Het kan even vervelend zijn. Zo, die zit

Op het spreekuur van gynaecoloog Bayram komen vrouwen van alle leeftijden langs. Iedereen krijgt een kwartier. „Weg met de ovulatietest.”

De vrouw die plaatsneemt tegenover gynaecoloog Neriman Bayram is nerveus, zegt ze zelf. Terwijl er niets staat te gebeuren. Ze grijpt naar de tissues op tafel, de tranen komen al. Ze wil zó graag nog een keer zwanger worden dat ze er gek van wordt. Voor haar zoontje. Kan zíj er iets aan doen dat ze zo laat de juiste man tegenkwam. Ze gebruikt een ovulatietest, maar daar wordt ze ook gek van. De blauwe streepjes zijn onleesbaar en áls Het dan moet, is de passie er niet.

Bayram knikt en luistert. Dit is haar wekelijkse spreekuur op de gynaecologiepoli in het Zaans Medisch Centrum. Ongeveer twaalf vrouwen trekken vanochtend voorbij. Ze lijden aan van alles: extreem bloedverlies, eierstokken die eruit moeten of een spiraaltje dat moet worden verwisseld. Voor de meeste vrouwen heeft ze vijftien minuten.

Bayram is een kleine, hartelijke vrouw. Om de haverklap gaat de telefoon, of klopt een verpleegkundige of co-assistent op de deur die advies wil, overleg of een fiat. Ze verliest haar concentratie niet.

Yoga of een glas wijn, adviseert Bayram de verdrietige vrouw van 42. „Weg met die ovulatietest. U moet ontspannen, loslaten. U bent al twee keer zwanger geweest.” Ja, zegt de vrouw, de eerste keer lukte het binnen drie maanden. Toen was ze 39. De tweede keer weer, ze was zo blij. Maar die afbreking – het kindje bleek downsyndroom te hebben – dat doet nog pijn. „We hebben hem goed gecremeerd. Ik dacht dat ik het achter me had gelaten.” Probeer te ontspannen en de stress kwijt te raken, zegt Bayram nog een keer.

Een volgende patiënt van 40 heeft drie kinderen. Maar zij menstrueert sinds een jaar voortdurend. Moet ze ermee leren leven of kan Bayram haar helpen? Natuurlijk. De vrouw kan tijdelijk hormonen slikken, ze kan weer aan de pil gaan of ze kan iets in haar baarmoeder laten dichtschroeien. Als dat allemaal niet helpt, kan ze haar baarmoeder laten verwijderen. De vrouw kijkt geschokt. Ik zie het al, zegt Bayram, daar bent u nog niet aan toe. Ze spreken af dat ze drie maanden hormonen zal slikken. En ja, daar kan ze stemmingswisselingen van krijgen. Maar van al dat menstrueren wordt de vrouw ook niet gelukkig. „En het leven moet wel een beetje leuk blijven”, zegt Bayram.

Plof. De patiënt zet een doos bonbons voor Bayrams neus. Een blije vrouw van 49, die haar baarmoeder kwijt is. „Een bevrijding”, zegt ze. Ze is lyrisch over de manier waarop Bayram haar heeft geholpen. Gewoon doorverwezen naar dé specialist op het gebied van gynaecologische kijkoperaties. Bayram was zelf ook bij de operatie, op haar vrije dag. Een míni-litteken heeft ze maar, meldt de vrouw stralend. In de navel – niemand die het ziet. En ze is verlost van jaren van extreme bloedingen.

Een vrouw van 56 wil haar eierstokken kwijt. Een aantal familieleden heeft er kanker aan gekregen – zij wil dat risico niet lopen. Familiair belast, mompelt Bayram terwijl ze in haar agenda kijkt. „Maakt het u uit wie u opereert?” Ja, jij moet het doen, zegt de vrouw. En zo snel mogelijk, want ze wil er vanaf zijn. „Ik kijk of ik wat kan schuiven”, zegt Bayram. Even later belt ze de planning, die blijkbaar bezwaren ziet voor een snelle afspraak. Bayram: „Je bent net terug van vakantie, dus je bent uitgerust. Regel maar dat het kan. Die vrouw wil gewoon van haar eierstokken af. Dus dat gaan we snel doen.”

De huisarts-in-opleiding, die hier stage loopt, wil leren een spiraal te verwisselen. Dat mag bij de volgende patiënt. Mevrouw moet goed gepositioneerd liggen, zegt Bayram. Niet zo, want dan zie je niks. „Het kan even vervelend zijn”, waarschuwt Bayram. Zo, hij zit. De huisarts is verrast over de eenvoud van de handeling. Bayram: „Over zes weken een echo om te kijken hoe hij zit, oké?” Maar dan zit ik op Kos, antwoordt de vrouw. Vooruit, over vijf weken dan.

En dan is er de vrouw van 67 die lijdt aan verzakkingen. Een lieve, Zaanse oma. Terwijl Bayram een pessarium inbrengt, vertelt de vrouw vrolijk over de kleinkinderen op wie ze zo mag passen. „Heerlijk vind ik dat.” Een dochter lukt het niet zwanger te worden, vertelt ze ook. Daar hebben ze zich nu bij neergelegd. Ze wil graag moeder worden maar ze wil geen gefriemel aan haar lijf. „Het moet spontaan en anders niet.” Lange tijd was haar andere dochter er niet aan toe. Kennissen vroegen haar steeds: word je nou nóg geen oma? En dan zei ze: dat gaat je niks aan. Tegen haar dochter zei ze: „Kind, wanneer jij eraan toe bent.”