Eerder een vlam dan een stad

Het was het ongeluk van de joden dat hun heiligste stad op een plek lag waar in 3000 jaar alle veroveraars langskwamen die het oostelijk Middellandse- zeegebied wilden onderwerpen. Lees de biografie van Jeruzalem.

Simon Sebag Montefiore: Jeruzalem. Een biografie. Vertaald door Henk Moerdijk, George Pape en Mieke Hulsbosch. 732 blz. € 39,95

In Jeruzalem is de geschiedenis overal, ook in de snoepwinkel van de familie Zalatimo op de Hanzeitstraat 9. De achtermuur van hun zaak is bijna 1900 jaar oud en maakte deel uit van de poort van de tempel van Jupiter die de Romeinse keizer Hadrianus liet bouwen. Niet ver van de winkel van de Zalatimo’s staat de Heilige Grafkerk, gebouwd op de plek waar Jezus zou zijn gekruisigd en begraven. Hadrianus koesterde een grote afkeer jegens de christenen in zijn rijk en om hen te kwetsen besloot hij juist op deze plaats de Romeinse oppergod te eren.

Zijn bouwwerk was echter geen lang leven gegund. Constantijn de Grote liet de tempel na zijn bekering tot het christendom in 325 neerhalen en bouwde er een kerk, die in de loop der eeuwen herhaaldelijk is vernietigd en weer opgebouwd.

Zoals het op Golgotha ging, is het in heel Jeruzalem gegaan, 3000 jaar lang. Tempels, kerken en moskeeën: ze verrezen en schitterden, om dan te vergaan tot bouwstenen voor een volgend godshuis. Jeruzalem is een palimpsest waar iedere heerser het verleden wil wegkrabben om zijn eigen waarheid aan de wereld te verkondigen.

De Engelse historicus Simon Sebag Montefiore heeft nu met Jeruzalem. De biografie een monumentaal boek geschreven over de geschiedenis van deze heiligste aller steden. Hij publiceerde eerder historische bestsellers als Stalin. Het hof van de rode tsaar en De jonge Stalin. Met Jeruzalem heeft hij een persoonlijke band. Moses Montefiore, een 19de-eeuwse joods-Britse plutocraat die een nieuwe joodse wijk in Jeruzalem bouwde, is een ver familielid van Sebag Montefiore, die zelf al sinds zijn jeugd regelmatig de stad bezoekt. In zijn voorwoord bezweert hij echter dat hij schrijft voor atheïsten, gelovigen, christenen, moslims en joden, ‘zonder politieke bijbedoelingen, ook niet met betrekking tot de huidige conflicten.’

Sebag Montefiore begint zijn boek met de vernietiging van de joodse Tweede Tempel, door de Romeinse keizerszoon Titus in 70 n. Chr. Deze tempel was gebouwd in de zesde eeuw v. Chr. en rond het begin van onze jaartelling aanzienlijk verfraaid door Herodes de Grote, een half-joodse vazalkoning van de Romeinen. De joden waren in 66 in opstand gekomen tegen de Romeinen. Titus pacificeerde eerst de rest van Judea, voordat hij in maart 70 het beleg voor Jeruzalem opsloeg. Na een belegering van zes maanden slaagden de Romeinen erin de stad binnen te dringen. Titus stak de tempel in brand en liet bijna alle inwoners doden. Daarop besloot hij Jeruzalem met de grond gelijk te maken.

Het was de tweede keer dat Jeruzalem dit lot trof. Nebukadnezar II, koning van Babylon, vernietigde Jeruzalem en de Eerste Tempel in 587 v. Chr. Dit joodse heiligdom was vier eeuwen eerder gebouwd door Salomo, de zoon van koning David, de krijger die Goliath en de Filistijnen had verslagen. In het Heilige der Heiligen van Salomo’s tempel stond de Ark van het Verbond met daarin de Wetten die Mozes van Jahweh had gekregen toen hij het joodse volk uit Egypte leidde.

Vijftig jaar nadat Nebukadnezar de joden in ballingschap naar Babylon had gevoerd, mochten ze terugkeren naar Jeruzalem, waar ze de bouw van de tweede en voorlopig laatste tempel ter hand namen. Van deze Tweede Tempel resteert alleen de westelijke muur, die als de Klaagmuur een centrale plek in de joodse religie inneemt.

