer terug naar zijn bewogen achttien maanden in dienst van de Amsterdamse club. „Ik heb het als buitenstaander nog lang volgehouden. Er was altijd verzet binnen de club”, stelt de Scheveningse trainer. „Ik was het gezeik zat. Ik wilde met mijn vertrek de spirit en de rust laten terugkeren. En ik denk dat het een goede oplossing is geweest.”

Jol had naar eigen zeggen beter vorig jaar al naar Fulham kunnen overstappen. „Achteraf gezien zou dat inderdaad beter zijn geweest. Het eerste jaar bij Ajax was fantastisch. We zijn weliswaar geen kampioen geworden, maar haalden heel veel punten. We waren tien maanden ongeslagen, hadden de meeste goals voor en de minste tegen. Maar er gingen dingen knellen. Ze lieten Pantelic en Rommedahl gaan. Ik had opeens met Suarez nog maar één spits. En die zat toen nog op het WK. Toen dacht ik al: ‘Wat moet dat worden?’ Dan weet je waarom ik er toen al over dacht naar Fulham te gaan.”

Het verzet tegen Jol werd al snel groter toen de resultaten van Ajax tegenvielen. Na een kansloze nederlaag tegen Real Madrid opende Johan Cruijff in zijn column in De Telegraaf de aanval. Jol: „Als iemand je elftal afschildert als het slechtste elftal ooit, dan worden de spelers daar natuurlijk niet vrolijk van. Later heeft iedereen dat in zijn perspectief kunnen zien. Ik kwam niet uit de gelederen van Ajax en dan heb je veel minder krediet.”

Het is Jol achteraf duidelijk geworden dat hij het gewoon niet goed kón doen bij Ajax. „Na mijn vertrek hebben ze allerlei dingen recht proberen te breien. Neem het aantrekken van André Ooijer. Iedereen vond het belachelijk. Die was niet alleen onder mij belangrijk, maar ook onder zijn volgende trainer [Frank de Boer]. En Mido heeft ze met zijn paar doelpunten de punten bezorgd die aan het einde belangrijk waren. Hij heeft geen cent gekost. Aan het slot zag ik Ooijer, Lindgren en Oleguer gewoon op de bank zitten. Lekkere verjonging. En nu hebben ze Theo Janssen gehaald. Als ik dat zou hebben voorgesteld, zouden ze zeggen: ‘Die Jol is niet goed.’”

Jol beschouwt het landskampioenschap van Ajax niet als zijn titel, maar het geeft hem wel enige voldoening. „Ik hoef echt achteraf mijn gelijk niet te halen. Maar er riepen allerlei mensen dat er veel veranderd moest worden bij Ajax. Uiteindelijk is Ajax met een heel jong elftal kampioen geworden. Dat is iets om als club trots op te zijn. Zelfs Cruijff zei op een zeker moment dat de jeugdopleiding eigenlijk best wel goed was. De titel deed recht aan mensen als Rik van den Boog [voormalig algemeen directeur]. Als jij in de twee jaar dat je er zit een keer kampioen wordt, de bekerfinale haalt en een titel op een punt misloopt dan is dat een compliment waard. Zeker als de jeugdopleiding goed blijkt te zijn en de club weer zwarte cijfers schrijft.”

Volgens Jol staat Ajax er in financieel opzicht veel beter voor dan bij zijn komst in 2009. „Toen ik begon, had de club een verlies van 23 miljoen euro. En toen ik weg was, hebben ze dat snel recht weten te zetten. Nu hebben ze geen schulden meer en kunnen ze wel investeren. Ik zei altijd dat Suarez niet voor onder de veertig miljoen euro weg zou gaan. Hij ging voor twintig miljoen naar Liverpool. Maar ook dat geld konden ze goed gebruiken. Ik heb nog wel eens contact gehad met Suarez. Ik vond het leuk voor hem dat hij naar Liverpool ging.”

Jol, die ook trainer was van het Londense Tottenham Hotspur, heeft met lede ogen toegezien hoe zijn aankoop Mounir El Hamdaoui onder De Boer op een zijspoor terecht kwam. „De manier waarop hij is behandeld, is typisch Nederlands. Dat zou hier bij Fulham nooit gebeuren. Het is heel vervelend als iemand je vanaf het begin niet accepteert. Dat was lastig. Bij mij deed hij het juist goed. Ik heb hem ook overgehaald om naar Ajax te komen. Eigenlijk als opvolger van Suarez. De Boer vond andere opties beter. Goed, dat is zijn keuze. Ook El Hamdaoui had een andere toekomst voor ogen bij Ajax.”

Behalve voor Jol was er ook voor zijn broer Cock en assistent Michael Lindeman geen toekomst meer bij Ajax. Het tweetal behoort nu net als de voormalige Nederlandse keeper Hans Segers tot de technische staf van Fulham. „Het is heel belangrijk dat je je eigen mensen kunt meenemen. Ze zijn hier in Engeland gewend dat je zeven of acht man meebrengt. Mark Hughes [de vorige trainer van Fulham] had zes man plus zijn zoon. Als ik echt mijn eigen staf zou hebben meegenomen, dan had ik er nog wel vijf mensen bij kunnen zetten.”

De oud-voetballer zegt in de catacomben van Craven Cottage uiteindelijk „nergens spijt” van te hebben. „Ik zat bij HSV net als hier bij Fulham in een warm bad. De Nederlandse cultuur is anders. Hoeveel opiniemakers zijn er? Een stuk of drie? Die mensen delen graag etiketten uit. Er is snel onrust. Dat komt omdat Nederland klein is. Eigenlijk is dat wel leuk als het niet om jou gaat. Maar het kan lastig zijn als het wel zo is.”

Jol is met een goed gevoel begonnen aan een avontuur bij de happy club uit West-Londen. Clubeigenaar Mohamed Al-Fayed hoopt dat Jol aantrekkelijk voetbal en resultaat aan elkaar kan koppelen. „Dit is echte voetbalclub met tradities en historie”, stelt Jol na zijn overwinning op in de eerste voorronde van de Europa League. „Ik zou graag aan iets moois bouwen hier. Maar het is afwachten of je daar de tijd voor krijgt. Mijn voorgangers Chris Coleman, Roy Hodgson en Mark Hughes hadden dat ook gewild. De spelers lopen nu nog met een lach rond. Het is te hopen dat dat zo blijft.”