'Het liefst ben ik student'

In de Amsterdamse Singelkerk presenteerde het Britse multitalent Stephen Fry gisteravond zijn autobiografie The Fry Chronicles aan zo’n 350 toehoorders.

De Britse komiek, acteur, tv-presentator en schrijver Stephen Fry (1957) begint met een Nederlands klinkend „Goedenavond! Ik ben zo trots en blij om hier te zijn”, gevolgd door enkele scheldwoorden die hij in de loop der jaren heeft opgepikt. „Meer Nederlands ken ik helaas niet. Omdat we in een kerk staan, zal ik proberen mijn taal te kuisen en geen lul en kut meer zeggen. Oeps, nu zeg ik het weer!”

Fry, inmiddels de vijftig gepasseerd, lijkt nog steeds op de deugniet die hij vroeger was. „Als ik dertig jaar later geboren was had men gezegd dat ik ADHD had, in mijn tijd werd dat Irritating Dick Disorder genoemd.” Als tiener werd Fry geregeld van school gestuurd. Nadat hij op zijn achttiende drie maanden in de gevangenis had gezeten voor creditcardfraude, beterde hij zijn leven en ging hij in Cambridge studeren. Het is onder andere zijn studententijd die de Brit beschrijft in zijn boek dat sinds kort vertaald als De Stephen Fry Kronieken in de winkels ligt. Op Cambridge ontdekte hij zijn liefde voor acteren, begon hij toneelstukken en komedie te schrijven. Via actrice en studiegenoot Emma Thompson maakte hij kennis met Hugh Laurie. Samen zouden ze later onder andere de legendarische komedieshow A bit of Fry and Laurie maken.

De studietijd komt ook ter sprake gedurende het interview dat filmkenner en journalist Jan Doense met de schrijver afneemt. Fry is ook een grote Apple-fan. Die avond verwijst hij meerdere malen naar zijn iPad die op tafel ligt. Ook oreert hij een kwartier lang vol bewondering over de carrière van zijn vriend Steve Jobs.

Voorafgaand aan het interview spreekt Fry het publiek een uur vanaf de vloer toe. Met zijn rechterhand leunt hij af en toe op de te lage stoel naast hem, alsof hij zich geen houding weet te geven. Al is ongemak het laatste waar je aan denkt als je zijn openhartige monoloog, gelardeerd met goed getimede grappen en zelfspot, aanhoort. De zaal hangt aan zijn lippen.

Fry wist al op jonge leeftijd dat hij homoseksueel was. „Mijn moeder had het zelfs al door toen ik drie was. Ach ja, moeders voelen dat soort dingen aan.” Zijn zoektocht naar een rolmodel leidde naar de bibliotheek. Daar ontvlamde Fry’s passie voor kunst en literatuur. „Taal is iets buitengewoons”, zegt hij. „Het verschaft je toegang tot andermans geest en kan je ogen openen.”

In de schrijver Oscar Wilde vond Fry zijn homoseksuele rolmodel en geestverwant: „Ik was niet langer alleen, maar bovenal was hij de meest glorieuze geest die ik ooit was tegengekomen.” Vervolgens krijgen de Amsterdammers een college over Oscar Wilde dat schoolmeester Fry schijnbaar uit zijn mouw schudt. Later verontschuldigt de schrijver zich dat hij eigenlijk over zijn boek had moeten praten, maar de zaal staat open voor Fry’s gepassioneerde betoog over het speels omgaan met ideeën en om altijd nieuwsgierig te blijven. „Ik zou het allerliefste voor altijd een student willen zijn. Nieuwsgierigheid is mijns inziens de belangrijkste eigenschap die iemand kan hebben, er plezier in hebben om het leven iedere dag te herontdekken.” De deugniet van weleer is een romanticus geworden.

Stephen Fry: De Stephen Fry Kronieken. Uitgeverij Thomas Rap, 447 blz, € 24,90 (paperback). De Engelse versie verscheen bij Penguin.