Het was het ongeluk van de joden dat hun heiligste stad op een plek lag waar 3000 jaar lang iedere veroveraar langskwam die het oosten van het Middellandse Zeegebied wilde onderwerpen. En het was het ongeluk van de joden dat hun heiligste stad ook een heilige stad werd voor de twee andere abrahamitische religies, het christendom en de islam. Christenen vereerden Jeruzalem omdat het de plek van Jezus’ lijden en sterven was, moslims omdat de profeet Mohammed er ten hemel voer.

Dit maakte van Jeruzalem, gelegen op een plek zonder enig geografisch-strategisch belang, een prijs die het waard was om voor te vechten. De stad is in de loop der eeuwen veroverd en bestuurd door Assyriërs, Babyloniërs, Perzen, Macedoniërs, Seleuciden, Romeinen, Byzantijnen, Ommajjaden, Abbasiden, Fatimiden, kruisridders, Saracenen, Mammelukken, Ottomamen, Britten en, sinds 1948, Israëliërs.

Al die tijd trok Jeruzalem talloze pelgrims en toeristen, die met eigen ogen het centrum van de wereld wilden zien. Vaak waren de reizigers teleurgesteld over wat ze aantroffen. De Franse schrijver Gustave Flaubert noemde Jeruzalem een ‘door muren omgeven knekelhuis, waar de oude religies in de zon liggen te rotten.’ Wat de Heilige Grafkerk betrof ‘zou een hond nog meer geroerd zijn geweest dan ik. De Armeniërs vervloeken de Grieken die de Latijnen verafschuwen die de kopten verfoeien.’

Flaubert verwees naar de uiterst gespannen situatie in de kerk, waar de diverse christelijke gezindten allemaal hun eigen hoekje beheerden. Het kleinzielige geruzie tussen de priesters zou om te lachen zijn geweest, als er door de eeuwen heen geen tientallen doden bij waren gevallen.

Mark Twain schreef na een bezoek aan het Ottomaanse Jeruzalem ook harde woorden over de stad. ‘Het vermaarde Jeruzalem, de indrukwekkendste naam uit de geschiedenis, is een bedelaarsdorp geworden – om te huilen zo treurig en levenloos – ik zou hier niet willen wonen.’ Veel joden die buiten het Beloofde Land leefden, verstrooid na de vernietiging van de tempels, dachten daar anders over. De joodse Oostenrijker Theodor Herzl publiceerde in 1896 De jodenstaat, het boek dat aan de wieg stond van het zionisme. Toen twintig jaar later de Eerste Wereldoorlog woedde, slaagde zionist Chaim Weizmann erin Britse politici als Lloyd George en Churchill te overtuigen van het joodse recht op een thuisland in Palestina.

De Britten lieten vanaf 1920 grote hoeveelheden joden immigreren naar het gebied van de Bijbelse koninkrijken Juda en Israël. Dat leverde van meet af aan problemen op met de plaatselijke Arabische bevolking, die bang was verdreven te worden van het land waar ze al generaties lang woonden.

De Palestijnen kregen in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw een aantal keren een voorstel over de verdeling van het land waar ze in de huidige situatie alleen maar van kunnen dromen. Telkens weigerden ze, net zoals ze na de stichting van de staat Israël joodse vredesvoorstellen naast zich neer legden.

Yasser Arafat weigerde met de deling van Jeruzalem akkoord te gaan, omdat er volgens hem geen enkele joodse aanspraak op de stad bestond. De Eerste en Tweede Tempel hadden volgens de PLO-leider helemaal nooit bestaan.

Jeruzalem. De biografie is het werk van een kundig stilist. Sebag Montefiore schotelt met verve een schier eindeloze stoet schurken en een enkele heilige voor, een processie die geen moment verveelt. Toch stemt zijn boek bepaald niet vrolijk. Want hoe moet het Israëlisch-Palestijnse conflict over de stad ooit worden opgelost als onderhandelaars als Arafat zich vooral laten leiden door emoties, en niet door feiten? Oud-premier Simon Peres vat het probleem bondig samen: „Jeruzalem is meer een vlam dan een stad, en een vlam laat zich slecht delen.”

Dat is een conclusie die weinig hoop geeft en de lezer slaat het boek van Sebag Montefiore dan ook dicht met een gevoel van vertwijfeling. Misschien heeft Jeruzalem wel zoveel geschiedenis, dat de stad geen toekomst meer heeft.