Feesten, maar op eigen kosten

Het kabinet wil de kosten voor de politie-inzet bij commerciële festivals laten betalen door de feestgangers. Jaarlijks worden 700 (!) grootschalige publieksevenementen in Nederland georganiseerd. Het voorstel van het kabinet om het profijtbeginsel hier toe te passen, is niet meer dan logisch. Welvarend Nederland heeft de laatste decennia een feest- en uitgaanscultuur ontwikkeld waarop de politie niet is berekend en waarvoor ze ook nooit is bedoeld. Althans niet in deze omvang. De politie trekt zich bovendien niet terug van de festivalterreinen. Alleen taken die particuliere beveiligers en verkeersregelaars even goed kunnen verrichten, worden voortaan gedeclareerd bij degenen die deze openbare ruimte mogen exploiteren ten eigen bate. Voor handhaving van de openbare orde en bestrijding van de criminaliteit blijft de politie beschikbaar. Ook bij Pinkpop, Sail en het Sundance festival.

Minister Opstelten (Justitie, VVD) maakt een uitzondering voor Sinterklaas, Koninginnedag en de Bevrijdingsfeesten. Ook de incidentele Elfstedentocht wordt ontzien. Dat de politie daar wel op kosten van de fiscus het verkeer regelt en de bezoekersmassa reguleert, is redelijk. Die feesten hebben nationale betekenis en moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Het kabinet maakt verder een uitzondering voor alle door NOC*NSF erkende sportwedstrijden. Voor zover dat nationale evenementen zijn is dat voorstelbaar, ook gezien het algemene belang en de voorbeeldwerking van topsport.

Maar dat ook het betaald voetbal is uitgezonderd, roept vragen op. Het betaald voetbal heeft de laatste decennia heel wat straatgeweld aangetrokken. Het idee om politie-inzet te laten compenseren is bij de stadionrellen begonnen. En nu hoeft ‘Koning Voetbal’ helemaal geen rekening te betalen? Het vorige kabinet trok in 2008 al de Wet bijdrage politiekosten bij publieksevenementen in. Met als argument dat het betaald voetbal dankzij de stewards in de stadions en de gecontroleerde kaartverkoop zijn leven had gebeterd. De nieuwe Wet bestrijding voetbalvandalisme zou met bestuurlijke dwang het probleem verder oplossen.

Kennelijk oordeelt dit kabinet dat het voetbal nu genoeg gedaan heeft: de belastingbetaler mag de verkeersregelaars en publieksbeveiliging blijven betalen. Als er in de Arena dus wordt gezongen, betaalt de bezoeker voor de beveiliging. Maar als er wordt gevoetbald, dan betaalt de burger. Dat is oneerlijk, ook omdat er in de stadions vaker wordt gevoetbald dan gemusiceerd. Deze uitzondering lijkt op verkapte staatssteun aan een bedrijfstak die zich zeker inspant om overlast te bestrijden. Maar daarom niet vrijgesteld hoeft te worden van deze rekening.